{"id":609,"date":"2002-08-26T14:55:04","date_gmt":"2002-08-26T14:55:04","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=609"},"modified":"2010-07-15T20:22:32","modified_gmt":"2010-07-15T20:22:32","slug":"de-schaduwzijde-van-de-duurzaamheid","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=609","title":{"rendered":"De schaduwzijde van duurzaamheid"},"content":{"rendered":"<p>Trouw, 28 aug. 2002<\/p>\n<p>Volgende week vliegen zo&#8217;n zestigduizend deelnemers naar Johannesburg om  te confereren over duurzaamheid. Het is natuurlijk de ironie ten top  dat er zoveel airmiles besteed worden om milieunormen te bespreken. Maar  goed, als men erin slaagt duurzaamheid steviger op de internationale  agenda&#8217;s te krijgen dan kan dat op den duur de extra milieubelasting  compenseren.<br \/>\nEen belangrijkere kwestie lijkt me de gespannen verhouding tussen  duurzaamheid en economische groei &#8211; het grondaxioma van de westerse  samenleving. Nationale economie\u00ebn moeten immers groeien, liefst met  minimaal 3% per jaar en het milieu dient daarbij gespaard te blijven.  Regeringen houden ons graag voor dat dat kan. Econoom Roefie Hueting (ex  CBS) echter bestrijdt dat -al jaren- en beschuldigt politici die  gelijktijdige economische groei en milieubehoud voorspiegelen van  volksverlakkerij.<br \/>\n&#8216;Duurzaam&#8217; is een vreemd woord dat bovendien al behoorlijk sleets aan  het worden is. Het heeft connotaties met degelijkheid, betrouwbaarheid  en het heeft daardoor een morele ondertoon. Het engelse woord  &#8216;sustainable&#8217; is preciezer, neutraler en objectiever. &#8216;To sustain&#8217;  betekent onderhouden. Duurzame productie is productie die gerealiseerd  kan worden zonder in te teren op schaarse grondstoffen en die geen  onomkeerbare schade aanricht aan de omgeving. Een productie dus die de  omgeving op kan brengen -kan onderhouden- zonder er schade van te  ondervinden.<br \/>\nOok het begrip &#8216;economische groei&#8217; kan enige verheldering gebruiken.  Het is gedefinieerd als de percentuele groei van het nationaal inkomen  (NI): de som van alle geleverde goederen en diensten van een land  verminderd met de productiekosten. Vroeger bruto nationaal produkt (BNP)  genoemd. Het begrip is ontwikkeld door Jan Tinbergen en Richard Stone  als graadmeter voor het herstel van nationale economie\u00ebn na de Tweede  Wereldoorlog. Evident dat het totaal van producten en diensten zo snel  mogelijk diende te stijgen na die periode van verwoesting. Aan het BNP  -en later het NI- is echter een halve eeuw na introductie nog steeds de  aanname verbonden van de imperatief stijgende lijn, terwijl de huidige  problemen (aantasting natuurlijke ruimte, stilte, lucht en water) heel  andere zijn dan die van tijdens het Marshall Plan. De tegenwoordige  problemen hebben meer met overproductie en -consumptie van doen dan met  schaarste. De schaarste heeft zich verplaatst van goederen naar  onaangetaste natuurlijke omgeving.<\/p>\n<p>Duurzaam gebruik van de natuurlijke omgeving en economische groei  staan met elkaar op gespannen voet. Hueting analyseerde op de afdeling  milieustatistieken van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) hoe  de verschillende economische sectoren bijdragen aan de economische groei  en tevens in hoeverre ze milieubelastend zijn. Hieruit bleek dat 70%  van de activiteiten niet of nauwelijks bijdragen aan de groei van het  nationaal inkomen. Hieronder vallen ondermeer de activiteiten van de  overheid (bestuur, rechtspraak, cultuur en onderwijs) en overige  dienstverlening. De groei van het nationaal inkomen komt vooral voor  rekening van de sector die tevens het meest milieubelastend is: de  aardolieverwerkende en petrochemische industrie, landbouw, openbare  nutsbedrijven, wegenbouw, vervoer en delfstoffenwinning. In cijfers: 30%  van de economie verzorgt 70% van de groei. Helaas is dat wel het meest  milieubelastende deel van de bedrijvigheid. Met andere woorden:  economische groei en verdere aantasting van de omgeving gaan  hand-in-hand. Groei betekent bijna altijd meer vervuiling.<br \/>\nOmgekeerd werkt bescherming van het milieu over het algemeen remmend  op de economische groei. Veelgebruikte instrumenten voor economische  milieubescherming zijn heffingen (op vervuiling) en verhandelbare  emissierechten. Beide instrumenten leiden tot de inzet van technische  maatregelen voor de beperking van de vervuiling. Dat betekent extra  productiemiddelen -dus extra kosten- voor een zelfde productie, dus  duurdere productie, ergo minder groei. Want als iets duurder wordt heeft  dat een negatief effect op het niveau van het nationaal inkomen.<br \/>\nMaar productie wordt toch steeds schoner en effici\u00ebnter? Optimisten  denken inderdaad dat nieuwe technologie productiestijging mogelijk zal  maken zonder toename in de vervuiling. De zogeheten groene Kuznets-curve  lijkt dit te illustreren: bij groeiende productie neemt de  milieubelasting aanvankelijk toe maar daarna af. Een studie aan de Vrije  Universiteit (Sander de Bruyn, juni 1997) spreekt dit echter tegen. De  Bruyn vond dat met name wat het broeikasgas CO2 betreft meer productie  nog altijd meer milieubelasting betekent. Optimisten hopen op een  technologie die voldoende schoon is, energie en grondstoffen niet  uitput, de bodem intact laat, minder ruimte inneemt en bovendien  goedkoper is dan de huidige middelen. Dat is een zware wissel op de  toekomst en eerlijk gezegd een weinig realistische verwachting.<\/p>\n<p>&#8216;De natuur is niet duur&#8217; heette het vroeger. Maar dat is niet langer  het geval. Aantasting van ruimte, water, lucht en stilte is niet langer  gratis. Vandaar dat er verschillende methoden ontwikkeld zijn om de  natuur een plek te geven binnen de economie. E\u00e9n daarvan is het duurzaam  nationaal inkomen (DNI) van Roefie Hueting. Het DNI is een maat voor de  duurzaamheid van de economie. Het is gedefinieerd als het maximale  nationale inkomen van een bepaald jaar onder strikte voorwaarde van  duurzaamheid. Bij wijze van experiment is het DNI voor het jaar 1990  berekend door het Instituut voor Milieuvraagstukken in Amsterdam. Men  ging daarbij uit van harde maxima aan de uitstoot van CO2, verzuring,  nitraat en zo meer. Productiekosten worden dan hoger door extra  uitstootbeperking. Ook productiebeperking werd doorberekend in het geval  dat een bestaande milieulimiet bereikt werd. Het resultaat was telkens  een vermindering van het nationaal inkomen als gevolg van de  milieueisen; het nationaal inkomen zou 56% lager uitvallen als aan eisen  van duurzaamheid zou worden voldaan. Het duurzaam nationaal inkomen  bedroeg dus slechts 44% van het nationaal inkomen.<br \/>\nHoe haalbaar is duurzaamheid dan eigenlijk? Hueting ziet natuurlijk  ook wel in dat een halvering van het nationaal inkomen maatschappelijk  onacceptabel is. Niettemin had hij graag gezien dat het DNI opgenomen  zou worden in de nationale jaarrekening als een soort barometer voor de  duurzaamheid. Verschil van inzicht tussen de ministeries van VROM en EZ  heeft dat in het paarse tijdperk verhinderd. Hueting had gehoopt dat met  het DNI als kompas de cijfers van NI en DNI in de loop van zeg vijftig  jaar steeds minder zouden gaan verschillen. Maar zoals het er nu  voorstaat hebben we geen idee van de duurzaamheid van de economie en  daarmee ook geen richtsnoer voor &#8216;verduurzaming&#8217;.<br \/>\nBlijft de vraag hoe zo&#8217;n duurzame economie eruit zou zien. In de  Volkskrant van 31 december 1994 is Hueting daar heel duidelijk over: &#8220;De  oplossing is de fiets in plaats van de auto, een trui in plaats van de  centrale verwarming, wintergroenten in plaats van kiwi&#8217;s en twee  kinderen in plaats van tien kinderen.&#8221; Hoewel het de volksgezondheid  waarschijnlijk ten goede zou komen ben ik benieuwd welke politicus met  zo&#8217;n scenario thuis durft te komen.<\/p>\n<p>copyright Jos Wassink, 2000<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Trouw, 28 aug. 2002 Volgende week vliegen zo&#8217;n zestigduizend deelnemers naar Johannesburg om te confereren over duurzaamheid. Het is natuurlijk de ironie ten top dat er zoveel airmiles besteed worden om milieunormen te bespreken. Maar goed, als men erin slaagt duurzaamheid steviger op de internationale agenda&#8217;s te krijgen dan kan dat op den duur de [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[20],"tags":[],"class_list":["post-609","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-trouw"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/609","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=609"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/609\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1077,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/609\/revisions\/1077"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=609"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=609"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=609"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}