{"id":591,"date":"2000-09-01T14:43:41","date_gmt":"2000-09-01T14:43:41","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=591"},"modified":"2010-07-03T14:44:53","modified_gmt":"2010-07-03T14:44:53","slug":"hoe-de-kernenergie-strandde-in-petten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=591","title":{"rendered":"Hoe de kernenergie strandde in Petten"},"content":{"rendered":"<p>Haagsche Courant 01-09-2000<\/p>\n<h2>Hoe de kernenergie strandde in Petten<\/h2>\n<p><strong> Kernenergie is dood, concludeert de Utrechtse hoogleraar energiefysica  Kees Andriesse. Dodewaard wacht op de sloop, Borssele gaat vervroegd  dicht en Kalkar is een pretpark geworden. Andriesse beschrijft de  opkomst en ondergang van kernenergie in Nederland in zijn boek  \u2018Republiek der Kerngeleerden\u2019 dat afgelopen zomer verscheen. Hierin  verhaalt hij hoe onderzoekers en ingenieurs in de beschutting van de  Pettense duinen hun projecten ontwikkelen terwijl om hen heen de  maatschappelijke weerzin tegen kernenergie groeit en die tenslotte op de  knie\u00ebn dwingt.<\/strong><\/p>\n<p>De geschiedenis van de kernenergie in Nederland valt grotendeels samen  met die van het Reactor Centrum Nederland (RCN, het latere ECN). Het  RCN, dat vanaf eind jaren vijftig in de duinen bij Petten verrees, had  tot doel een Nederlandse kernenergie-industrie tot stand te brengen. De  staat, de industrie en de elektriciteitsbedrijven waren vertegenwoordigd  in het bestuur, maar het centrum werd grotendeels (3\/4) gefinancierd  door economische zaken. Andriesse schrijft de geschiedenis van het  instituut in de periode van 1962 tot 1984, het tijdperk van  wetenschappelijk directeur Jaap Goedkoop (\u201c22 Jaar zat hij het overleg  met zijn staf voor dat geen overleg mocht heten &#8211;  bijna steeds aan het  woord, met een stugge wil om door te dringen en met een uitbrander voor  dommelaars, zo op de man dat de wakkeren er gegeneerd bij wegkeken.\u201d).<\/p>\n<p>STRALENDE TOEKOMST<\/p>\n<p>Het begon allemaal zo voorspoedig. Nadat een delegatie van het RCN in  Amerika een aantal reactoren had bekeken, begon in 1958 de bouw van de  eigen reactor in Petten. Het werd een zogeheten hogeflux reactor, een  type dat niet bedoeld is voor energieproduktie, maar voor onderzoek naar  het effect van straling op een breed scala aan materialen. Het  reactorvat  moest wegens lasfouten vervangen worden en ook de vier  kilometer lange afvalwaterpijp naar zee leverde onverwachte problemen op  (lekken en knikken), maar afgezien daarvan waren er geen kinderziektes.<br \/>\nIn 1963 is de reactor dan bedrijfsklaar. Andriesse beschrijft: \u201cWe  zien een drietal 9 meter diepe betonnen bassins, die met aluminium  bekleed en met erg schoon water gevuld zijn. In het oostelijke bassin  staat het reactorvat, een gelaste aluminium tank &#8211; 1,6 meter in  doorsnede en 5,4 meter hoog &#8211; met in het midden een vierkante doos  zonder bodem en deksel zodat het koelwater er door kan stromen. In die  doos is een reactorkern uit 81 elementen opgebouwd.\u201d Onderin het bassin  gloeit een geheimzinnig blauw schijnsel, het Tsjerenkov-licht, als teken  van de technische triomf van de beheersing van de kernkrachten.<\/p>\n<p>FLOPS<\/p>\n<p>Maar andere projecten kenden een minder fortuinlijke afloop. Zo liep  NERO (Nederlandse Eerste Reactor Ontwerp), een ontwerp voor een compacte  krachtbron voor schepen, op een fiasco uit. Hoofdrolspeler in dit  verhaal is Maarten Bogaardt, iemand die zich beseft dat kerngeleerden  als hij in de jaren zestig een ongekende vrijheid hebben en die ten  volle benut. Hij spiegelde de Marine het mooiste speeltje voor waarvan  ze konden dromen, praatte geld los in Den Haag en Brussel en liet  onderzoek doen in Delft, Eindhoven en Petten. Maar de overmaat aan  zelfvertrouwen van Boogaardt kon niet voorkomen dat er een nare fout in  het ontwerp sloop. Daardoor ontstond er, naast de reeds gerezen twijfel  over de betaalbaarheid, nu ook onzekerheid over de competentie van het  RCN en stortte het hele idee ineen.<br \/>\nEen dergelijke mislukking beleefde men ook in Arnhem, waar de KEMA al  in de jaren vijftig een zogeheten suspensiereactor wilde bouwen. Dit  was het stokpaardje van Jan Went die in Amerika had gehoord dat een  continu proces (waarbij de kernbrandstof rondgepompt wordt) de voorkeur  zou verdienen boven de bestaande opzet (waar eens in de zoveel tijd de  brandstofstaven vervangen moeten worden). Er moesten minuscule bolletjes  splijtstof gemaakt worden die niet uiteen zouden vallen en die in een  wateroplossing rondgepompt zouden kunnen worden. Andriesse beschrijft  hoe technische problemen zich opstapelden, de haalbaarheid van het  concept steeds twijfelachtiger werd en hoe de steun ervoor steeds verder  afkalfde. Jan Went moest toezien hoe zijn droombeeld in het moeras  zakte, maar bleef tot het einde toe overtuigd van het superieure  ontwerp. Maar wel als enige.<\/p>\n<p>DUMP<\/p>\n<p>Toch zijn het niet de technische mislukkingen die de kernenergie in  Nederland de das om hebben gedaan, maar het kerende maatschappelijke  tij. Zo kijkt eind jaren zestig er niemand van op dat onderzoekers zelf  splijtstofstaven gaan halen in Denemarken. Op de aanhanger achter de  Mercedes.<br \/>\nOok de dumping van radioactief afval was toen nog een zorgeloze zaak.  Riewert Sanderse, hoofd stralingscontrole dienst RCN, verklaart: \u201cIn  1970 zijn we met zeedumpingen begonnen. Het afval werd in stalen vaten  geperst, met beton gefixeerd en als deklast op een schip gezet. Als het  eenmaal op dek stond hield ons controlewerk op. Wat er op zee mee  gebeurde wisten wij niet. Het was aan de kapitein om te beslissen waar  het overboord ging. De bedoeling was wel dat het daar kilometers diep  was.\u201d<br \/>\nMaar in de loop der jaren groeit het verzet tegen dit soort  dumpingen. In 1979 organiseert Greenpeace de eerste wegblokkade, en  allengs worden de acties harder. In 1982 protesteert Greenpeace niet  alleen op de weg, maar ook op zee. Ook vallen er gewonden en voor  iedereen is het dan duidelijk dat het de laatste dumping is geweest.  Vanaf die tijd is kernafval een onontkoombaar facet van kernenergie.<br \/>\nOok politiek is dan de wind gedraaid, hetgeen blijkt uit de  naamsverandering van RCN in Energie Centrum Nederland (ECN) en de  bijbehorende verbreding van het takenpakket. Eind 1979 verrijst er een  windturbine in de duinen en daarnaast loopt er onderzoek naar  effici\u00ebntere methoden om kolen te verbranden. Nucleaire diehards moeten  zich bezig houden met alternatieve energievormen en voelen zich als   leeuwen op vegetarisch dieet. De koersverandering, die gepaard gaat met  aanzienlijke bezuinigingen, is zeer tegengesteld aan de bedrijfscultuur,  maar betekent voor de lange termijn wel de redding van het ECN omdat  het nucleaire werk snel aandeel verliest.<\/p>\n<p>MELTDOWN<\/p>\n<p>Op 28 maart 1979 valt op Three Mile Island bij Harrisburg, de koeling  van een de kernreactor uit, en smelt een kwart van de splijtstof weg.  Dit incident ondermijnt het publieke vertrouwen in kernenergie. De  geloofwaardigheid van geruststellende deskundigen (\u2018Dat kan bij ons niet  gebeuren\u2019) strandt op maatschappelijk argwaan en het scenario van het  China-syndrome (een reactorkern smelt door de grond) wordt beangstigend  re\u00ebel.<br \/>\nInmiddels is net over de grens bij Nijmegen in het Duitse Kalkar een  begin gemaakt met de bouw van een snelle kweekreactor. Deze reactor moet  niet alleen energie leveren, maar tevens splijtstof voor andere  reactoren. Maar het prestigieuze project wordt van meet af aan geplaagd  door technische problemen, begrotingsoverschrijdingen (6,5 miljard  uiteindelijk) en vergunningsproblemen. Maar de doodklap valt in april  1986 als de reactor in Tsjernobyl de lucht in gaat en kernenergie alle  publieke steun verliest. Vijf jaar van juridische touwtrekkerij volgen  nog voordat de Kalkar-eigenaren op 10 april 1991 het bijltje erbij  neergooien. En wat zelfs de grootste cynicus niet kon verzinnen  gebeurde: het complex werd opgekocht en verbouwd tot pretpark Kernwasser  Wunderland.<\/p>\n<p>Andriesse, die zelf de ommezwaai heeft gemaakt van promotor naar  criticaster van kernenergie, is erin geslaagd om de archiefstukken van  ECN tot een lopend verhaal te weven met markante hoofdpersonen. In zijn  zorgvuldig gedocumenteerde relaas laat hij zien hoe het bastion van de  kernenergie het aflegt tegen de nawee\u00ebn van de democratiseringsgolf.  Technologie, stelt Andriesse, is nooit anders geweest dan wetenschap die  uitgeleverd is aan macht. En als de macht verandert, verandert  kennelijk ook de technologie.<\/p>\n<p>\u2018De Republiek der Kerngeleerden\u2019<br \/>\ndoor C.A. Andriesse. Uitgever: Beta Text, Bergen NH<br \/>\nISBN 90 75541 05 8<\/p>\n<hr \/>\n<p>copyright  \u00a9 Het Inzicht \/ Jos Wassink, 2000<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Haagsche Courant 01-09-2000 Hoe de kernenergie strandde in Petten Kernenergie is dood, concludeert de Utrechtse hoogleraar energiefysica Kees Andriesse. Dodewaard wacht op de sloop, Borssele gaat vervroegd dicht en Kalkar is een pretpark geworden. Andriesse beschrijft de opkomst en ondergang van kernenergie in Nederland in zijn boek \u2018Republiek der Kerngeleerden\u2019 dat afgelopen zomer verscheen. Hierin [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[9],"tags":[],"class_list":["post-591","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-haagsche-post"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/591","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=591"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/591\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":592,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/591\/revisions\/592"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=591"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=591"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=591"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}