{"id":770,"date":"2008-04-03T11:06:06","date_gmt":"2008-04-03T11:06:06","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=770"},"modified":"2010-07-05T11:07:55","modified_gmt":"2010-07-05T11:07:55","slug":"mensen-zijn-mijn-belangrijkste-product","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=770","title":{"rendered":"Mensen zijn mijn belangrijkste product"},"content":{"rendered":"<p><em>Delta 11, 3 april 2008, interview prof. Isabel Arends<\/em><\/p>\n<h3><em><\/em><strong>&#8216;Mensen  zijn mijn belangrijkste product&#8217;<\/strong><\/h3>\n<p>Met haar intreerede over  groene chemie en enzymen op maat, profileert hoogleraar Isabel Arends  zich als een idealistische wetenschapper, die niets minder beoogt dan  een ombuiging van de huidige chemische industrie naar een duurzame  bedrijfstak die natuurlijke grondstoffen gebruikt en liefst geen afval  meer produceert.<em><!--more--><\/em><\/p>\n<p><strong>U bent de enige vrouwelijke hoogleraar van de zestig professoren  bij Technische Natuurwetenschappen. Is dat een representatief aandeel?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Nee,  we zitten over de hele TU op 8 \u00e2 9 procent. De faculteiten Bouwkunde,  Techniek, Bestuur en Management en Elektrotechniek, Wiskunde &amp;  Informatica halen een hoger aantal vrouwelijke hoogleraren. Ik heb er  goede hoop op dat er ook binnen Natuurkunde op korte termijn \u00e9\u00e9n of twee  bij komen. &#8221;<\/p>\n<p><strong>Hoe weet u dat?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Als je de  vrouwelijke UHD&#8217;s telt (universitaire hoofddocenten, red.), dan weet je:  daar zit potentieel. Bij ons op de afdeling biotechnologie zit op dit  moment geen vrouwelijke UHD, dus daar zal er niet zo snel \u00e9\u00e9n bij komen.  Maar bij Natuurkunde zit een aantal vrouwelijke UHD&#8217;s, dus daar zit  potentieel.&#8221;<\/p>\n<p><strong>U kunt ze aanwijzen, maar dat gaat u zeker  niet doen?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Dat ga ik bij deze gelegenheid niet doen,  nee.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Gaat het beter met het doordringen van vrouwelijke  hoogleraren in de wetenschappelijke top dan vijf jaar geleden?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Nee,  ik denk het niet. Het gaat heel gestaag. Onze minister heeft een mooi  target neergezet van 15 procent terwijl het Europees streefgetal op  grond van het Lissabon-akkoord flink hoger ligt, op 25 procent in 2010.  Minister Verhoeven heeft daar voor Nederland 15 procent van gemaakt  omdat het aandeel hier onder de 10 procent lag. Op dit moment ligt het  aandeel rond de 12 procent. Bij de TU zullen we niet aan de 15 procent  komen, denk ik.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Kennelijk vallen er veel dames af op weg  naar die top. Waar bent u doorgegaan waar anderen afvielen?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Ik  ben redelijk vasthoudend, ik laat me niet makkelijk uit het veld slaan.  Ik denk dat dat heel belangrijk is. Keihard werken en heel goed zijn in  je vak, daar zijn zeker vrouwen voor te vinden, maar de universiteit is  een logge organisatie waar dingen niet zo snel gaan. Je moet een beetje  vertrouwen hebben dat dingen goed komen.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Positief  blijven en doorzetten<\/strong>?<\/p>\n<p>&#8220;Ja, en daarnaast moet je in een  mannenwereld kunnen functioneren. Ik heb de mazzel gehad dat ik altijd  terecht kwam in groepen waar dat niet zo speelde. Ik weet dat er binnen  Nederland wel degelijk vakgroepen bestaan die enorme mannetjesbolwerken  zijn. Daar zijn boeken over geschreven. Denk aan &#8216;Onder professoren&#8217; van  W.F. Hermans. Zulke omgevingen bestaan echt. Vrouwen worden daar niet  voor vol aangezien.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Februari vorig jaar bracht u het  boek &#8216;Green Chemistry and Catalysis&#8217; uit, samen met uw voorganger,  prof.dr. Roger Sheldon en dr. Hanefeld. Even voor de leek: wat is groene  chemie?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Groene chemie is duurzame chemie. Dat is het  ontwikkelen van duurzame processen binnen de chemische industrie,  waarbij je naar alle aspecten kijkt. Van de grondstoffen die binnenkomen  tot en met het product dat de fabriek verlaat. En zelfs daar stop je  niet, want je wilt ook weten of het product werkelijk is wat mensen  willen. Neem bijvoorbeeld pvc, dat is een geweldig materiaal, maar niet  voor koffiebekertjes. Die hebben geen chloor nodig. Negentig procent van  de inspanningen van een chemicus zijn gericht op de omzetting van een  grondstof in een product, en dan kijken we ook waar de grondstoffen  vandaan komen. Wil je per se oliegebaseerde grondstoffen gebruiken, of  kun je ook hernieuwbare grondstoffen gebruiken? Dat is op het moment  zeer actueel, maar dat speelde twintig tot dertig jaar geleden in feite  ook al. Pas nu komen kunststoffen als polymelkzuur ook daadwerkelijk op  de markt.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Hoe oud is die beweging?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;De  beweging is opgericht door Paul Anastas van de American Chemical  Society, begin jaren tachtig. In Amerika is ze begonnen uit  professionele overwegingen. Want je kunt wel idealistisch zijn, maar hoe  geef je dat dan vorm? Professor Sheldon, mijn voorganger, heeft dat  opgepakt en aan het concept bijgedragen door er getallen aan te  verbinden. De zogenaamde E-factor is van hem. Dat staat voor  environmental factor en is de verhouding tussen het aantal kilogram  afval dat de fabriek verlaat ten opzichte van het aantal kilo&#8217;s product  dat je hebt gemaakt.&#8221;<\/p>\n<p><strong>De farmaceutische industrie is  koploper in afvalproductie, met soms wel een halve ton afval per kilo  product.<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Je hebt een lijn van de bulkchemie via de  fijnchemie naar de farmaceutische industrie. Daarbij loopt die E-factor  verder op. Bij de bulkchemie gaat het om grote hoeveelheden, maar die  processen zitten best goed in elkaar, hoewel ook daar ruimte is voor  innovatie. Bij de farmaceutische industrie gaat het om kleine  hoeveelheden en om heel specialistische processen. Maar juist in het  tussengebied van geurstoffenproductie en polymeerindustrie, daar wordt  door de industrie hard gewerkt aan verbetering. E\u00e9n van de  sleutelprocessen daarbij is katalyse.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Hoe sluit uw vak,  de biokatalyse, aan bij die duurzame chemie?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Biokatalyse  is \u00e9\u00e9n van de meest duurzame vormen van katalyse. Je maakt een eiwit of  enzym dat je als katalysator inzet om een chemische reactie te laten  verlopen. Zo&#8217;n enzym maak je uit hernieuwbare grondstoffen, dus geen  zware metalen en het is niet giftig, zoals palladium of iridium. Een  biokatalysator is op maat gemaakt zeg ik altijd, en is bij uitstek  geschikt voor de productie van chirale moleculen. De meeste medicijnen  zijn links- of rechtsdraaiend, dat is het chirale verhaal. En je moet  bij het op de markt brengen van een medicijn altijd beide moleculen  afzonderlijk testen. Enzymen produceren specifiek links- of  rechtsdraaiende producten, wat voor de farmacie belangrijk is.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Zijn  er fundamentele beperkingen, of leent biokatalyse zich voor elke  omzetting<\/strong>?<\/p>\n<p>&#8220;Principieel zou je alles kunnen doen met een  enzym, maar in de natuur kom je bijvoorbeeld geen enzymatische synthese  tegen van een kale koolstof-koolstofbinding, terwijl dat in de chemie  een heel gewoon proces is. Biokatalytisch kan het ook, maar alleen via  een lange omweg. Dus in principe zijn er geen beperkingen, maar in de  praktijk is een chemische katalysator soms handiger en schoner. Je kiest  voor de meest groene oplossing, waar de maatschappij het meest bij  gebaat is.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Heeft de industrie eigenlijk wel oren naar  dit soort idealistische idee\u00ebn?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;De principes van de  groene chemie zijn idealistisch maar wel werkbaar. Je moet de lat hoog  leggen; je moet gaan voor g\u00e9\u00e9n afval. Dan zie je uiteindelijk wel waar  je uitkomt. Mijn ideaal in de industri\u00eble werkelijkheid is niet  eenvoudig te defin\u00eferen.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Hoe bedoelt u?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Idealiter  doen wij precompetitief onderzoek dat breed toepasbaar is. Maar in de  praktijk werkt dat niet zo, want je doet projecten samen met de  industrie en die wil haar bijdrage graag verzilverd zien. Dus dan moet  het onderzoek eerst gepatenteerd worden voor de publicatie. Zo&#8217;n patent  dient om de kennis af te schermen, maar vaak gaat de industrie er nog  niet mee aan de slag. Ik wil het dan vaak verder ontwikkelen in de hoop  dat ze het oppakken. Als dat dan niet gebeurt, is dat wel frustrerend  natuurlijk, en dan gaat het mij te traag.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Hoe is die  kloof te overbruggen?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;De sleutel zou kunnen zitten in  de mensen die ik aflever, de mensen die ik opleid in onderzoek, de aio&#8217;s  en postdocs. Dat is mijn belangrijkste taak. Die mensen heb ik op een  bepaalde manier opgeleid, met een bepaalde manier van denken en  probleembenadering. Die mensen komen in de industrie terecht.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Die  zouden het denken daar moeten be\u00efnvloeden?<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Ja. Maar ze  komen natuurlijk ook in een organisatie terecht met allerlei krachten.  Dus na een paar jaar nemen ze de heersende bedrijfscultuur over. Maar  als er meer jonge mensen komen die duurzaam denken, dan zou dat een  manier zijn.&#8221;<\/p>\n<p><strong>Zo krijgt u infiltranten in de industrie.<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Geen  infiltranten, wel een stukje bewustzijn.&#8221;<br \/>\n<strong>Wie is Isabel  Arends<\/strong><\/p>\n<p>Prof.dr. Isabel Arends werd vorig jaar benoemd  als hoogleraar biokatalyse en organische chemie aan de faculteit  Technisch Natuurwetenschappen. Onlangs hield ze haar oratie over  &#8216;Enzymen op maat&#8217;. Arends is de opvolger van prof.dr. Roger Sheldon, met  wie ze vorig jaar een boek publiceerde over groene chemie.<\/p>\n<p>Isabel  Arends (1966) promoveerde in 1993 aan de Universiteit Leiden in de  organische chemie. Na postdoc werk aan het National Research Council  Canada kwam ze in 1995 bij de groep van Roger Sheldon van de TU Delft.  In 1996 werd haar een onderzoeks-fellowship toegekend door de  Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen KNAW. In 2001 werd ze  benoemd tot universitair docent bij de afdeling biotechnologie. In 2005  volgde een aanstelling als universitair hoofddocent en in 2007 het  hoogleraarschap.<\/p>\n<p>Isabel Arends zingt als eerste sopraan bij  zangvereniging Vivace uit Schipluiden. Zij woont in Den Haag met haar  man en twee kinderen (acht en drie jaar oud).<br \/>\n<strong>Principes van  de groene chemie<\/strong><\/p>\n<p>\u2022 voorkom afval<\/p>\n<p>\u2022 maak  chemicali\u00ebn en producten veiliger<\/p>\n<p>\u2022 maak chemische synthese  minder giftig<\/p>\n<p>\u2022 gebruik hernieuwbare grondstoffen<\/p>\n<p>\u2022 maak  gebruik van katalysatoren<\/p>\n<p>\u2022 vermijd het ontstaan van bijproducten<\/p>\n<p>\u2022  gebruik grondstoffen zo effici\u00ebnt mogelijk<\/p>\n<p>\u2022 gebruik veilige  oplosmiddelen en reacties<\/p>\n<p>\u2022 verbruik minder energie<\/p>\n<p>\u2022 maak  afbreekbare producten<\/p>\n<p>\u2022 controleer processen continu om  vervuiling te voorkomen<\/p>\n<p>\u2022 reduceer de kans op ongelukken<\/p>\n<p>++<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/archief\/artikel\/-mensen-zijn-mijn-belangrijkste-product\/17791\" target=\"_blank\"><em>Zie ook website TU<\/em><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delta 11, 3 april 2008, interview prof. Isabel Arends &#8216;Mensen zijn mijn belangrijkste product&#8217; Met haar intreerede over groene chemie en enzymen op maat, profileert hoogleraar Isabel Arends zich als een idealistische wetenschapper, die niets minder beoogt dan een ombuiging van de huidige chemische industrie naar een duurzame bedrijfstak die natuurlijke grondstoffen gebruikt en liefst [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-770","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delta"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/770","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=770"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/770\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":771,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/770\/revisions\/771"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=770"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=770"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=770"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}