{"id":717,"date":"2007-10-30T15:02:30","date_gmt":"2007-10-30T15:02:30","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=717"},"modified":"2010-07-04T15:11:26","modified_gmt":"2010-07-04T15:11:26","slug":"door-intelligentie-omringd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=717","title":{"rendered":"Door intelligentie omringd"},"content":{"rendered":"<p><em>Delta 30, 11 okt 2007, reportage<\/em><\/p>\n<p><strong>Door  intelligentie omringd<\/strong><\/p>\n<p>We staan op de drempel van een  informatica-walhalla, waar iedereen het middelpunt vormt van zijn  hoogstpersoonlijke netwerk, voortdurend in verbinding met anderen. Het  begrip staat modieus bekend als Ambient Intelligence, letterlijk: een  intelligente omgeving. Wat is er waar van de hype? Wat is er al? En wat  kunnen we nog verwachten?<!--more--><em>Achterin de taxi kijkt John zijn PDA (personal digital assistant)  strak aan. Het apparaatje scant zijn gezicht en floept aan.  Gezichtsherkenning gelukt. John schakelt over naar het grotere scherm in  de hoofdsteun voor zich en zet de muziek aan. Het netwerk stelt hem  voor om de nieuwste uploads aan te schaffen. Terwijl de MP3-speler  bijgevuld wordt, ziet John dat er niemand thuis is (Susan is not home.  Jack is not home) en checkt vervolgens zijn e-mail. Niks bijzonders.  Even nog een filmpje programmeren op de recorder thuis vanavond en dan  bellen. &#8216;Hello Bob, how are you?&#8217; Op het schermpje achter het hoofd van  de taxichauffeur verschijnt een fris geschoren Bob. De toekomst is  gearriveerd.<\/em> <em>(Scene uit PNP2008 demofilm &#8216;Always at Home&#8217; op  www.freeband.nl)<\/em><\/p>\n<p>&#8220;Emile Aarts bedacht rond 2000 het concept <em>&#8216;Ambient  Intelligence&#8217;<em> <\/em><\/em>,&#8221;, herinnert prof. dr. ir. Patrick Dewilde  zich. Vlak voor zijn pensioen geldt Dewilde als nestor op het gebied van  de intelligente communicatie. Regelmatig breekt er een brede glimlach  door onder zijn korte witte baard wanneer hij bedenkt dat de  werkelijkheid nog altijd een beetje achterblijft bij de droom van een  wereld met probleemloze, alom aanwezige en onbeperkte communicatie zoals  die in visionaire boeken beschreven is. Dewilde is meer een realist.<\/p>\n<p>Dezelfde  idee &#8211; dat computers almaar kleiner en goedkoper zouden worden en  overal verspreid zouden raken en dat ze bovendien in continu contact met  elkaar zouden staan &#8211; is onder verschillende namen bekend geworden. Op  de TU sprak men rond 1995 over Ubicom, voor <em>ubiquitous<\/em> (alomtegenwoordige) communicatie. Het verst terug leidt het spoor naar  het wetenschappelijk hoofd van het Xerox Palo Alto Research Center  (PARC), Marc Weiser, die in 1991 de term <em>ubiquitous computing<em> <\/em><\/em> lanceerde. Hij zag de computer als wegwerpartikel: &#8220;Op de lange termijn  zullen PC en werkstations wegkwijnen omdat er overal toegang zal zijn  tot informatie: in de muren, op je pols en op weggooicomputers die als  kladpapiertjes gebruikt zullen worden.&#8221;<\/p>\n<p>Inmiddels hebben de  eerste computers van de zogenaamde derde generatie (ingebouwd en in  contact met elkaar) hun intree gedaan. Sommige auto&#8217;s schudden de  bestuurder wakker wanneer diens ogen even dichtvallen. Ook zijn er  bewakingscamera&#8217;s die pas signaal geven als zich een agressieve  confrontatie voordoet.<\/p>\n<p>In het rapport &#8216;Ambient Intelligence &#8211;  Toekomst van de zorg of zorg van de toekomst&#8217; signaleert het Rathenau  Instituut dat deze derde generatie computers wel eens een grote rol  kunnen gaan spelen in de toekomst van de zorg. &#8220;Immers,&#8221; zo stellen de  auteurs, &#8220;een slimme omgeving weet niet alleen dat er mensen aanwezig  zijn, maar ook wie, en met welke emoties, behoeften en bedoelingen. Dat  gebeurt allemaal zonder dat de gebruiker er moeite voor hoeft te doen.  Die eigenschappen komen goed van pas om zorgdiensten te automatiseren.&#8221;  Vandaar dat in de literatuur over <em>Ambient Intelligence<em> <\/em><\/em> zorg en gezondheid vaak als toepassingsgebieden worden aangewezen. Het  Rathenau Instituut dringt in haar rapport aan op een debat, omdat de  introductie van deze technologie niet aan de markt kan worden  overgelaten. De onderzoekers citeren de hoofdredacteur van het  filosofisch getinte computerblad Wired, Bill Joy: &#8220;We worden in de 21ste  eeuw gelanceerd zonder plan, zonder besturing en zonder remmen.&#8221; Waarna  hij zich afvraagt of we de controle nog kunnen herwinnen.<br \/>\n<strong>Boodschap<\/strong><\/p>\n<p>Dr.Jan  Gerrit Schuurman, experimenteel cognitief psycholoog en hoofdauteur van  het Rathenau-rapport, en elektrotechnicus dr.ir. Ferial Moelaert-El  Hadidy werken beiden bij het Telematica Instituut in Enschede. Ferial  Moelaert is als onderzoeker betrokken bij het Europese Cogknow-project,  dat geheugensteuntjes probeert te ontwikkelen voor licht demente  bejaarden (zie kader). Drie landen doen er aan mee: Ierland, Zweden en  Nederland. Afgelopen zomer hebben uit elk van deze landen zes  proefpersonen en hun begeleiders kennis gemaakt met de apparatuur: een  platte tabletcomputer en een PDA-achtig apparaat. Hoewel de echte proef  nog moet beginnen (volgend jaar) en er nog gewerkt wordt aan een  rapportage, wil Ferial Moelaert wel vertellen over de eerste  kennismaking. Daaruit blijkt dat de visionaire toekomst nog wat banale  hobbels te overwinnen heeft. Zo blijkt alleen een boodschap in het  display onvoldoende om iemand te helpen herinneren. Daar moet geluid  bij, een triller of lichtsignalen. Inschakelen van de stereo met het  apparaatje is handig, maar er moet wel meer keuze in zenders mogelijk  zijn. Het apparaat geeft alarm bij een open achterdeur. Maar wanneer  moet dat precies? In elk geval niet op een zomerse namiddag. Bovendien,  misschien moeten er ook wel sensors op de koelkastdeur en op het fornuis  (voor als dat blijft branden). De onderzoekers beraden zich nu op de  vraag welke opties nuttig zijn voor de gebruikers en welke overbodig.<\/p>\n<p>&#8220;Ouderen  willen geen zorg, ze willen contact,&#8221; zegt Jan Gerrit Schuurman. Dat  gaat door simpelweg iemands foto aan te klikken op het apparaat . Veel  moeilijker mag het ook niet worden. &#8220;Vijf knoppen is te veel. Met een of  twee kunnen ze wel overweg.&#8221; Simpele bediening vereist slimme  technologie. &#8220;Het is een paradox,&#8221; zegt Schuurman. &#8220;Hoe complexer de  technologie, hoe eenvoudiger de bediening kan zijn. Een complex apparaat  wijst op een beperkte technologie.&#8221;<br \/>\n<strong>Interpreteren<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;Intelligentie  is een groot probleem\u201d, beaamt Patrick Dewilde. &#8220;We zijn kennelijk niet  intelligent genoeg om te weten wat intelligentie eigenlijk is. Echt  intelligente systemen zijn nog zeldzaam. Neem een programma als Word.  Daarin probeert de ingebouwde intelligentie al sinds tien jaar te  interpreteren wat de gebruiker bedoelt. En elke keer wanneer het  programma ingrijpt denk je: weg met dat ding! Het is een mooi ideaal,  sense and sensibility &#8211; de lijfspreuk van Philips-topman Kleisterlee &#8211;  maar kijk eens naar de knoppen op een afstandsbediening of op een  apparaat. Allemaal intelligentieproblemen.&#8221;<\/p>\n<p>Natuurlijk zijn er  ook voorbeelden van gelukte intelligentie. De webinterface,  bijvoorbeeld. &#8220;Waarom zijn niet alle apparaten ingericht zoals hypertext  op internet? Hoofdmenu, submenu&#8217;s, je gaat erin omlaag en weer terug  omhoog. Bij apparaten kun je denken aan de iPod. Een iPod werkt gelijk  een webinterface.&#8221;<\/p>\n<p>Ook Schuurman komt met Apple op de proppen als  het om intelligente apparaatjes gaat: &#8220;Neem de iPhone. Dat is een  perfecte boekhouder van al je contacten en dat doet&#8217;ie op een  transparante manier, zodat je toegankelijk houdt met wie je regelmatig  contact onderhoudt. Dat vereist slimme technologie, maar als gebruiker  merk je er niks van. Als je het ziet denk je: Natuurlijk, zo moet je dat  doen.&#8221;<\/p>\n<p>Apple wordt vaak genoemd als voorbeeld van intelligente  interfaces. \u201cDaar denkt men vanuit de gebruiker\u201d, antwoordt Schuurman.  Dat klinkt als een clich\u00e9, maar door de ervaringen met het  Cogknow-project weet Schuurman hoeveel tijd en inspanning het kost om  werkelijk te achterhalen wat de gebruiker wil en hoe die denkt. &#8220;Het is  makkelijk te zeggen, maar moeilijk om te doen.&#8221;<\/p>\n<p><em><em> <\/em><em>Wanneer  John de huisdeur nadert, klikt het deurslot open; sleutels zijn niet  meer nodig in de moderne tijd. De televisie knippert &#8216;John, you have  messages.&#8217; John pakt een beeldscherm op schoot om zijn post door te  nemen en schakelt zijn MP3-speler naar de stereoinstallatie. De camera  aan de deur meldt dat er twee bezoekers zijn geweest en toont de  beelden. De wasmachine laat weten dat &#8216;ie een reparateur gebeld heeft om  een euvel op te lossen<\/em>.<em>(Scene uit PNP2008 demofilm &#8216;Always at  Home&#8217; op www.freeband.nl<\/em>)<\/em><\/p>\n<p>&#8220;Er is een grote convergentie  gaande,&#8221; merkt Patrick Dewilde op. &#8220;Los van het idee <em>Ambient  Intelligence<em> <\/em><\/em> zijn er met name vanuit Korea apparaten op de  markt verschenen die in die visie passen. Zoals camera&#8217;s met ingebouwde  WiFi die draadloos contact maken met printers. Dat is al te koop.&#8221;  Alles convergeert naar mobiel of PDA, constateert Dewilde. Allerhande  persoonlijke functies komen samen in een draagbaar apparaat voorzien van  alle communicatiekanalen. Het is de vierde generatie in communicatie:  altijd en overal verbonden op een transparante manier zonder moeite te  hoeven doen. Je zegt gewoon: &#8216;bel Frans&#8217; en het apparaat maakt  verbinding. Onder WiFi-bereik gaat &#8216;ie skypen en buiten gaat het contact  via UMTS. Op de koop toe heeft zo&#8217;n apparaatje dan ook camera,  muziekspeler, agenda en databestanden. &#8220;Wacht vijf jaar en het is  integraal doorgedrongen. <em>It&#8217;s the way to go<\/em>. Het is  onvermijdelijk. Nieuwe standaards als Zigbee en Ultra Wide Band doen hun  intrede. Er komt een veldslag voor het beste systeem dat alles met  elkaar verbindt in de directe gebruikers- of meetomgeving. De PDA loopt  binnen en de wand verstaat hem. Zonder dat je het weet, worden agenda&#8217;s,  bestanden en adressen gesync&#8217;ed. Dat is op dit moment al verkrijgbaar.&#8221;  Geamuseerd zegt hij: &#8220;Mijn apparaten doen het alleen nog niet.&#8221;<br \/>\n<strong>Delftse  intelligentie <\/strong><\/p>\n<p>Op de faculteiten Elektrotechniek,  Wiskunde en Informatica en Industrieel Ontwerpen werken meerdere  onderzoeksgroepen aan intelligente elektronica. Secretaris van het ICT  Delft Research Centre, Drs. Laura Zondervan, stelde onderstaande lijst  op van onderwerp, contactpersoon en afdeling.<\/p>\n<p>\u2022 Personal Networks  &#8211; De mens als mobiel middelpunt van zijn communicatienet &#8211; Ignas  Niemegeers &#8211; Telecommunicatie<\/p>\n<p>\u2022 Sensornetwerken &#8211; Verspreide  sensoren werken draadloos samen &#8211; Koen Langendoen- Software Technology<\/p>\n<p>\u2022  Peer-to-peer (P2P) systems &#8211; Dataverkeer door een netwerk van  verbindingen tussen gebruikers &#8211; Henk Sips- Software Technology<\/p>\n<p>\u2022  Smart Sensor Systems &#8211; Sensoren zenden meetresultaten draadloos door &#8211;  Paddy French, Gerard Meijer &#8211; Microelektronica<\/p>\n<p>\u2022 60 Ghz  technology &#8211; Hoogfrequent draadloos netwerk met hoge datacapaciteit &#8211;  John Long &#8211; Microelektronica<\/p>\n<p>\u2022 Ultra Wide Band- Hoge capaciteit  draadloos datatransport over korte afstand &#8211; Alle Jan van der Veen &#8211;  Microelektronica<\/p>\n<p>\u2022 Multimediastandaarden &#8211; Inald Lagendijk, Jan  Biemond &#8211; Mediamatica<\/p>\n<p>\u2022 Mens-Machine Interactie &#8211; Onderzoek naar  interfaces &#8211; Catholijn Jonker, Leon Rothkrantz &#8211; Mediamatica<\/p>\n<p>\u2022  Augmented Awareness &#8211; Toepassing van omgevingsinformatie in  gebruikerscommunicatie &#8211; Huib de Ridder &#8211; Industrieel ontwerp<\/p>\n<p>\u2022  ICT for Services and management &#8211; Harry Bouwman . Informatie- en  communicatietechnologie<br \/>\n<strong>Intelligentie in laagjes<\/strong><\/p>\n<p>De  grondleggers van <em>Ambient Intelligence<em><\/em><\/em><em>,<\/em> Emile  Aarts en Stefano Marzano van Philips, onderscheidden in 2003 vijf lagen  van elektronische intelligentie.<\/p>\n<p>1. Inbedding: apparatuur is  nauwelijks meer te vinden (chip in sportschoen) en communiceert  moeiteloos (alle info over het lopen op je iPod).<\/p>\n<p>2.  Omgevingsbewustzijn: apparatuur houdt omgeving in de gaten voor  gebruiker. Voorbeeld: een hoogtealarm voor hartpati\u00ebnten.<\/p>\n<p>3.  Personalisatie: apparatuur adviseert op grond van persoonlijk profiel  over bijvoorbeeld voeding en beweging.<\/p>\n<p>4. Aanpassing: apparatuur  reageert zelfstandig op veranderende omstandigheden, dient bijvoorbeeld  medicijn toe.<\/p>\n<p>5. Anticipatie: apparatuur reageert op omgeving en  waarschuwt voor gevaar. Voorbeeld: de UV-pleister, die aangeeft wanneer  het tijd is het strand te verlaten.<br \/>\n<strong>Geheugensteuntje <\/strong><\/p>\n<p>COGKNOW  is een Europees onderzoeksproject dat hulpmiddelen wil ontwikkelen voor  licht demente bejaarden. De intelligente geheugensteuntjes moeten hen  in staat stellen langer zelfstandig te wonen. In Europa komt twee  procent van de ouderen in aanmerking voor zulke hulpmiddelen. Dat zijn  bijna twee miljoen ouderen.<\/p>\n<p>Het is de bedoeling een  &#8216;DayNavigator&#8217; te ontwikkelen die de ouderen met dagelijkse taken helpt.  De &#8216;navigator&#8217; moet helpen herinneren aan afspraken en dagelijkse  routines (koffietijd!). Sociaal contact moet erdoor vereenvoudigd  worden, bijvoorbeeld door het bellen te vereenvoudigen. Het apparaat  moet aanzetten tot dagelijkse activiteiten (&#8216;nu gaan we een  wandelingetje maken&#8217;) en het moet de veiligheid bevorderen door  bijvoorbeeld een alarm te geven wanneer de achterdeur open blijft staan.<\/p>\n<p>COGKNOW  is begonnen in september 2006, duurt 36 maanden, kost 2,66 miljoen euro  waarvan 1,89 miljoen door de Europese Commissie wordt betaald.<br \/>\n<strong>Rathenau-rapport <\/strong><\/p>\n<p>Het Rathenau Instituut in Den Haag bracht afgelopen  zomer een rapport uit over <em>Ambient Intelligence<em><\/em><\/em><em> <\/em> in de gezondheidszorg. Onder de titel &#8216;Toekomst van de zorg of zorg van  de toekomst&#8217; onderzoekt het instituut de mogelijke gevolgen van  geavanceerde computernetwerken in de zorg. Onderzoekers spraken daarvoor  met vertegenwoordigers van zorgverleners, verzekeraars, het ministerie  van volksgezondheid, welzijn en sport. Het rapport erkent dat  intelligente apparatuur ertoe kan bijdragen dat mensen langer  zelfstandig kunnen functioneren, maar signaleert ook het gevaar dat  mensen worden afgescheept met een kastje omdat dat goedkoper is dan een  wijkverpleegster. De overheid mag deze ontwikkeling niet aan de markt  overlaten, vindt het instituut. Het rapport is te downloaden van de  website.<br \/>\n<strong>Wacht eens even<\/strong><\/p>\n<p>Gaat <em>Ambient  Intelligence<em><\/em><\/em> ons gelukkig maken of aan een controleregime  onderwerpen? Innovatieconsulent Rob van Kranenburg hield er maandag een  lezing over op het lustrumsymposium van DSV Sint Jansbrug: &#8216;Perfectie,  de maakbaarheid van geluk&#8217;. Volgens Van Kranenburg zal de nieuwe  technologie onze wereld in het komende decennium ingrijpend veranderen.  Van Kranenburg studeerde Literatuurtheorie in Tilburg. Als  innovatieconsultant adviseert hij momenteel op het gebied van <em>Ambient  Intelligence<em><\/em><\/em><em> <\/em>en RFID (<em>radio frequent  identification<em><\/em><\/em> &#8211; identificatiechips met een zendertje).  Sinds 1 oktober werkt hij bij het Amsterdamse centrum voor nieuwe media  &#8216;Waag Society&#8217;.<\/p>\n<p>Intelligente omgevingen zijn een uitdaging voor  het komende decennium, zegt Van Kranenburg. Want hoe om te gaan met  chips en circuits die niet langer in een grijze kast zitten, maar die  zich nestelen in kleding, auto&#8217;s, huizen, vrieskisten, militaire  operaties, gezondheidszorg en in de logistiek van alles wat we dagelijks  kopen en verkopen?<\/p>\n<p>\u201cWe moeten nadenken over hoe we met deze  technologie omgaan,\u201d bepleit Van Kranenburg. Want hoewel gezegd wordt  dat de gebruiker centraal staat, vormen grote ondernemingen  onveranderlijk de drijvende kracht achter de techniek. \u201cDe logistiek en  de retailbranche willen zo snel mogelijk alles van RFIDs voorzien omdat  dat handig is voor de bedrijfsvoering. En Philips ziet een nieuwe markt  in de zorg voor ouderen.\u201d Maar de gebruiker wordt volgens Van Kranenburg  door die ontwikkeling gereduceerd tot een item in de databases. Als  voorbeeld noemt hij een chip in de koeling bij de C1000. Als de  temperatuur boven een drempelwaarde komt, belt de chip een medewerker.  Hoezo de gebruiker centraal? \u201cAlles is informatieruimte geworden. De  mens is met zijn biometrisch paspoort een informatieruimte, zijn auto is  een informatieruimte. Al die sensors nemen de wereld waar als database,  en dat is het probleem, want ze ontnemen daardoor het zicht op wat er  echt gebeurt. Er zijn al duizend pilots, de hele wereld komt vol te  liggen met sensoren, maar er is geen enkele verandering in de  bedrijfsmodellen die nog steeds uitgaan van negentiende-eeuwse  hebzucht.\u201d Van Kranenburg vindt dat er beter nagedacht moet worden  voordat een technologie als RFID ingevoerd wordt. Wiens belang is ermee  gediend? Wat zijn de gevolgen? Hij vindt dit soort vragen vooral van  belang voor een TU waar aan de ontwikkeling wordt gewerkt. \u201cUiteindelijk  gaat het erom welke kant we met elkaar op willen gaan,\u201d vat hij samen.  \u201cGaan we naar een maatschappij met meer solidariteit of naar een  maatschappij met meer vervreemding, waar rooksensoren op het perron de  spoorwegpolitie alarmeren als er iemand een sigaretje opsteekt?\u201d<\/p>\n<p>Op  19 en 20 oktober vindt in De Balie in Amsterdam een Seminar plaats over  RFID.<\/p>\n<p>Weblinks:<\/p>\n<p><a href=\"javascript:void(null);\" target=\"verweg\">www.freeband.nl<\/a><\/p>\n<p>Nationaal onderzoeksprogramma  intelligente communicatie<\/p>\n<p><a href=\"javascript:void(null);\" target=\"verweg\">www.rathenau.nl<\/a><\/p>\n<p>Onderzoek naar  maatschappelijke gevolgen van wetenschap en techniek<\/p>\n<p><a href=\"javascript:void(null);\" target=\"verweg\">www.telin.nl<\/a><\/p>\n<p>Telematica  Instituut doet multidisciplinair onderzoek naar ICT diensten<\/p>\n<p><a href=\"javascript:void(null);\" target=\"verweg\">www.cogknow.eu <\/a><\/p>\n<p>Europees  onderzoeksproject over zorgdiensten voor licht demente bejaarden.<\/p>\n<hr \/>\n<p><a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/archief\/artikel\/door-intelligentie-omringd\/17207\" target=\"_blank\">Zie ook website TU<\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delta 30, 11 okt 2007, reportage Door intelligentie omringd We staan op de drempel van een informatica-walhalla, waar iedereen het middelpunt vormt van zijn hoogstpersoonlijke netwerk, voortdurend in verbinding met anderen. Het begrip staat modieus bekend als Ambient Intelligence, letterlijk: een intelligente omgeving. Wat is er waar van de hype? Wat is er al? En [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-717","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delta"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=717"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":719,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/717\/revisions\/719"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=717"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=717"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=717"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}