{"id":673,"date":"2007-11-04T09:52:27","date_gmt":"2007-11-04T09:52:27","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=673"},"modified":"2010-07-04T09:53:09","modified_gmt":"2010-07-04T09:53:09","slug":"houtskool-tegen-het-klimaatprobleem","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=673","title":{"rendered":"Houtskool tegen het klimaatprobleem"},"content":{"rendered":"<p>De Pers, november 2007<\/p>\n<h2>Houtskool tegen het klimaatprobleem<\/h2>\n<p><strong>Een proces dat CO2 vastlegt, energie levert en bovendien de  landbouwproductie verbetert. Dat klinkt te mooi om waar te zijn, maar  als de Indianen het duizenden jaren al deden, waarom zouden wij dan geen  houtskool in de grond stoppen om het klimaat te redden? <\/strong><\/p>\n<p>De eerste melding van de zwarte aarde uit de Amazone, de  &#8216;terra preta do ind\u2019o&#8217;, kwam in 1870 van de ontdekkingsreiziger Charles  Orton in zijn boek The Andes and the Amazon. In 1879 beschreef de  ontdekkingsreiziger Herbert Smith vanuit de Amazone niet alleen de smaak  van tapirvlees, maar ook de vruchtbare gronden daar. Hij verbaasde zich  over de groei van suikerriet. &#8220;De plantage is een lust voor het oog,&#8221;  schreef hij over de velden van een rumstokerij. &#8220;Het riet staat meer dan  drie meter hoog en de stengels zijn polsdik.&#8221; Het geheim lag in de  grond, zo begreep hij. De zwarte aarde, terra preta, behoorde tot de  beste gronden langs de Amazone. De toplaag was tot een meter dik,  had  een fijne, losse structuur, was vochtig en kennelijk erg vruchtbaar. De  exotische grondsoort was een wonderlijk verschijnsel waarvan niemand  wist hoe die was ontstaan.<\/p>\n<p>Een kleine eeuw later was het boek &#8216;Amazon Soils&#8217; (1966) van  de Wageningse bodemkundige Wim Sombroek de eerste wetenschappelijke  studie van het onderwerp. Het verhaal gaat dat Sombroek in de jaren &#8217;50  bij zijn eerste kennismaking met de zwarte aarde in de Amazone een  deja-vu beleefde en er min of meer verliefd op werd. Sombroek had  namelijk als jongen de Hongerwinter meegemaakt en het gezin had die  overleefd dankzij de opbrengsten van een groentetuintje dat zijn vader  bemestte met ondermeer de resten van het haardvuur. Sombroek herkende in  het oerwoud de zwarte aarde uit zijn jeugd. Onderzoek van de bodem  maakte duidelijk dat de grond van het regenwoud niet alleen poedervormig  houtskool bevatte, maar ook visbeenderen en aardewerkscherven. Met  andere woorden: terra preta was geen natuurverschijnsel, maar een  nalatenschap van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking van duizenden  jaren geleden.<\/p>\n<p>De zwarte aarde is een van de aanwijzingen voor een  hoogontwikkelde Indiaanse cultuur in het Amerika van voor Columbus. In  zijn boek 1491 (Columbus ontdekte Amerika in 1492) betoogt de schrijver  Charles Mann dat Amerika destijds allesbehalve woest en ledig was. Er  leefden waarschijnlijk meer mensen dan destijds in Europa, met steden  groter dan het toenmalige Parijs. Terra preta, denkt men nu, is het  resultaat van een intensieve vorm van bodembeheer en bodemverbetering,  een noodzaak om iedereen te kunnen  voeden. Sommigen gaan zover te  veronderstellen dat een aanzienlijk deel van het regenwoud zelf eveneens  onder invloed heeft gestaan van menselijk ingrijpen. Het oerwoud als  cultureel erfgoed.<\/p>\n<p>Sinds ongeveer 10-15 jaar staat Terra Preta sterk in de  belangstelling. Aanvankelijk ging het vooral om duurzame landbouw, maar  de laatste jaren komt de betekenis van Terra Preta voor het  klimaatprobleem steeds meer naar voren.Vorig jaar kwam een groep  bodemonderzoekers op een congres in Amerika bij elkaar om terra preta in  te brengen als de nieuwste bron van biobrandstoffen en tevens remedie  tegen de klimaatverandering. Er werd een nieuwe naam voor verzonnen  (biochar) en een stichting opgericht: het internationaal biochar  initiatief (IBI).<\/p>\n<p>&#8220;Het is een beetje een hype geworden,&#8221; vindt de Wageningse  hoogleraar bodemkwaliteit Thom Kuyper. &#8220;Het is op zijn minst opmerkelijk  dat de initiatiefnemers juist uit die landen komen die weigeren het  Kyotoverdrag (voor verplichte reductie van CO2-uitstoot, red.) te  ondertekenen.&#8221;<\/p>\n<p>Voorstanders van biochar willen de CO2-uitstoot verminderen  door organische koolstof vast te leggen in de bodem. E\u017dn van de  iniatiefnemers, bodemkundige Johannes Lehmann van de Cornell  universiteit in Ithaca, New York, heeft zelfs een plan ontwikkeld om  biobrandstof te maken die CO2-negatief is. Dat is een brandstof die bij  productie CO2 onttrekt aan de atmosfeer. Dat gaat als volgt. Men neme  afvalhout uit het bos, maisstengels, snoeihout, tuinafval of oogstafval.  Dat breng je op een temperatuur van zo&#8217;n vierhonderd graden zonder dat  er zuurstof bij komt. Het afval ontleedt dan in een proces dat pyrolyse  of vergassing heet. Er ontsnappen gassen, waaronder koolmonoxide en  waterstof en er blijft een koolachtige substantie over. Uit de gassen is  biodiesel te maken door een proces dat de gasmoleculen aaneenrijgt tot  grotere moleculen van een vloeibare brandstof. De overgebleven koolstof  wordt verpulverd en in de grond gestopt als mest voor de volgende oogst.  De koolstof in de grond is dan voor honderden, misschien zelfs  duizenden jaren onttrokken aan de atmosfeer. Kortom, er is door het  gewas CO2 opgenomen uit de atmosfeer en een gedeelte daarvan komt er  niet meer in terug. Het proces legt dus netto CO2 vast en daarenboven is  er warmte en biodiesel geproduceerd uit organisch afval. Terra preta  bevat per hectare tot 150 ton meer koolstof dan andere bodems (tot 9  procent koolstof). Lehmann schat dat door de aanmaak van nieuwe terra  preta aan het einde van de eeuw jaarlijks 9,5 miljard ton koolstof  vastgelegd kan worden. Dat is meer dan wat er momenteel per jaar aan  koolstof de lucht in gaat (8 miljard ton koolstof of 28 miljard ton  CO2).<\/p>\n<p>&#8220;Het zou mooi zijn als het zo&#8217;n wondermiddel was,&#8221; reageert  Thom Kuyper. Maar hij voorziet problemen bij de opschaling. Zo is het  onbekend wat er gebeurt als je plotseling zoveel koolstof in de bodem  stopt. De indianen namen daar een of twee eeuwen de tijd voor. Het kan  best zijn dat de bodem aanvankelijk minder vruchtbaar wordt. Kuyper  heeft daarom onderzoeksaanvragen lopen om in samenwerking met  plaatselijke onderzoekers in Zuid-Amerika meer te weten te komen over de  biologie van de grond. Welke organismen leven er en wat doen die  precies?<\/p>\n<p>Een andere kwestie is de grondprijs. Stel dat biochar maken  een lucratief proces blijkt en dat ondernemingen hele stukken grond  opkopen om koolstof in op te slaan. Leidt dat tot het verdrijven van de  arme boeren uit die streek? En tot slot: waar halen we alle houtskool  vandaan? Kuyper: &#8220;Je moet er toch niet aan denken dat iemand het  Amazonewoud eerst in de fik steekt om het vervolgens onder te ploegen  als bijdrage tot het klimaatprobleem.&#8221;<\/p>\n<p>Dergelijke bezwaren weerhouden het IBI er niet van om met  evangelische gedrevenheid de beloften van hun zwarte aarde onder de  aandacht te brengen. Ze willen offici\u2018le erkenning van de  CO2-vastlegging zodat productie van biochar geld op kan brengen in het  internationale emissiehandelssysteem. Want vanaf volgend jaar gaat de  uitstoot van CO2 werkelijk geld kosten. Naar verwachting tussen 20 en 40  euro per ton. Je kunt je vakantievlucht dan compenseren door biochar te  sponsoren; een klimaatvriendelijke vorm van zwart geld.<\/p>\n<p>Weblinks:<br \/>\n<a href=\"http:\/\/www.eprida.com\/\"> www.eprida.com <\/a><br \/>\n<a href=\"http:\/\/www.biochar-international.org\/\"> www.biochar-international.org <\/a><\/p>\n<p>copyright  \u00a9 Het Inzicht \/ Jos Wassink, 2007<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De Pers, november 2007 Houtskool tegen het klimaatprobleem Een proces dat CO2 vastlegt, energie levert en bovendien de landbouwproductie verbetert. Dat klinkt te mooi om waar te zijn, maar als de Indianen het duizenden jaren al deden, waarom zouden wij dan geen houtskool in de grond stoppen om het klimaat te redden? De eerste melding [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[12],"tags":[],"class_list":["post-673","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-anders"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/673","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=673"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/673\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":674,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/673\/revisions\/674"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=673"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=673"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=673"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}