{"id":557,"date":"1999-04-03T12:42:06","date_gmt":"1999-04-03T12:42:06","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=557"},"modified":"2010-07-03T12:42:54","modified_gmt":"2010-07-03T12:42:54","slug":"de-nieuwe-taalstrijd","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=557","title":{"rendered":"De Nieuwe Taalstrijd"},"content":{"rendered":"<p><a href=\"http:\/\/www.inzicht.box.nl\/prod_art.htm\"> <\/a>ARTIKEL Hypothese, april 1999<\/p>\n<h2>De Nieuwe Taalstrijd<\/h2>\n<h3>de evolutionaire paradox van het taalorgaan<\/h3>\n<p><strong>Taalonderzoek is een populaire aangelegenheid geworden, zo bleek  vorig jaar uit het grote aantal voordrachten over taal op het  congres  van de American Association for the Advancement of Science. Merkwaardig  genoeg waren het geen taalkundigen maar biologen en hersendeskundigen  die zich waagden aan vragen als: waar zetelt taal in het brein; wat  bepaalt het verschil in taalvaardigheid tussen mens en dier en wat is de  samenhang tussen taal en denken? Taalkundigen lijken niet erg ingenomen  met deze inmengingen en de debatten zijn -ook in Nederland- dermate fel  dat de term taalstrijd op z\u00b9n plaats lijkt. <\/strong><\/p>\n<p>Het eerste strijdpunt is een definitie van taal. In het debat worden  natuurlijke en aangeleerde communicatie bij verschillende diersoorten  met elkaar vergeleken. Meerkatten bijvoorbeeld kunnen elkaar waarschuwen  met verschillende kreten voor dreigend gevaar van een roofvogel of van  een slang. Is dat een taal?  Welke communicatiekanalen hebben mensen  behalve de gesproken taal?\u00a0En in hoeverre komt die lichaamstaal overeen  met die van chimpansees? Afijn, verwarring te over en hoog tijd voor een  afbakenende definitie.<\/p>\n<p>De vermaarde taalkundige Professor Noam Chomsky (MIT, Boston), die  onlangs z\u00b9n zeventigste verjaardag vierde, reageert op de vraag naar een  definitie van taal als door een wesp gestoken: \u00b3Dat is geen  wetenschappelijke vraag. Ieder organisme heeft z\u00b9n eigen wijzen van  communicatie. Mieren bijvoorbeeld en zeehonden en alle andere complexe  organismen hebben tal van communicatiesystemen. Is dat taal?\u00a0Wie weet.  Allerhande diersoorten hebben verschillende systemen en de een is niet  een primitievere versie van de ander. De systemen zijn gewoonweg anders  en onderlinge vergelijking is derhalve onzinnig.\u00b2<\/p>\n<p>Evolutionisten daarentegen gaan uit van grote continu\u00efteit in  verschillende levensvormen. Op grond van grote genetische overeenkomst  tussen mens en chimpansee (98,5%) verwachten zij ook parallellen in de  verschillende communicatiesystemen.<\/p>\n<p>Etholoog Frans de Waal (Emory University, Atlanta) is een expert  op het gebied van het gedrag van chimpansees en hij definieert taal als  \u00b3een set van willekeurige symbolen die op een bepaalde manier  gerangschikt moeten worden.\u00b2 Volgens die definitie hebben meerkatten  geen taal omdat er geen grammatica is. Ook chimpansees komen met hun  (natuurlijke) communicatie niet voor de classificering \u0152taal\u00b9 in  aanmerking omdat ze gebruik maken van gelaats- en lichaamsuitdrukkingen  en niet van abstracte symbolen. In kunstmatige taalexperimenten blijken  ze daar echter wel toe in staat en dit verschijnsel is een krachtige  drijfveer achter de huidige taalstrijd.<\/p>\n<p>Centraal in het debat tussen taalkundigen en biologen staat het  zogeheten taalorgaan. Chomsky introduceerde het eind jaren vijftig en  tot op de huidige dag wordt het taalorgaan beschouwd als het  grondsysteem van de menselijke taalverwerving. Chomsky verbaasde zich  over de vanzelfsprekendheid waarmee jonge kinderen taal leren en met  name over hun onwaarschijnlijke gevoel voor grammatica. Hij concludeerde  dat het vermogen om taal aan te leren aangeboren moest zijn en noemde  dit het taalorgaan.<\/p>\n<p>Voor taalkundigen is het taalorgaan de scheidslijn tussen mens en  dier. Evolutionisten daarentegen verwijten Chomsky dat hij met het  taalorgaan het probleem van de taalverwerving niet opgelost, maar  slechts benoemd heeft. Hersendeskundigen willen bovendien weten waar in  het brein het taalorgaan zich zou bevinden. Hun bevindingen wijzen  namelijk uit dat verschillende in het brein verspreide centra bij taal  betrokken zijn en dat lijkt niet te sporen met het idee van \u00e9\u00e9n  taalorgaan. De Amerikaanse neuroloog Terrence Deacon (Boston  University), die de evolutie van hersenen en taal onderzoekt, stelt  zelfs dat het taalorgaan strijdig is met de evolutieleer: \u00b3Het idee van  een taalorgaan suggereert een uniek deel van het brein dat op  taalverwerving gericht is. De anatomie van het brein wijst daar niet op:  het menselijk brein heeft geen structuren die ons onderscheiden van  andere primaten. De verhoudingen zijn anders en het volume is drie keer  groter maar er zijn geen nieuwe delen.\u00b2<\/p>\n<p>Volgens Prof. Jan Koster van de afdeling Algemene  Taalwetenschappen in Groningen is Deacons conclusie voorbarig. In  Groningen maakt men zelf ook afbeeldingen van taalactiviteit in de  hersenen en weet men dus dat taal inderdaad niet tot \u00e9\u00e9n centrum beperkt  is, maar het gevolg van de wisselwerking tussen afzonderlijke  \u0152modules\u00b9. Koster is dan ook niet gelukkig met de term \u0152taalorgaan\u00b9 die  \u00e9\u00e9n gespecialiseerd centrum suggereert. Zelf vat hij de term op als  \u0152halve metafoor\u00b9 die niet losstaat van de betrokken hersenstructuren,  maar er ook geen adequaat beeld van geeft.<\/p>\n<p>De huidige taalstrijd staat bekend als het continu\u00efteitsdebat en  draait om het dilemma van het taalorgaan. Als het taalorgaan een uniek  menselijke verworvenheid zou zijn, is het strijdig met de evolutie en  als het niet uniek menselijk is, dan zou ook de nauwverwante chimpansee  sporen van taalverwerving moeten vertonen. Ironisch in dit debat is dat  Chomsky, als vader van het taalorgaan waarop de controverse zich  toespitst, zich nadrukkelijk buiten de discussie houdt. Er is helemaal  geen debat, verklaart Chomsky luchtig. \u00b3Er is een ideologische doctrine  die stelt dat er continu\u00efteit moet zijn en niemand vecht dat aan omdat  het zinloos is.\u00b2<\/p>\n<p>Een uitgesproken voorstander van het continu\u00efteitsbeginsel is  Prof. Duane Rumbaugh van het Language Research Institute in Atlanta.  Samen met z\u00b9n vrouw Sue Savage-Rumbaugh leidt hij het onderzoek naar  taalvaardigheid bij bonobo\u00b9s, een aan chimpansees verwante apensoort.  Sue vertelt dat onlangs \u00e9\u00e9n van de apenverblijven is gerenoveerd en dat  ze een discussie had met de bonobo Kanzi over zijn terugkeer. Hij wilde  wel terug, maar dan alleen met de hele familie bij wie hij in de  tussentijd verbleef. Toen Sue hem had uitgelegd dat daar geen ruimte  voor was, koos hij ervoor om in het andere apenverblijf z\u00b9n intrek te  nemen. In discussie met een aap? In het Language Research Center is dat  de dagelijkse praktijk.<\/p>\n<p>Apen hebben geen menselijke taal, benadrukt Duane Rumbaugh. \u00b3Maar  als je kijkt welke facetten van taal ze wel beheersen, kan ik je tien,  twintig zaken noemen: ze kunnen dingen benoemen; ze kunnen om iets  vragen; ze kunnen hun sociale gedrag met symbolen benoemen; ze kunnen  vertellen wat ze gaan doen of wat er gisteren gebeurd is. In  tegenstelling tot wat we tot tien jaar geleden in de literatuur schreven  zijn ze daar wel degelijk toe in staat.\u00b2<\/p>\n<p>Het verschil in inzicht tussen toen en nu is veroorzaakt door  Kanzi. Tot tien jaar geleden was het de gewoonte om apen vanaf de  leeftijd van vier jaar taaltraining te geven waarbij ze de verbinding  moesten leren tussen (een plaatje van) een voorwerp, een gesproken woord  (de naam van het voorwerp) en een abstract symbool op een toetsenbord.  Jongere apen werden ongeschikt geacht voor de training omdat ze zich  niet kunnen concentreren. Zo ook Kanzi, die door toevallige  omstandigheden de trainingen bijwoonde die z\u00b9n moeder kreeg. Het was net  een klein kind, herinnert Rumbaugh zich glunderend. \u00b3Hij maakte  iedereen gek, stal z\u00b9n moeders voedsel, klom op haar hoofd en rende over  het toetsenbord heen-en-weer.\u00b2 De verrassing kwam drie jaar later toen  Kanzi aan de beurt was voor taaltraining en toen bleek dat hij alle  symbolen al kende. \u00b3Toen we hem testten van plaatje naar symbool, van  symbool naar plaatje, van spraak naar symbool of van spraak naar plaatje  bleek hij dat allemaal al te kennen. En dat zonder training!\u00b2 De  conclusie was dat apen die jong opgroeien in een omgeving met taal,  spontaan taal leren. Alsof ook zij een taalorgaan hebben.<\/p>\n<p>Er is overlap en er is geen overlap, meent Koster. Zaken als  indelen in categorie\u00ebn komen ook in het dierenrijk voor, maar de  structuur van onze taal is volstrekt uniek. \u00b3Vergelijk de woorden in een  verhaal maar met kralen aan een ketting. Net als bij een fraai gemaakte  ketting is er sprake van patronen. Op grote schaal en op meerdere  onderliggende schalen. In de taalkunde noemen we dat de hi\u00ebrarchische  structuur.\u00b2 Daarnaast is ieder woord te vervangen door een uitbreiding.  Het woord \u0152Jan\u00b9 kan vervangen worden door \u0152de vader van Jan\u00b9 of \u0152de  zwager van de vriend van Jan\u00b9 zonder dat de zinsstructuur wordt  aangetast. Een eigenschap die in vakjargon bekend staat als recursie.  Hi\u00ebrarchie en recursie zijn typerende kleinigheden met enorme gevolgen  voor de flexibiliteit en de kracht van taal. \u00b3Bij dieren vindt je daar  nul komma nul van terug\u00b2 aldus Koster.<\/p>\n<p>Ongehinderd door deze taalkundige verworvenheden ziet Deacon  sterke parallellen in de taalverwerving bij jonge bonobo\u00b9s en jonge  kinderen. \u00b3Kinderen leren taal op een leeftijd dat ze weinig anders  kunnen leren. Rekenen leren of de namen van de presidenten van de VS te  onthouden is op die leeftijd onmogelijk, maar een gecompliceerd systeem  als taal leren ze moeiteloos.\u00b2 Bij Kanzi ziet Deacon een soortgelijk  fenomeen. Het lijkt erop dat Kanzi de taaltraining zo makkelijk oppikte  juist omdat hij zo jong was. De paradox is dus dat taal gemakkelijk  geleerd wordt op een leeftijd dat het individu nog niet goed leren kan,  en dat dat later moeilijker wordt.<\/p>\n<p>Wat is er zo bijzonder aan taal dat het juist in de onrijpe  periode van het brein het best beklijft? Deacons verklaring hiervoor is  net zo origineel als gedurfd. Grammatica is volgens hem de vorm van taal  die het best aanslaat bij jonge hersenen. Hij ziet taal als een soort  virus dat zich nestelt in het brein. In de co-evolutie van taal en  brein, redeneert hij, is een vorm van taal ontstaan die makkelijk aan te  leren is en zich derhalve vroeg kan nestelen in de hersenen. Anders  gezegd voegt taal zich naar het (jonge) menselijk brein en zijn de  hersenen gevormd onder de evolutionaire druk van taal. De door de  taalkundigen opgestelde universele grammatica (grammaticale regels die  voor alle talen gelden) is volgens die visie een afspiegeling van de  manier waarop een jong brein leert.<\/p>\n<p>Wie weet, reageert Prof. Jan Koster. \u00b3Het is een interessante   gedachte, maar ga dat maar eens concreet maken.\u00b2 Daarvoor zou er een  verband aangetoond moeten worden tussen de leereigenschappen van een  jong brein en de basisstructuren van de grammatica. En dat ontbreekt  volledig. Voor Koster kenmerkt het hele idee van een taalvirus zich  daarom door een groot gebrek aan concreetheid.<\/p>\n<p>Deacon irriteert taalkundigen nog meer door te stellen dat niet de  door hen gekoesterde grammatica het primaat van de taal heeft, maar de  symbolische betekenis van woorden: \u00b3Hoe woorden betekenen wat ze  betekenen, hoe ze betrekking hebben op elkaar en op de werkelijkheid.\u00b2  Woorden hebben vaak geen directe betrekking op de werkelijkheid, want de  meeste woorden verwijzen alleen naar andere woorden. Er zijn dus  verschillende niveaus van referentie waardoor een krachtige indirecte  referentie ontstaat. Dat te beheersen vereist volgens Deacon een sprong  in de logica, een inzicht, die voor (andere) dieren nauwelijks haalbaar  is. Blijkens de experimenten in het Language Research Center zijn apen  in staat tot symbolische referentie, maar in vergelijking met de mens  komen ze er niet ver mee.<\/p>\n<p>Ook etholoog Frans de Waal (Emory University, Atlanta) denkt dat  apen in beperkte mate kunnen abstraheren:\u00a0\u00b3Taal is ook een manier van de  werkelijkheid verwerken, te absorberen en erover na te denken en in  hokjes in te delen. En in hokjes indelen dat kunnen apen ook, dat weten  we uit bepaalde experimenten.\u00b2 Koster ziet ook het talent voor  classificeren in het dierenrijk -bijvoorbeeld bij postduiven- maar  benadrukt het totale gebrek aan iets vergelijkbaars met de grammatica  van de menselijke taal.<\/p>\n<p>Ondanks de weerzin van taalkundigen pleiten biologen en  neurowetenschappers voor een bredere opvatting van taal en voor  vergelijking van taalvaardigheden bij aap en mens. Hun doel is  ambitieus: via de taal willen ze zicht te krijgen op het menselijk  denken. In feite gaat de wetenschappelijke taalstrijd dus niet over  taal, maar over een beter begrip van het ontstaan en het functioneren  van het menselijk brein. Het een vraagstelling in de filosofische  traditie van Locke, Hume, Kant en Hegel die het bewustzijn trachtten te  doorgronden. De huidige onderzoekers benaderen het brein met anatomische  kennis en snelle hersenscanners. Aan de andere kant lijken ook de  taalkundige begrippen hi\u00ebrarchie en recursie iets fundamenteels over het  denken aan te tippen. Een overkoepelende benadering zit er echter  vanwege de breedte van het onderwerp en door de heersende animositeit  niet in.<\/p>\n<p>copyright  \u00a9 Het Inzicht \/ Jos Wassink, 1999<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>ARTIKEL Hypothese, april 1999 De Nieuwe Taalstrijd de evolutionaire paradox van het taalorgaan Taalonderzoek is een populaire aangelegenheid geworden, zo bleek vorig jaar uit het grote aantal voordrachten over taal op het congres van de American Association for the Advancement of Science. Merkwaardig genoeg waren het geen taalkundigen maar biologen en hersendeskundigen die zich waagden [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[12],"tags":[],"class_list":["post-557","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-anders"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/557","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=557"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/557\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":559,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/557\/revisions\/559"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=557"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=557"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=557"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}