{"id":726,"date":"2007-11-08T09:42:16","date_gmt":"2007-11-08T09:42:16","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=726"},"modified":"2010-07-05T09:45:37","modified_gmt":"2010-07-05T09:45:37","slug":"de-paradox-der-duurzaamheid","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=726","title":{"rendered":"De paradox der duurzaamheid"},"content":{"rendered":"<p><em>Delta 33, 08 nov 2007, reportage <\/em><\/p>\n<p><strong>De  paradox der duurzaamheid<\/strong><br \/>\nDuurzaamheid zit niet in ons  systeem. Dat stelde prof.dr.ir. Saul Lemkowitz bij de opening van het  duurzaamheidssymposium &#8216;Sustainable Solutions, Focus on Africa&#8217;. Een  duurzame vorm van kapitalisme zal afgedwongen moeten worden.<em><br \/>\nDelta 33, 08 nov 2007, reportage <!--more--><\/em><\/p>\n<p>Lemkowitz is hoogleraar duurzaamheid en risicobeheersing aan de afdeling  chemische technologie van de faculteit Technische Natuurkunde (TNW).De  huidige duurzaamheidsdiscussie doet hem denken aan de eisen voor betere  risicobeheersing in de chemische industrie, twintig jaar geleden. De  ontsnapte gifwolk in Bhopal (India, 1984) die duizenden mensen het leven  kostte, had zo veel publieke verontwaardiging opgeroepen dat men  maatregelen eiste. Bedrijven schreeuwden moord en brand en vreesden dat  hun producten door de veiligheidsmaatregelen te duur zouden worden. Dit  bleek uiteindelijk mee te vallen en de industrie is door nieuwe  wetgeving en verplichte veiligheidseisen een stuk veiliger geworden.  Probleem opgelost.<\/p>\n<p>De huidige uitdaging van duurzaamheid is een  stuk complexer, want duurzaamheid gaat in tegen ons economische systeem,  zegt Lemkowitz. &#8220;Een cultuur die is gebaseerd op wetenschap,  technologie en kapitalisme moet altijd blijven groeien. Zonder groei  ontstaat instabiliteit. De enorme economische groei in China wordt  ondanks de milieubezwaren toegejuicht, omdat hij stabiliteit brengt.  Maar een oneindige groei op een eindige planeet kan niet duurzaam zijn.  Onze paradox is dat we onze eigen kapitalistische cultuur zo moeten  hervormen dat de marktwerking duurzame technologie bevoordeelt.&#8221;<br \/>\n<strong>Ontkenning<\/strong><\/p>\n<p>Technologie  is geen wondermiddel. De impact (I) van de mensheid op de omgeving is  volgens het zogenaamde IPAT-model een combinatie van de grootte van de  bevolking (Population), het welvaartspeil (Affluence) en de technologie  (T). Men zegt vaak dat betere technologie de milieuschade beperkt, maar  volgens Lemkowitz is dat maar in beperkte mate het geval. Zo is in de  afgelopen tweehonderd jaar de wereldbevolking zes maal groter geworden  en de welvaart is met een factor zestien gestegen. Het gecombineerde  effect is een honderd maal zwaardere belasting voor de omgeving. Het  energiegebruik is in dezelfde periode een factor zes effici\u00ebnter  geworden. Dat is een hele prestatie, maar desondanks is de CO2-uitstoot  met een factor zestien gegroeid. Tegen zoveel groei is geen technologie  opgewassen. Tot voor kort werden de milieuproblemen &#8216;afgewenteld&#8217; op  ontwikkelingslanden die zelf nauwelijks broeikasgassen produceerden.  Maar met China en India in opkomst is ontkenning van de  duurzaamheidcrisis niet langer mogelijk: het broeikaseffect manifesteert  zich, plant- en diersoorten sterven massaal uit en grondstoffen raken  uitgeput.<\/p>\n<p>Technologie mag dan geen wondermiddel zijn, we kunnen  niet meer zonder. &#8220;Technologie is onmisbaar. Zonder technologie zouden  duizenden mensen in ziekenhuizen overlijden en miljoenen anderen zouden  enkele dagen later verhongeren,&#8221; betoogt Lemkowitz. Wat duurzaamheid zo  ingewikkeld maakt, is dat technologie maar een deel van de puzzel is, en  vaak het eenvoudigste deel. Technologie functioneert altijd in een  context van een natuurlijke en culturele omgeving. Denk bij natuurlijke  omgeving aan het klimaatprobleem, milieuvervuiling en grondstoffen en  bij culturele omgeving aan wetgeving en economie. Beleid stuurt zowel de  natuurlijke als de culturele omgeving en de technologie en is daardoor  het aangewezen middel om niet-duurzaamheid aan te pakken. Bijvoorbeeld  door de verborgen kosten door te berekenen. Lemkowitz stelt dat als alle  externe kosten van benzine doorberekend worden (van verkeersdoden, via  klimaatverandering tot kosten van de oorlogvoering in Irak), de  benzineprijs in de VS met 260 procent zou stijgen. Dan zouden zuiniger  auto&#8217;s opeens wel interessant worden, net als biologische brandstoffen  en zelfs alternatieve vervoersmiddelen.<\/p>\n<p>In Afrika spelen op het  gebied van duurzaamheid nog extra problemen, zoals de aids-epidemie,  malaria, burgeroorlogen, handelsbarri\u00e8res en corrupte overheden. Als de  natuurlijke en culturele omgeving dermate ontwricht is, kan duurzame  technologie weinig uitrichten, stelt Lemkowitz.<\/p>\n<p>Het doorberekenen  van milieueffecten (internalisering van externe kosten, zoals dat in de  economie heet) is volgens Lemkowitz een eerste voorwaarde om met  niet-duurzame technologie\u00ebn af te rekenen. Maar uiteindelijk is een  diepere, culturele omslag onontbeerlijk voor duurzaamheid. Niet alleen  voor corrupte regimes in Afrika, maar net zo goed voor diegegenen die  het dogma van de eeuwige groei aanhangen.<br \/>\n<strong>Projecten<\/strong><\/p>\n<p>Techniek  zou dus alleen duurzaam kunnen zijn in evenwicht met de natuurlijke en  culturele omgeving. Uit het aanbod van lezingen over de hoofdthema&#8217;s  water, energie, voedsel &amp; gezondheid en infrastructuur zocht de  redactie naar zo concreet mogelijke projecten (zie kaders). Hoe zien die  projecten eruit in het perspectief van Lemkowitz?<\/p>\n<p>Volgens Yacob  Mulugetta (Centre for Environmental Strategy, Universiteit van Surrey)  gebruikt in Afrika de rijkste 10 procent van de bevolking 90 procent van  de energie. De aangeboden energietechnologie sluit niet goed aan bij de  culturele omgeving, waardoor de technologie voor de meesten  onbereikbaar blijft. Qua natuurlijke omgeving is zonne-energie in Kenia  natuurlijk wel op z&#8217;n plaats.<\/p>\n<p>De inspanningen van Friesland Foods  om een eiwitdrank met voedingssupplementen te ontwikkelen voor de  armsten, zijn gericht op een goede culturele inpassing. Zowel in de  plaatselijke cultuur door grondige inventarisatie van de wensen van de  beoogde klanten, alsook in economische zin. \u201cZonder winst geen duurzame  oplossingen,\u201d betoogt ir. Geert Verhoeven. Maar een goede inpassing in  de natuurlijke omgeving is minder evident. De onderneming verscheept  eiwitbronnen en producten desnoods de halve wereld over. Verhoeven  maakte geen melding van het gebruik van lokale eiwitten, terwijl je toch  ook kunt voorstellen dat je de mensen daar een kudde geiten onder de  hoede geeft.<\/p>\n<p>Het fietsenproject van dr. Peter Cox uit Chester zit  als een cultureel maatkostuum. Het biedt werkgelegenheid, goedkoop  transport en een ontmoetingspunt. De fiets is bovendien onschadelijk  voor de natuurlijke omgeving. Cox&#8217; roep om meer onderzoek en beter  toegespitste technologie lijkt dan ook gerechtvaardigd. De fiets is,  waarschijnlijk vanwege zijn bescheiden imago, al te vaak een stiefkindje  in de ontwikkeling.<\/p>\n<p>De &#8216;Duurzame Dorpen&#8217; in Afrika tot slot,  volgen een behoedzame koers in dialoog met de bewoners en gebruikers.  Daardoor werken ze aan een goede culturele inbedding. Door gebruik te  maken voor natuurlijke hulpbronnen als UV-licht, zonnewarmte, wind en  schelpdieren lijken de ingenieurs ook oog te hebben voor de inpassing in  de natuurlijke omgeving. De economische levensvatbaarheid van  verschillende oplossingen moet nog wel blijken.<\/p>\n<p>&#8216;Winststreven of  charitas?&#8217; was ook het dilemma dat discussieleider prof dr.ir. H. de  Jonge bij het slotdebat van het symposium opwierp. De kwestie bleef  onopgelost. Winst speelde in ieders opvatting wel een rol. Ir. Geert  Verhoeven van Friesland Foods, die het bedrijfsleven in het panel  vertegenwoordigde, noemde het \u201cuiteindelijk\u201d behalen van winst zelfs  \u201cbelangrijk\u201d. Hij kreeg daarvoor bijval van verschillende deelnemers uit  de zaal. Zonder winst geen duurzaamheid, was hun stelling.<\/p>\n<p>Maar  winst voor wie? Daarover bleef veel onduidelijk. Een deelnemer bracht  naar voren dat alleen partnerschap tussen buitenlandse investeerders en  lokale starters tot succes zouden kunnen leiden. Voor anderen was ook  dat niet voldoende. Panellid prof. dr. Wubbo Ockels. \u201cIk ben geen  econoom. Maar wat versta je onder winst?\u201d bracht hij in het midden.  Vooruitgang voor stammen in Afrika en een duurzame ontwikkeling van de  samenleving horen daar ook bij, vond hij. Dr. A.P.R. Visser, die namens  het Ministerie van buitenlandse zaken in het panel optrad, waarschuwde  voor het streven naar efficiency, dat kenmerkend is voor westerse  ondernemingen. \u201cHet is voor multinationals meestal niet effici\u00ebnt om in  kleine sectoren te werken, terwijl we dat voor duurzame ontwikkeling in  Afrika juist zo belangrijk vinden.\u201d Ockels stelde dat beperkingen moeten  worden opgelegd aan de vrije markt: \u201cZorg eerst dat de overheid en de  overheidsinstellingen goed werken. Dan pas kun je verder werken aan  duurzame ontwikkeling.\u201d<\/p>\n<p>De TU Delft laat zich intussen niet  ontmoedigen en gaat door op het duurzame pad. In zijn slotspeech gaf  Hans van Luijk het college van bestuur, waaruit hij begin 2008 vertrekt,  een advies mee voor de komende jaren. De TU moet volgens hem doorgaan  met het opnemen van Afrikaanse studenten, zoals de groep van 25  studenten die dit jaar hier te gast zijn. Ook zou de TU moeten doorgaan  met het zenden van Delftse studenten naar Afrika in minimaal drie  duurzaamheidsprojecten per jaar. Ten slotte stelde hij voor over twee  jaar een vervolgsymposium te houden waar wordt ge\u00ebvalueerd wat is  bereikt, en waar nieuwe plannen worden gesmeed.<br \/>\n<strong>Duurzame  energie is voor de rijken<\/strong><\/p>\n<p>Yacob Mulugetta,  vertegenwoordiger van het Centre for Environmental Strategy, windt er  geen doekjes om. Betrokken overheidsorganen, bedrijven en  kennisinstellingen moeten stoppen met het afschuiven van  verantwoordelijkheden en zelf actie ondernemen. Alleen dan kan de  toepassing van duurzame energie in Afrika van de grond komen.<\/p>\n<p>Op  dit moment wordt in veel Afrikaanse landen negentig procent van de  energie gebruikt door de rijkste tien procent van de bevolking. De  minder gefortuneerden hebben nauwelijks toegang tot moderne brandstoffen  en elektriciteit. Zij zoeken noodgedwongen hun heil in vervuilende  energiebronnen. Door deze grote groep duurzame energie aan te bieden,  wordt hun levensstandaard verhoogd en de vervuiling beperkt.<\/p>\n<p>Mulugetta  gelooft in kleinschalige projecten, ontwikkeld vanuit  bevolkingsperspectief. Het duurzaam winnen en toepassen van houtskool,  zoals dat al gebeurt in Brazili\u00eb, zou hij graag toegepast zien in  Afrika. &#8220;Houtskool is populair onder Afrikanen, omdat het weinig rookt  en veel warmte ontwikkelt. Als zij gebruik maken van duurzaam gewonnen  houtskool en koken op energiezuinige komfooren, kan de CO2-uitstoot  sterk worden verminderd.\u201d<\/p>\n<p>Ook voor zonnecellen ziet Mulugetta  goede mogelijkheden. In Kenia werden al eerder 200 duizend huishoudens  met succes voorzien van zonne-energie. Wel merkt Mulugetta op dat vooral  relatief rijke mensen gebruik maken van deze energiebronnen. Jammer,  vindt hij, maar zeker geen reden om te stoppen met het onderzoek.<\/p>\n<p>Als  derde wijst Mulugetta op het gebruik van biobrandstoffen, zoals  biodiesel van plantaardige olie. Toepassing hiervan op kleine schaal  heeft bewezen voordelen voor de lokale bevolking. Nadelen van  biobrandstoffen zijn de onbekende milieueffecten en het inzetten van  kostbare landbouwgrond voor brandstoffen in plaats van voor voedsel.<\/p>\n<p>Mulugetta  ziet kansen voor Afrika, maar benadrukt dat succes boeken niet  eenvoudig is. Alleen voldoende geld en een gezamenlijke  duurzaamheidsagenda van alle partijen kunnen de duurzame toekomst van  Afrika veiligstellen.<br \/>\n<strong>Healthdrinks voor Boppers<\/strong><\/p>\n<p>De  welvaartsverdeling ziet eruit als een piramide: veel hebben weinig  geld, en weinigen hebben veel. Tegenover de Quote 500 staan vier miljard  mensen die rond moeten komen van twee dollar per dag. Mensen aan de  bodem van de piramide (BoP) hebben niet veel uit te geven, maar ze zijn  wel talrijk. &#8220;Wij beschouwen die mensen als belangrijke klanten,&#8221; zegt  Geert Verhoeven van Friesland Foods. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in  zuivel met vertegenwoordigingen in Europa, het Midden-Oosten,  West-Afrika en Zuidoost-Azi\u00eb. Op het duurzaamheidssymposium vertelde hij  hoe Friesland Foods heeft geprobeerd een gezondheidsdrank op de markt  te zetten voor de armste doelgroep die zoiets het hardst nodig heeft.<\/p>\n<p>Om  te weten hoe de klant denkt, moet je hem leren kennen. Dus toog een  groep onderzoekers naar sloppenwijken in Indonesi\u00eb, Vietnam en Nigeria,  omdat daar een derde van de stadsbevolking leeft. Ze praatten er met  bewoners en bezochten scholen. &#8216;Deep listening&#8217; heet deze techniek.  Intensief, vond Verhoeven het veldonderzoek, maar hij had -anders dan  zijn gesprekspartners- de zekerheid dat hij na enkele weken weer zou  terugkeren naar de luxe aan de top van de piramide. Het onderzoek wees  uit dat er behoefte is aan een smakelijke eiwithoudende drank voor  schoolkinderen voor 4 eurocent per portie.<\/p>\n<p>Dat bleek een zware  opgave. Eiwitten uit melk en soja zijn te duur. Andere eiwitbronnen  zoals rupsen, biergerst of algen leveren weliswaar goedkope  grondstoffen, maar hebben een dure opwerking nodig. Om kort te gaan: het  is niet gelukt om een eiwitdrankje te ontwikkelen dat kostendekkend aan  de armsten verkocht kan worden. Verhoeven: &#8220;Om duurzaam te zijn, moeten  je oplossingen gebaseerd zijn op gezonde economische principes.&#8221; Je  moet dus winst kunnen maken. Daarvoor is het nodig om nog goedkopere  eiwitbronnen te ontwikkelen. Friesland Foods heeft voor de tussentijd  een vitaminedrankje ontwikkeld met een beetje eiwit. Dat wordt volgend  jaar verkocht. Aan velen, voor weinig.<br \/>\n<strong>Ga toch fietsen<\/strong><\/p>\n<p>De  ontwikkeling van fietsen en fietsinfrastructuur is een uitstekende  manier om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Dat werkt ook in Afrika,  betoogt Dr. Peter Cox van de University of Chester. Hij waarschuwt tegen  het denkbeeld dat mobiliteit problematisch is zolang er een tekort aan  bestaat: \u201cHypermobiliteit is een minstens zo groot probleem, zeker uit  het oogpunt van duurzaamheid.\u201d Hij pleit dan ook voor een inhaalslag in  ontwikkelingsregio&#8217;s die de in de ontwikkelde wereld verspilde jaren van  auto-overheersing mijdt. De ontwikkeling van door mensenkracht  aangedreven voertuigen biedt die mogelijkheid.<\/p>\n<p>Fietsen maken,  verkopen en onderhouden biedt werkgelegenheid. Cox vertelt over een  trainingsprogramma in Afrika waarbij aan lokale gemeenschappen twee  containers ter beschikking worden gesteld: \u00e9\u00e9n met fietsen en \u00e9\u00e9n met  een werkplaatsinrichting. Mensen leren er het vak van fietsenmaker mee.  Maar er gebeurt meer. Een van de containers wordt vaak omgebouwd tot  kantine: de fietsenwerkplaats wordt een sociaal ontmoetingspunt. Zo  levert het een ontwikkelingsmodel op dat in Afrika uitstekend kan  werken, meent Cox, die zich voorstelt als socioloog, fietsontwerper en  activist voor &#8216;langzaamverkeerinfrastructuur&#8217;.<\/p>\n<p>Dat de fiets  duurzaam is, hoeft Cox in rijwielminnend Nederland niet uit te leggen.  Maar waarom is er nergens ter wereld een technische universiteit te  vinden . de TU Delft uitgezonderd . waar de ontwikkeling van de fiets  tot vak is verheven? Knutselen aan fietsen is hoofdzakelijk het werk van  eenlingen in hobbyschuurtjes. Daardoor zijn innovatieve fietsen als  lichte bakfietsen, ligfietsen, hybride fietsen en fietstaxi&#8217;s onnodig  duur. Industrie\u00ebn, overheden en ontwerpers zouden de vernieuwing van het  voertuig en de bijbehorende infrastructuur serieus moeten aanpakken om  het als duurzaam middel van vervoer aantrekkelijk te maken, vindt Cox.  \u201cIn de ontwikkeling van vliegtuig en auto is de afgelopen honderd jaar  constant geherinvesteerd. Het is nu hoog tijd om daar de ontwikkeling  van de fiets niet alleen aan toe te voegen, maar ervoor in de plaats te  stellen.\u201d<br \/>\n<strong>Water brengt mensen samen<\/strong><\/p>\n<p>Vindingrijkheid  kan de Delftse natte ingenieurs niet ontzegd worden. Denk aan de  waterpiramide die laatst langs de A-13 stond; een door windenergie  aangedreven ontziltingsinstallatie; waterzuivering met schelpen in  Suriname; onderzoek in Bangladesh waar Delftenaren met arsenicum  vervuild water filteren, of een project dat gebruikmaakt van de  bacteriedodende werking van de UV-stralen uit het zonlicht.<\/p>\n<p>Maar  zetten dergelijke projecten ook zoden aan de dijk? Over die vraag  discussieerden tijdens het lustrumsymposium tientallen Afrikaanse  onderzoekers van het pan-Afrikaanse onderzoeksnetwerk &#8216;Waternet&#8217;. In een  videoconferentie proberen zij gezamenlijk vorm te geven aan het project  &#8216;Duurzaam Dorp&#8217;. De geestelijke vader van dit concept, prof. dr.ir.  Huub Savenije van Civiele Techniek en Geowetenschappen, wil projecten  die nu verspreid over het continent plaatsvinden bundelen in een aantal  dorpjes in Afrika. Tevens moet de samenwerking met de Afrikaanse  collega&#8217;s versterkt worden.<\/p>\n<p>Dergelijke &#8216;Duurzame Dorpen&#8217; zouden  een soort proeftuin kunnen worden voor Delftse ingenieurs. &#8220;Water zal  wel het hoofdthema zijn&#8221;, verwacht de waterbouwkundige Prof.dr.ir. Nick  van de Giesen, die het project samen met Savenije trekt. Daarnaast  zullen er studenten werken aan huisvesting, energie en telecommunicatie.<\/p>\n<p>&#8220;Water  is voor veel zaken van belang, zoals gezondheid, landbouw en ook voor  de economie van een dorp. Waterproblematiek brengt daardoor veel mensen  samen.&#8221; De samenwerking met Afrikaanse collega&#8217;s en dorpelingen is  volgens Van de Giesen van groot belang om missers zoveel mogelijk te  voorkomen. &#8220;Je moet al in een vroeg stadium je uitvinding testen en  weten hoe dorpelingen er tegenover staan. In West-Afrika vinden mensen  water met een rook of kleismaakje lekker, maar in Zimbabwe willen ze  juist smakeloos water.\u201d<\/p>\n<p>Over ongeveer een half jaar verwacht Van  der Giesen dat het project handen en voeten krijgt. &#8220;We hebben al drie  dorpen op het oog, twee in Tanzania en een in Zuid Afrika.&#8221;<\/p>\n<p>Tekstbijdragen  van Tomas van Dijk, Frans Godfroij, Arjanne van der Plas en Jos  Wassink.<\/p>\n<hr \/>\n<p><a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/archief\/artikel\/de-paradox-van-duurzaamheid\/17307\" target=\"_blank\">Zie ook website TU<\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delta 33, 08 nov 2007, reportage De paradox der duurzaamheid Duurzaamheid zit niet in ons systeem. Dat stelde prof.dr.ir. Saul Lemkowitz bij de opening van het duurzaamheidssymposium &#8216;Sustainable Solutions, Focus on Africa&#8217;. Een duurzame vorm van kapitalisme zal afgedwongen moeten worden. Delta 33, 08 nov 2007, reportage<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-726","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delta"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/726","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=726"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/726\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":727,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/726\/revisions\/727"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=726"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=726"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=726"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}