{"id":753,"date":"2008-02-14T10:33:50","date_gmt":"2008-02-14T10:33:50","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=753"},"modified":"2010-07-05T12:25:48","modified_gmt":"2010-07-05T12:25:48","slug":"plan-lievense-was-bedoeld-voor-kernenergie-de-topconferentie-winnen-met-water-van-het-innovatieplatform-presenteerde-vorige-week-een-serie-grootse-waterbouwkundige-plannen-van-tulpeiland-tot","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=753","title":{"rendered":"&#8216;Plan Lievense was bedoeld voor kernenergie&#8217;"},"content":{"rendered":"<p><em>Delta 6, 14 feb 2008, wetenschap<\/em><\/p>\n<h3><em> <\/em><strong>&#8216;Plan  Lievense was bedoeld voor kernenergie&#8217;<\/strong><\/h3>\n<p>De topconferentie  &#8216;Winnen met Water&#8217; van het Innovatieplatform presenteerde vorige week  een serie grootse waterbouwkundige plannen: van Tulpeiland tot  energiebassins. Oude wijn in nieuwe zakken of daadwerkelijke innovatie?  De economische haalbaarheid beslist.<!--more--><\/p>\n<div id=\"attachment_754\" style=\"width: 490px\" class=\"wp-caption alignnone\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" aria-describedby=\"caption-attachment-754\" class=\"size-full wp-image-754 \" title=\"wetenschap_40_06\" src=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2010\/07\/wetenschap_40_06.jpg\" alt=\"\" width=\"480\" height=\"286\" \/><p id=\"caption-attachment-754\" class=\"wp-caption-text\">plan Lievense<\/p><\/div>\n<p>Voor prof.drs.ir. Han Vrijling en ir. Hans van Duivendijk (beiden van de  sectie waterbouwkunde, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen)  was de presentatie een grote d\u00e9j\u00e0 vu. Ze waren in 1985 al betrokken bij  de berekening van haalbaarheid van het plan Lievense, een energiebuffer  in het Markermeer. Dat was toen economisch onrendabel, en volgens hen is  daar weinig aan veranderd. Niettemin verschijnt het plan Lievense in  verschillende variaties steeds weer op tafel.<\/p>\n<p>In 1981  presenteerde ir. J.W. Lievense zijn geruchtmakend plan voor een  energiebuffer. Het was bedoeld om de vari\u00ebrende elektriciteit van  windmolens op te slaan om daarmee de inpassing van windenergie in het  elektriciteitsnet te vereenvoudigen. Lievense ontwierp een 12 meter hoge  ringdijk in het Markermeer met 400 windmolens van 1 tot 1,5 megawatt op  de rand. In tijden van weinig vraag en veel wind zou de elektriciteit  van de molens gebruikt worden om water vanuit het Markermeer in het  stuwmeer te pompen. Wanneer de vraag naar stroom stijgt, kan het water  via turbines uitstromen. Zo vlakt dit energiebassin de grilligheid van  de windenergie af.<\/p>\n<p>&#8220;Dat was het offici\u00eble verhaal naar de media,&#8221;  zegt Han Vrijling nu. &#8220;Maar eigenlijk ging het om de opslag van  goedkope kernenergie.&#8221; Kerncentrales draaien het goedkoopst op vol  vermogen. Met de overtollige energie zou &#8216;s nachts het energiebekken  volgepompt worden, om overdag gebruikt te kunnen worden. Het principe  heet pompaccumulatie of PAC en heeft een cyclusrendement van 70 tot 85  procent. Ongeveer 20 procent van de elektriciteit gaat dus verloren,  maar dat was niet het belangrijkste bezwaar. Dat waren de bouwkosten van  5 miljard gulden (in 1985) en het risico op een tsunami over het  IJsselmeer.<\/p>\n<p>In een herziene versie was de ringdijk van het plan  Lievense van 12 meter hoog met een diameter van 20 kilometer veranderd  in 80 meter hoog en 5 kilometer doorsnede. &#8220;Het gaat om de hoogte maal  de hoeveelheid water&#8221;, legt Vrijling uit. &#8220;Dan kun je beter de hoogte  vergroten, want dan heb je minder water nodig voor dezelfde energie.  Maar daarmee kwam wel het tsunamigevaar, want als die dijk doorbrak, dan  had je een prachtige vloedgolf die .zoefff &#8211; over het IJsselmeer trok.&#8221;<\/p>\n<p>Alleen  voor de opslag van goedkope kernenergie zou de aanleg lonend zijn. Maar  toen in 1986 de kerncentrale in Tsjernobyl plofte was die optie van de  baan. Vrijling: &#8220;Het ging toen niet door vanwege de economische  haalbaarheid. Dat zul je nu ook weer zien.&#8221;<\/p>\n<p>De huidige plannen  zijn gedeeltelijk variaties op het plan Lievense en betreffen daarnaast  ook getijdencentrales. De nieuwste versie van het plan Lievense (van  Kema en ingenieursbureau Lievense in Breda) is een valmeer. Hans van  Duivendijk: &#8220;Dat is een pompaccumulatie die omgekeerd werkt. Je maakt  een kuil in de zee, je pompt het water eruit en als je die laat  vollopen, levert dat weer energie op. Er is iets van 40 meter  hoogteverschil tussen de bodem van de kuil en het zeeniveau. De  generatoren staan onderin de put.&#8221; Een put heeft in vergelijking met een  ringdijk \u00e9\u00e9n duidelijk voordeel; een dijkdoorbraak levert geen tsunami  op. Drie verschillende locaties doen de ronde: voor de Brouwersdam,  buitengaats van Den Helder en in het IJsselmeer.<\/p>\n<p>Twee andere  plannen, van prof.dr. Wubbo Ockels (L&amp;R) en van ingenieursbureau  Alkyon, betreffen getijdencentrales. In tegenstelling tot de  pompaccumulatiesystemen die alleen voor opslag dienen, produceren  getijdencentrales netto elektriciteit. Bij vloed stroomt water van zee  door een dam in een bassin, en bij eb stroomt het weer naar buiten.  Beide stroombewegingen drijven turbines aan. De grootste  getijdencentrale (240 megawatt) werkt sinds 1960 in Frankrijk bij La  Rance. Het verschil tussen eb en vloed is daar 5 meter bij dood tij en  wel 18 meter bij springtij. Andere getijdencentrales zijn gebouwd in  onder meer Canada, Rusland en Korea. Van Duivendijk: &#8220;Dat zijn allemaal  gebieden met een groot verval (verschil tussen eb en vloed, red.).  Gemiddeld moet je vijf tot zes meter hebben. De eerste meter ben je al  kwijt om de turbine \u00faberhaupt aan het draaien te krijgen. Dat halen we  in Nederland van z&#8217;n levensdagen niet. Dus moet er enorm veel subsidie  bij om het rendabel te maken.&#8221;<\/p>\n<p>Vrijling vult aan dat er naar  aanleiding van Kamervragen tot twee maal toe is bestudeerd of turbines  in de Oosterscheldekering rendabel groene energie konden winnen. Het  antwoord was neen. &#8220;Het zou de dam bijna twee maal zo duur gemaakt  hebben, en het leverde te weinig op. Je zou enorme turbines nodig hebben  vanwege de grote hoeveelheid water, maar het hoogteverschil is hooguit  anderhalve meter.&#8221;<br \/>\n<strong>Afsluitdijk<\/strong><\/p>\n<p>Niettemin  willen zowel Wubbo Ockels als ir. Robert Steijn (Alkyon) een  getijdencentrale bouwen bij de Afsluitdijk. Ockels plant een tweede  Afsluitdijk ten noorden van de eerste, en cre\u00ebert daarmee een langgerekt  Hollands stuwmeer. Bijkomend voordeel is een vrije Superbusbaan op de  buitenste dijk. Alkyon projecteert een ringvormige dijk ten zuiden van  de Afsluitdijk. Met een knipoog naar de bouwer en bedenker van de  Afsluitdijk, ir. Cornelis Lely in 1932, noemt Alkyon het pan WaterLely.  Het zoute binnenmeer in het zoete IJsselmeer fungeert als stuwmeer.<\/p>\n<p>Dat  het verval van hooguit anderhalve meter te beperkt zou zijn voor  economisch rendabele elektriciteitsopwekking, berust volgens Rob Steijn  op achterhaalde kennis. Hij verwijst naar het bedrijf Nijhuis Pompen  b.v. in Winterswijk dat speciale turbines ontwikkelt voor kleine  hoogteverschillen. Een halve meter verval is al genoeg, zegt Steijn.<\/p>\n<p>Dergelijke  pompen spelen ook een rol in het plan voor een T-vormige getijdendam  van circa dertig kilometer, loodrecht op de kust. Opkomend en afgaand  getij stuwt op tegen die dam. Turbines in de dam zouden maar liefst tien  procent van het nationale elektriciteitsverbruik kunnen leveren, stelt  Alkyon in een artikel (2005) over Dynamic Tidal Power (DTP) voor een  Europese conferentie over golf- en getijdenenergie in Glasgow.<\/p>\n<p>&#8220;De  plannen komen allemaal weer terug,&#8221; constateert Vrijling. Hij zal samen  met Hans van Duivendijk met Ockels samenwerken aan diens plan voor de  tweede Afsluitdijk, en met het Zeeuwse energiebedrijf Delta aan een  getijdencentrale in de Grevelingen. &#8220;Als er nou toch iemand naar moet  kijken, dan maar iemand die er iets van weet,&#8221; vindt Van Duivendijk.<\/p>\n<p>Over  de aanleg van energiebassins lijken de deskundigen het wel eens: niet  doen. Opslaan kan beter in bergachtige gebieden in Noorwegen. De 700  megawatt NorNed kabel tussen Eemshaven en Kvinesdal, Noorwegen, komt dit  jaar in bedrijf. Over de mogelijkheid van getijdencentrales lopen de  meningen nog uiteen. Van Duivendijk: &#8220;Ik heb wel meer studies gedaan  waar ik in het begin niet in geloofde. Dat werd dan soms een schitterend  project.&#8221;<\/p>\n<p>(Artist impression: Rudolf Das voor KEMA)<\/p>\n<p>++<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/archief\/artikel\/-plan-lievense-eigenlijk-bedoeld-voor-kernenergie\/17639\" target=\"_blank\"><em>Zie ook website TU<\/em><\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delta 6, 14 feb 2008, wetenschap &#8216;Plan Lievense was bedoeld voor kernenergie&#8217; De topconferentie &#8216;Winnen met Water&#8217; van het Innovatieplatform presenteerde vorige week een serie grootse waterbouwkundige plannen: van Tulpeiland tot energiebassins. Oude wijn in nieuwe zakken of daadwerkelijke innovatie? De economische haalbaarheid beslist.<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-753","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delta"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/753","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=753"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/753\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":835,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/753\/revisions\/835"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=753"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=753"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=753"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}