{"id":811,"date":"2008-06-05T11:58:03","date_gmt":"2008-06-05T11:58:03","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=811"},"modified":"2010-07-05T12:00:09","modified_gmt":"2010-07-05T12:00:09","slug":"alleen-twijfel-brengt-je-verder","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=811","title":{"rendered":"&#8216;Alleen twijfel brengt je verder&#8217;"},"content":{"rendered":"<p><em>Delta  19, 5 juni 2008, wetenschap<\/em><\/p>\n<h3><em> <\/em><strong>&#8216;Alleen  twijfel brengt je verder&#8217;<\/strong><\/h3>\n<p>Co\u0161rdinator  wetenschapscommunicatie dr. Maarten van der Sanden kwam erachter dat  weinig zeker is in de wetenschapscommunicatie, en dat oude gewoonten de  dienst uitmaken. Na acht jaar studie naast het werk promoveerde hij  vorige maand in de medische wetenschapscommunicatie aan de Vrije  Universiteit.<!--more-->Wat zette je er toe aan om met deze lijvige studie te beginnen?<\/p>\n<p>&#8220;Ik  ben in 1997 begonnen als wetenschapsvoorlichter. Ik schreef  persberichten en maakte contact met de media. Ik begon me af te vragen:  wat is de effectiviteit ervan? Heeft wat ik doe wel zin en is het  effectief genoeg of kan het beter?&#8221;<\/p>\n<p>Kun je concrete voorbeelden  noemen van waar wetenschapscommunicatie misgaat?<\/p>\n<p>&#8220;Neem als  voorbeeld het jaarverslag van de universiteit. Daar staat ook  wetenschappelijke informatie in; bevindingen en successen van de  universiteit. Maar zit de doelgroep daar op te wachten? Zorgt het ervoor  dat bedrijven en overheden zich meer betrokken voelen bij de  universiteit? Bij persberichten idem dito. We maken al zestig jaar  persberichten op dezelfde manier. Met het nieuws bovenin, keurig volgens  de regels. Maar kan dat niet een stuk effectiever? Misschien moeten we  persberichten aanpassen aan de huidige dynamiek in de media? De  hoofdvraag luidt: wat is de basis van mijn werk en waarom doe ik de  dingen zoals ik ze doe? Toen bleek al gauw dat wetenschapscommunicatie  een heel grote praktijk heeft, maar nauwelijks een theoretische basis.  De vraag kan dus niet beantwoord worden zonder onderzoek.&#8221;<\/p>\n<p>Wetenschapscommunicatie  als wetenschap?<\/p>\n<p>&#8220;Ja. Als wetenschap is het redelijk klein en  caleidoscopisch. Er worden allerlei dingen uitgeprobeerd.&#8221;<\/p>\n<p>Kun je  het vergelijken met andere wetenschappen in een pril stadium?  Bijvoorbeeld met de biologie, die ook als een soort postzegelverzameling  is begonnen?<\/p>\n<p>&#8220;Ja. Pas honderden jaren later zijn daar nu de <em>hot  topics<\/em> bekend, de gebieden waar het echt om draait. Bovendien zijn  er allerlei goed ontwikkelde subdisciplines.&#8221;<\/p>\n<p>Zoals evolutie en  genetica?<\/p>\n<p>&#8220;Precies, ja. En in het vak van  wetenschapscommunicatie, dat nog heel jong is, bestaat er nog geen vaste  kern van kennis, laat staan een breed ontwikkelde waaier aan  wetenschapscommunicatiedisciplines. Het biedt een caleidoscoop aan  mogelijkheden en je weet niet wat rijp of groen is. Het is een soort  ballenbak.&#8221;<\/p>\n<p>Nu ben je in die ballenbak gedoken op zoek naar  effectieve biomedische wetenschapscommunicatie. Jouw wortels liggen in  de biologie, maar zijn er nog andere redenen waarom je die richting hebt  gekozen?<\/p>\n<p>&#8220;Genetische tests zijn hot. Ontwikkelingen rond dat  thema vinden nu plaats. Ik vind het belangrijk hoe we met nieuwe  medische technologie omgaan. Wat vindt het publiek daarvan?&#8221;<\/p>\n<p>Ligt  de problematiek daar prangender dan bij technische wetenschappen?<\/p>\n<p>&#8220;Nee,  dat niet. In de nanotechnologie bijvoorbeeld zijn er ook belangrijke  kwesties aan de orde. Maar gezondheid spreekt mensen natuurlijk wel meer  aan. Medisch nieuws is altijd groter dan ander wetenschappelijk  nieuws.&#8221;<\/p>\n<p>Een van de hoofdstukken heet <em>&#8216;Evidence based science  communication&#8217;<\/em>. Dat lijkt een sleutelrol te spelen omdat je  zekerheid zoekt over wat je doet. Wat betekent die term?<\/p>\n<p>&#8220;Het  promotieonderzoek is uitgevoerd aan het VU Medisch Centrum, bij de  vakgroep metamedica. In het medisch onderzoek is <em>&#8216;evidence based&#8217;<\/em> een begrip. Een arts die een bepaalde handeling moet verrichten, wil  graag weten of hij handelt naar de beste kennis die er te vinden is.  Evidence based zegt iets over de manier waarop de kennis is opgebouwd.  Die techniek hebben we nu ook toegepast op literatuur over de  effectiviteit van communicatie. We hebben allerlei artikelen beoordeeld  op relevantie en validiteit. Op die manier hebben we drie vakgebieden  onderzocht: gezondheidscommunicatie, medische psychologie en reclame. De  evidence based-methode heeft in de medische wetenschap een traditie,  maar voor de sociale wetenschappen, waar ook het onderzoek naar  journalistiek onder valt, is het nieuw. Voor voorlichters en  wetenschapsjournalisten zou het handig zijn als je vanuit de praktijk  een database kunt raadplegen waarvan je weet dat de informatie  gerangschikt is op validiteit en relevantie.&#8221;<\/p>\n<p>Maar hoe bouw je  zoiets op?<\/p>\n<p>&#8220;We hebben de conclusies over wat wel en niet werkt in  de medische communicatie overgenomen. Waarom is bijvoorbeeld medische  reclame zo succesvol? Goede en slechte ervaringen hebben we overgezet  naar het vakgebied van de biomedische wetenschapscommunicatie. Dat is  het theoretische raamwerk. Maar heb je daar in praktijk wat aan of is  het allemaal luchtfietserij? Om dat te toetsen hebben we een vragenlijst  ontwikkeld voor communicatieprofessionals, waarin de theorie\u00ebn van het  raamwerk in vragen zijn vertaald. Theorie\u00ebn over vooroordelen van de  doelgroep bijvoorbeeld, of over communicatiestrategie\u00ebn.&#8221;<\/p>\n<p>Het  viel me op dat veel van die vragen over de inschatting over de doelgroep  gaan: wat denken ze, wat willen ze weten, hoe staan ze er tegenover?  Kennelijk speelt het oude adagium &#8216;ken uw doelgroep&#8217; nog steeds een  grote rol.<\/p>\n<p>&#8220;Absoluut, maar het gaat wel iets verder. De huidige  praktijk van wetenschapscommunicatie is vaak: dingen uitleggen. Met  genetische tests als voorbeeld, zou ik uitleggen hoe het DNA in elkaar  zit, hoe zo&#8217;n test opgebouwd wordt, waarom die test waarom wel of niet  valide is. Terwijl een groot deel van het publiek met heel andere vragen  zit.&#8221;<\/p>\n<p>Zoals: &#8216;Kan ik die ziekte ook krijgen?&#8217;<\/p>\n<p>&#8220;Ja, of:  &#8216;Zit het in de familie&#8217; en &#8216;Wat moet ik met die kennis?&#8217; Sommige mensen  zijn bang van medische techniek en anderen vinden het fantastisch. Als  je mensen spreekt die het geweldig vinden, kun je op een ander niveau  instappen dan tegenover mensen die bang zijn. Met hen moet je eerst  praten over die angsten. Dat is iets anders dan uitleggen. In de  gezondheidscommunicatie weten ze dat al lang.&#8221;<\/p>\n<p>Je moet je  boodschap dus goed afstemmen op de doelgroep. Maar leidt het bedienen  van veel verschillende doelgroepen dan niet tot versplintering van je  communicatie?<\/p>\n<p>&#8220;Ik denk dat het theoretische raamwerk helpt in het  maken van keuzes. Zonder dat is het moeilijk kiezen, omdat je niet goed  weet waarover je moet beslissen en op welke grond. Als je meer  achtergrond hebt en beter op de hoogte bent van knooppunten, dan kun je  beter prioriteiten stellen. Maar het is nog lang niet af. We staan aan  een begin dat we binnen science education and communication (faculteit  Technische Natuurwetenschappen, red.) en het VU Medisch Centrum gaan  uitwerken.&#8221;<\/p>\n<p>Hoe is dit toepasbaar in je werk als  wetenschapsvoorlichter?<\/p>\n<p>&#8220;Bijvoorbeeld door je beter te verdiepen  in je doelgroep. Wat zijn de vooroordelen van mensen? Je moet ook inzien  dat je niet altijd moet uitleggen. Soms moet je durven afzien van  irrelevante informatie en kun je beter communiceren op emotie.&#8221;<\/p>\n<p>Kunnen  we naar een voorbeeld toe? Hoe is bijvoorbeeld nanotechnologie anders  te communiceren dan uitleg te verstrekken over nanogaatjes en gestuurde  moleculen?<\/p>\n<p>&#8220;Voor een breed publiek zou je kunnen beginnen met te  inventariseren wat er aan idee\u00ebn en vooroordelen leeft over deze  technologie.&#8221;<\/p>\n<p>De hoop en de angst in kaart brengen?<\/p>\n<p>&#8220;Ja.  In eerste instantie moet je daarover communiceren. Fase twee is: mensen  betrekken bij bijvoorbeeld de aanleiding van het onderzoek. Pas daarna  heeft het zin om informatie te geven. Als je gelijk begint met &#8216;dit doen  we, dit zijn we en hier gaat het om&#8217;, dan haken veel mensen af. Dat  moet je als universiteit niet willen, zeker niet als maatschappelijke  betrokkenheid een van je speerpunten is.&#8221;<\/p>\n<p>Hoe raak je op de  hoogte van de bestaande vooroordelen?<\/p>\n<p>&#8220;Je kunt mensen uitnodigen  om erover te praten. Dat kunnen vertegenwoordigers zijn van  maatschappelijke groepen, maar ook inwoners van Delft. Het  Rathenau-instituut doet dat regelmatig. De kennis is er dus vaak wel.  Alleen wordt die in de praktijk van wetenschapscommunicatie nog  nauwelijks gebruikt. We zouden die kennis moeten koppelen aan het een  theoretische raamwerk dat we nu ontwikkeld hebben. Dan kun je aan de  hand daarvan een communicatiestrategie opstellen.&#8221;<\/p>\n<p>Welke kant  gaat dat op?<\/p>\n<p>&#8220;Je zou om te beginnen onderscheid moeten maken  tussen wetenschapspromotie, wetenschapseducatie en preventie &#8211; het  bestrijden van het gebrek aan elementaire kennis. Promotie gaat over de  rol van wetenschap, over wat wetenschap nu eigenlijk is. De  wetenschapsquiz bijvoorbeeld is entertainment, maar geeft je geen goed  idee van wat wetenschap eigenlijk is. Ik denk dat een quiz waar niet het  beste antwoord, maar de beste vraag beloond wordt, het karakter van  wetenschap dichter benadert. Alleen twijfel brengt je verder in  wetenschap.&#8221;<\/p>\n<p>WIE IS MAARTEN VAN DER SANDEN?<\/p>\n<p>Dr. Maarten  van der Sanden (1968) is sinds 1997 hoofd wetenschapsvoorlichting van de  TU Delft en sinds 2005 co\u00f6rdinator wetenschapscommunicatie. Ook is hij  medeontwikkelaar van de in 2003 begonnen masterstudie science education  &amp; communication bij Technische Natuurwetenschappen, waarin onder  meer wetenschapsjournalistiek een plaats heeft. Van der Sanden doet er  onderzoek en geeft er colleges. In 1994 studeerde hij als bioloog af aan  de Universiteit Utrecht in twee richtingen: embryologie &amp;  endocrinologie en biowetenschappen &amp; samenleving. Hij werkte een  jaar als (literatuur-)onderzoeker voor de Europese Unie en schreef  daarna als freelancer voor populairwetenschappelijke pers. Hij was  bestuurslid van het Platform Wetenschapscommunicatie en redacteur van  het Tijdschrift voor Wetenschap, Techniek en Samenleving. Op 22 mei  promoveerde hij bij prof. Frans Meijman van de vakgroep Metamedica (VU  Medisch Centrum) met zijn proefschrift &#8216;Towards effective biomedical  science communication&#8217;.<\/p>\n<p>(Foto&#8217;s: Sam Rentmeester\/FMAX)<\/p>\n<p>++<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/archief\/artikel\/-alleen-twijfel-brengt-je-verder\/18028\" target=\"_blank\"><em>zie ook website TU<\/em><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delta 19, 5 juni 2008, wetenschap &#8216;Alleen twijfel brengt je verder&#8217; Co\u0161rdinator wetenschapscommunicatie dr. Maarten van der Sanden kwam erachter dat weinig zeker is in de wetenschapscommunicatie, en dat oude gewoonten de dienst uitmaken. Na acht jaar studie naast het werk promoveerde hij vorige maand in de medische wetenschapscommunicatie aan de Vrije Universiteit.<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-811","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delta"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/811","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=811"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/811\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":812,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/811\/revisions\/812"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=811"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=811"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=811"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}