{"id":408,"date":"1995-05-16T12:36:31","date_gmt":"1995-05-16T12:36:31","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=408"},"modified":"2010-07-03T10:31:19","modified_gmt":"2010-07-03T10:31:19","slug":"is-daar-iemand","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=408","title":{"rendered":"IS DAAR IEMAND ?!"},"content":{"rendered":"<p>ARTIKEL Haagsche Courant 16-05-1995<br \/>\nIS DAAR IEMAND ?!<\/p>\n<p>Prof. W de Graaff:<br \/>\n&#8220;Het zou mij verbazen als er geen buitenaards leven bestaat&#8221;<\/p>\n<p>&#8220;Snel vooruit naar \u00e9\u00e9n miljard jaar na Christus. Langs de kust van  een oceaan van vloeibaar methaan, onder een ondoordringbaar oranje  wolkendek, loopt een wezentje. Het stopt, bukt en vindt een klein  diamanten schijfje. Beschermd onder het glimmende oppervlak staat in  piepkleine lettertjes een boodschap. Afkomstig van de planeet Aarde.&#8221;<\/p>\n<p>Aldus begon het blad New Scientist het bericht dat er binnenkort een  boodschap aan buitenaardse wezens verstuurd zal worden. Een diamanten  schijfje ter grootte van een rijksdaalder, met ingegraveerde lettertjes  van een duizendste millimeter groot, wordt in 1997 met de Huygens  ruimtesonde gelanceerd met bestemming Titan, een maan van Saturnus.  Volgens plan zal het verkenningstoestel er in 2004 een zachte landing  uitvoeren. Het kleinood aan boord van de sonde wacht dan als een soort  poste restante totdat een ontvanger zich meldt. Maar zijn er wel  ontvangers en zullen die zich ooit melden?<\/p>\n<p>Emeritus hoogleraar Prof. Dr. W. de Graaff leidde vanaf 1961 het  laboratorium voor ruimteonderzoek van de Universiteit Utrecht, waar met  name onderzoek gedaan wordt naar ultraviolet- en R\u00f6ntgenstraling van  hemellichamen. Daarnaast heeft hij naar eigen schatting zo1n 500  lezingen gegeven over ruimtevaart, sterrenkunde en buitenaards leven.  Dat laatste noemt hij &#8220;een pure liefhebberij&#8221;. Bij de amateur-astronomie  vereniging Stichting De Koepel echter, waarvan De Graaff voorzitter is,  oogst hij bewondering met de manier waarop hij wetenschappelijk denken  combineert met een zeer open en tolerante houding tegenover het  onbekende. Wat denkt iemand met zo1n reputatie over het plan om een  boodschap van de aarde achter te laten op Titan?<\/p>\n<p>De Graaff: &#8220;Er zijn wel meer van dat soort boodschappen verzonden. Ik  herinner me dat ze in \ufffd74 met de nieuwe radiotelescoop van Arecibo op  Puerto Rico drie minuten lang een morse boodschap verzonden hebben naar  een sterrenstelsel dat 24.000 lichtjaar bij ons vandaan staat. (1  lichtjaar = de afstand die het licht met een snelheid van 300.000 km\/sec  in \u00e9\u00e9n jaar aflegt, dat is iets minder dan tien-duizend-miljard  kilometer, jw). Als ze die boodschap daar inderdaad ontvangen, is dat  over 24.000 jaar. Dan moeten ze daar wel radio ontvangen, en toevallig  net die drie minuten hun antennes onze kant op gericht hebben \u00e8n het  signaal als &#8216;intelligent&#8217; herkennen. Dat is al aardig onwaarschijnlijk,  maar stel d\u00e0t. Stel dan ook eens dat ze een boodschap terugsturen, dan  bereikt die over nog eens 24.000 jaar de aarde. Dan zouden mensen op  aarde er over zo1n vijftigduizend jaar aan moeten denken om hun radio1s  af te stemmen op een eventueel antwoord van enkele minuten. Nee, dan is  zo1n schijfje re\u00ebler. Dat is geen communicatie, alleen maar informatie.&#8221;<br \/>\nHet schijfje is ondermeer gericht aan intelligent leven dat zich  mogelijk op Titan zou ontwikkelen. Maar volgens De Graaff is die aanname  op z1n zachtst gezegd speculatief voor een maan met een atmosfeer  bestaand uit stikstof en methaan en een gemiddelde temperatuur van ruim  170 \u00b0C onder nul. Bovendien zou voor het lezen en begrijpen van zo1n  boodschap het leven op Titan een hoge graad van ontwikkeling bereikt  moeten hebben en er is niets dat daar op wijst, integendeel. &#8220;Maar wie  weet,&#8221; vervolgt hij met pretoogjes, &#8220;is er wel intelligent leven en  krijgen we binnenkort de boodschap terug: &#8216;Hou je rotzooi bij je&#8217;.&#8221;<br \/>\nOok Extra Terrestrials van buiten ons zonnestelsel die Titan zouden  bezoeken lijken De Graaff geen erg waarschijnlijke optie: &#8220;Als je van  buitenaf dit zonnestelsel binnenkomt, en je zou een beetje rond kunnen  kijken, dan is Titan toch niet de eerste keuze om op te landen. M\u00f2chten  ze daar al toe beslissen, dan zouden ze op dat hele oppervlak toevallig  net dat muntje moeten vinden dat wij er ooit neergelegd hebben. Ach,  kom!&#8221;<br \/>\nIs het hele project dan een onwaarschijnlijk verhaal van een dolle  ruimtekunstenaar? Wat kan de motivatie zijn om zo1n diamanten munt naar  Titan te schieten als naar alle waarschijnlijkheid niemand &#8216;m ooit terug  zal vinden? Prof de Graaff hoeft daar niet lang over te denken: &#8220;PR.  Het spreekt tot de verbeelding van mensen, en daar moet je tegenwoordig  wel op inspelen om geld voor je onderzoek te krijgen. Wetenschappelijk  heeft zo1n boodschap de laagste prioriteit, maar het zorgt wel voor  publiciteit. En de kosten zijn laag: zo1n honderdduizend gulden op een  totaal budget van vijf miljard. 1\/50 promille, dat is toch alleszins  redelijk.&#8221;<\/p>\n<p>NIET ALLEEN<\/p>\n<p>Als je er over nadenkt is het onwaarschijnlijk dat er alleen op aarde  leven zou zijn ontstaan. De zon is slechts \u00e9\u00e9n van de ruim honderd  miljard sterren die de melkweg vormen en het heelal telt vele miljarden  van dergelijke sterrenstelsels. Vanaf Gallileo heeft de wetenschap  herhaaldelijk laten zien dat de aarde geen bevoorrechte plaats innneemt  in het heelal, onze intu\u00eftie ten spijt. Dus waarom zou dat wat betreft  de ontwikkeling van leven wel zo zijn?<br \/>\nAlleen is het moment dat een intelligente levensvorm bestaat, die in  staat is tekenen van leven te verzenden of te ontvangen, een zeer korte  flits in het bestaan van een planeet. Het leven op aarde bijvoorbeeld  heeft zich heel langzaam ontwikkeld. De mens bestaat op z&#8217;n best enkele  miljoenen jaren terwijl de Aarde zo&#8217;n 4,5 miljard jaar oud is. De  periode van het menselijk leven beslaat dus nog geen promille van de  leeftijd van de Aarde. En pas sinds een paar eeuwen zijn we in staat om  serieus te denken over, en onderzoek te doen naar onze plaats in het  heelal. De periode dat er op aarde serieus over buitenaards leven  gedacht kan worden, is dus nog geen tienmiljoenste deel van de leeftijd  van ons zonnestelsel.<br \/>\nBovendien is de tijd dat we tot zulke wetenschappelijke activiteiten in  staat zijn naar alle waarschijnlijkheid beperkt, stelt De Graaff. &#8220;Want  met onze technologische ontwikkeling zijn ook de mogelijkheden tot  zelfdestructie toegenomen. Of zoals de Duitse astronoom Sebastian von  Hoerner zei: &#8216;Ik hoop dat de groene mannetjes nog even wegblijven, want  ik zou ze niet kunnen uitleggen hoe het kan dat we slim genoeg zijn om  een atoombom te maken en tegelijk dom genoeg om het te doen ook.'&#8221;<\/p>\n<p>De radio-astronoom Francis Drake heeft een formule opgesteld voor de  kans dat er tegelijk met ons ook elders technologisch hoog ontwikkelde  beschaving bestaan. Hij stelt daarvoor vier voorwaarden op en komt  daarmee op een schatting van het aantal planeten waar gelijktijdig  intelligent leven voorkomt.<br \/>\nDe eerste voorwaarde is dat een geschikt zonnestelsel planeten moet  hebben. De tweede voorwaarde is dat zo&#8217;n planeet levensvatbaar moet  zijn. Als derde beperking gaat hij uit van een beperkte duur van zo&#8217;n  technologische beschaving. Drake stelt die levensduur op 1000 jaar.  Tenslotte moet zo&#8217;n buitenaardse cultuur in de tijd samenvallen met onze  fase van ontwikkeling, want anders hebben wij de middelen en de kennis  niet om iets van hen te vernemen. Met die aannames komt hij op een  schatting van duizend plaatsen voor gelijktijdig intelligent leven  binnen ons melkwegstelsel alleen.<br \/>\nAangemoedigd door deze schatting zijn de Amerikanen in 1985 van start  gegaan met het META-project (Mega channel Extra Terrestrial Assay) dat  gericht luistert naar radiosignalen die wijzen op buitenaards leven.<br \/>\nDe Graaff: &#8220;Ze luisteren op acht miljoen kanalen en analyseren die  signalen op regelmaat. Periodieke signalen -zoals morseboodschappen-  worden automatisch herkend. Verder is de gevoeligheid zo hoog dat ook  gewone radio- en televisiesignalen vanaf een andere planeet ontdekt  zouden worden. De Aarde zou zich voor META als een grote zoemende  bijenkorf manifesteren. Desondanks is er in de afgelopen tien jaar nog  niets gevonden wat op buitenaards leven wijst.&#8221;<br \/>\nDaaruit kan overigens niet geconcludeerd worden dat &#8216;er niets is&#8217;. De  enige gevolgtrekking is dat er zich binnen een afstand van tien  lichtjaar van de aarde geen beschavingen bevinden die van radiogolven  gebruik maken in het onderzochte frequentiegebied.<\/p>\n<p>ONBEREIKBAAR<\/p>\n<p>Overtuigd als hij is van het bestaan ervan, gelooft De Graaff niet  dat we ooit een teken van buitenaards leven zullen vernemen. Laat staan  dat we er in contact mee zouden kunnen komen.<br \/>\nDoor de eindigheid van de lichtsnelheid zijn radiosignalen honderden tot  duizenden jaren onderweg, wat niet bevorderlijk is voor een  sprankelende conversatie. We zijn dus puur door de afstand hermetisch  gescheiden van eventuele andere beschavingen.<br \/>\nDat is althans het beeld dat uit onze huidige wetenschappelijke kennis  en inzichten naar voren komt. De Graaff wijst er echter op dat de  wetenschap de waarheid niet in pacht heeft: &#8220;Ik kan nooit uitsluiten dat  er morgen een wetenschappelijke ontdekking wordt gedaan die dit  allemaal op z&#8217;n kop zet. Ik acht dat uiterst onwaarschijnlijk, maar ik  kan het niet uitsluiten. Als ik \u00e9\u00e9n ding uit de ontwikkeling van de  wetenschap geleerd heb, dan is het dat je ontzettend voorzichtig moet  zijn met te zeggen dat iets niet kan. Je kunt alleen zeggen dat het  volgens de huidige inzichten en de momenteel gehanteerde wetmatigheden  niet zou kunnen.<br \/>\nEen voorbeeld: meteorieten. Nog maar een paar eeuwen geleden waren  toonaangevende wetenschappers de stellige mening toegedaan dat stenen  niet uit de lucht konden vallen. Stenen waren van de Aarde en kwamen  niet uit de ruimte. Nu weten we dat ze daar soms wel vandaan komen en  dat ze zeer bruikbaar zijn om meer te weten te komen over ondermeer de  leeftijd van ons zonnestelsel. Je moet dus erg oppassen om van minder  voor de hand liggende dingen te zeggen dat ze niet kunnen.&#8221;<\/p>\n<p>De Graaff is een voorzichtige en vriendelijke man met een zeer open  geest. Zelfs vragen over UFO1s beantwoordt hij rustig glimlachend: &#8220;Die  verhalen hoor ik met belangstelling aan. Maar tot nu toe heeft nog  niemand een voor mij acceptabel en overtuigend argument geleverd voor  het bestaan van bemande buitenaardse ruimtevaartuigen. Dat neemt niet  weg dat zo1n bewijs een gebeurtenis van het allergrootste belang zou  zijn.&#8221;<br \/>\nZijn blik dwaalt af naar de tuin achter z1n huis die tot een smal bos  verwilderd is. De tolerantie en de fascinatie met het leven gaan  blijkbaar verder dan z1n lezingen alleen. Het is even stil.<br \/>\nDan, bedachtzaam: &#8220;Tekenen van buitenaards leven zouden me in zekere zin  zelfs geruststellen. Hoog ontwikkelde beschavingen kunnen gemakkelijk  ten gronde gaan aan hun eigen ontwikkeling. Tenzij ze een soort  beveiliging ontwikkelen. Signalen van elders zouden betekenen dat men  daar de kritische fase van zelfdestructie heeft doorgemaakt en  overleefd. Helaas ontbreken zulke aanwijzingen tot op heden.&#8221;<\/p>\n<p>copyright \ufffd Het Inzicht \/ Jos Wassink, 1995<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>ARTIKEL Haagsche Courant 16-05-1995 IS DAAR IEMAND ?! Prof. W de Graaff: &#8220;Het zou mij verbazen als er geen buitenaards leven bestaat&#8221; &#8220;Snel vooruit naar \u00e9\u00e9n miljard jaar na Christus. Langs de kust van een oceaan van vloeibaar methaan, onder een ondoordringbaar oranje wolkendek, loopt een wezentje. Het stopt, bukt en vindt een klein diamanten [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[9],"tags":[],"class_list":["post-408","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-haagsche-post"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/408","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=408"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/408\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":454,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/408\/revisions\/454"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=408"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=408"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=408"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}