{"id":406,"date":"1995-01-02T12:34:47","date_gmt":"1995-01-02T12:34:47","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=406"},"modified":"2010-07-03T10:55:30","modified_gmt":"2010-07-03T10:55:30","slug":"elektronische-avonturen-in-museumland","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=406","title":{"rendered":"Elektronische avonturen in museumland"},"content":{"rendered":"<p>ARTIKEL AV Magazine januari 1995<\/p>\n<p><strong>Elektronische avonturen in museumland<\/strong><\/p>\n<p>&#8220;tentoonstelling of CD-i, wat maakt het uit?&#8221;<\/p>\n<p>&#8220;Laatst in een videotheek vraagt een man met z&#8217;n zoontje naar CD-i.  Hadden ze van gehoord. Een man die ik niet in het museum verwacht. Die  heeft wel wat anders aan z&#8217;n hoofd. Affijn, die baas laat ze wat CD-tjes  zien en dan kiest dat jongetje &#8216;De Vliegende Hollander&#8217;. Kijk, dan  horen ze daar thuis toch eens over de V.O.C. en over Batavia. En wie  weet wat daarvan komt. Tentoonstelling of CD-i, het gaat er om dat je  het gat naar het publiek overbrugt&#8221;<br \/>\nAan het woord is conservator Leo Akveld van het Rotterdamse Maritiem  Museum Prins Hendrik. Eind oktober had men daar een primeur: als eerste  in Nederland presenteerde het museum de CD-i &#8216;De Vliegende Hollander&#8217;.<br \/>\nHet is niet de eerste media primeur van het Maritiem Museum. In november  &#8217;86 maakte het museum een beeldplaat met 26.000 foto&#8217;s van  museumvoorwerpen. Met die plaat wilde het museum z&#8217;n bezoekers een  kijkje gunnen in het depot. Ook voorwerpen die niet in het museum te  zien waren, wilde men aan het publiek tonen. Daartoe werd de beeldplaat  met foto&#8217;s gekoppeld aan een catalogussysteem. Naast de beschrijving op  een computerscherm verscheen er een foto op een aparte videomonitor. Dat  systeem is -enigszins aangepast- nog steeds in gebruik.<br \/>\nIn de tussenliggende tijd is de informatie-technologie sterk ontwikkeld,  maar hoe zit het met de toepassing ervan binnen musea?<\/p>\n<p>Een kleine rondvraag leert dat verschillende Nederlandse musea  inmiddels computers inzetten om hun publiek te informeren. Hoewel er  geen officieel overzicht van bestaat, lijkt momenteel een klein dozijn  musea interactieve presentaties te ontwikkelen. Onder hen het  Kunstmuseum Boymans-van Beuningen, het Museon en natuurlijk het Maritiem  Museum Prins Hendrik.<br \/>\nOndanks grote verschillen in programma&#8217;s en apparatuur tekenen zich drie  soorten toepassingen af: de electronische catalogus, de kiosk en de  publiekstitel.<\/p>\n<p>BEELDBANK<\/p>\n<p>De electronische catalogus van het Maritiem Museum bevat naast 26.000  foto&#8217;s ook beschrijvingen van 13.000 voorwerpen. Oorspronkelijk werd  het systeem in een speciale loge in de hal geplaatst. Dat werkte niet  goed. Plaatsvervangend hoofd van de bibilotheek Brand: &#8220;Mensen kwamen  naar ons toe om hun jassen af te geven en anderen dachten dat wij de  bewaking waren.&#8221; De filosofie was om het systeem zo dicht mogelijk bij  de bezoeker te brengen, maar alleen speciaal ge\u00efnteresseerden bleken  baat te hebben bij zo&#8217;n uitgebreide catalogus. En die mensen weten ook  de museumbibliotheek te kunnen vinden waar het systeem nu ondergebracht  is. Volgens Brand wordt het systeem zo&#8217;n kleine honderd maal per week  geraadpleegd. &#8220;We krijgen allerlei mensen: genealogisch  ge\u00efnteresseerden, modelbouwers, scheepsbouwers, studenten en  journalisten. Dat soort mensen komt over het algemeen ook vaker terug.&#8221;<\/p>\n<p>Een dergelijk systeem draait sinds twee jaar ook in het Rotterdamse  kunstmuseum Boymans-van Beuningen onder de naam Beeldbank. Deze  catalogus bevat afbeeldingen \u00e8n beschrijvingen van de complete collectie  Oude Schilderkunst: elfhonderd schilderijen van zeshonderd  verschillende schilders. Ook hier wilde men in staat zijn om  schilderijen uit het depot (tweederde deel van de collectie) aan het  publiek te tonen. Net als bij het Maritiem Museum is de elektronische  catalogus in een rustige werkomgeving geplaatst. In het publieksdepot  tussen dicht opeengehangen schilderijen aan gaasrekken.<br \/>\nBij de eerste aanraking van het scherm verschijnen de opties  &#8216;Rondleidingen&#8217;, &#8216;Kunstenaarsbiografie\u00ebn&#8217;, &#8216;Land en Tijd&#8217;, &#8216;Thema&#8217;s&#8217;,  &#8216;Schilderijencatalogus&#8217; en &#8216;Bediening van het  publieksinformatiesysteem&#8217;. Na aantikken van &#8216;Schilderijen-catalogus&#8217;  verschijnt er een lijst van kunstenaars. De lijst loopt vanaf &#8216;Abels,  Jacob&#8217; tot &#8216;Bruegel de Oude, Pieter&#8217;. Een vingerstreek over Breughel en  een nieuwe lijst verschijnt: schilderijen van Breugel waaronder &#8216;Toren  van Babel, 1555&#8217;. Even aantippen en na enkele ogenblikken verschijnt het  schilderij op de computermonitor met de vermelding &#8216;olieverf, paneel,  60 x 74,5 cm&#8217;. Naast het plaatje een halve pagina tekst: &#8220;Bruegel die  Rome bezocht heeft, heeft voor de &#8216;Toren van Babel&#8217; het Colosseum van  het oude Rome als inspiratiebron gebruikt..&#8221;. Kijk, zo leer je nog eens  wat. Maar &#8230;. is het plaatje eigenlijk wel helemaal scherp?<br \/>\n&#8220;De beeldkwaliteit is niet optimaal&#8221;, erkent Paul Teunissen die als  kunsthistoricus bij de ontwikkeling van de Beeldbank betrokken was.  &#8220;Veel plaatjes zijn van dia&#8217;s afkomstig. Die legden we dan onder een  videocamera en van daaruit de computer in. Het beeld werd er door al die  tussenstappen natuurlijk niet beter op. Maar toen kon dat niet anders.<br \/>\nMaar als dat zo gebrekkig ging, waarom dan niet voor beeldplaat gekozen,  zoals het Maritiem Museum? Chris Will, educatief conservator van  Boymans: &#8220;We hebben natuurlijk eerst ook gedacht aan beeldplaat, maar  toen wij begonnen (in &#8217;89) ontstond net de mogelijkheid om beelden in de  computer op te slaan. En het voordeel daarvan is dat je beelden kunt  toevoegen of vervangen. Sommige plaatjes zijn inmiddels vervangen door  betere afbeeldingen.&#8221; Hij zoeft door wat menu&#8217;s en daar verschijnt een  kraakhelder plaatje op het scherm. De techniek ontwikkelt zich snel.<\/p>\n<p>Een electronische catalogus maakt gebruik van gegevens uit de  museumregistratie zoals die door museummedewerkers geraadpleegd wordt.  Maar de informatie voor het publiek verschilt van die voor de  medewerkers. Ron Brand: &#8220;Het publiekssysteem is een uittreksel van het  catalogussysteem. Bepaalde informatie zoals de plaats in het depot en de  verzekerde waarde, staan er niet in.&#8221; Maar op sommige punten is de  publieksinformatie juist uitgebreider dan het catalogussysteem. Zo  schreef Paul Teunissen voor alle elfhonderd schilderijen beknopte  achtergrondinformatie en voor alle zeshonderd kunstenaars korte  biografie\u00ebn.<br \/>\nOmdat een electronische catalogus voor studie- en researchdoeleinden  gebruikt word, is volledigheid een vereiste. Maar dat betekent niet dat  het hele museumbezit in de computer moet. Boymans-van Beuningen  bijvoorbeeld heeft alleen de verzameling Oude Kunst ingevoerd omdat een  Beeldbank van het hele museum niet haalbaar was.<\/p>\n<p>KIOSK<\/p>\n<p>De rol van een kiosk is heel anders dan die van een beeldbank. Is de  catalogus in het leven geroepen om voorwerpen uit het depot te tonen, de  kiosk geeft juist informatie over objecten uit de tentoonstelling. De  kiosk geeft context en samenhang van ge\u00ebxposeerde voorwerpen.<br \/>\nEen voorbeeld. De tijdelijke tentoonstelling &#8216;Spiegels van Tijd en  Ruimte&#8217; in het Haagse Museon toont batik-doeken uit het Javaanse  district Tuban. In een hoek staat een computer die tot aanraken noodt.  Een kaart van Java verschijnt, de computer zoomt in op een deelgebied.  De volgende inzoom kiest de gebruiker: Noord, Oost, Zuid, West of  Centrum. Een nieuw scherm verschijnt met een korte karakterisering van  de regio. Icoontjes links onderin het scherm geven de volgende keus aan:  een schouderdoek of een heupdoek. Na aanraken van het rechtersymbooltje  verschijnt een een afbeelding van een doek die even verderop  tentoongesteld is. Op de monitor staat een korte uitleg: &#8220;In het centrum  van Keruk woont de verfster. Zij geeft de weefsels uit alle  windrichtingen hun kleur. Wit, blauw en rood&#8221;. Onder het fotootje van de  doek een symbool van een vergrootglas. Even aantippen en binnen een  soort loupe is een detail van het doek zichtbaar. Rechts is te lezen:  &#8220;de patronen op de doek verbeelden de sawa, het natte rijstveld&#8221;. En  inderdaad zijn, met enige fantasie, natte slierten gewas te herkennen.<br \/>\nBeknopte achtergrond-informatie en samenhang geven zonder de aandacht af  te leiden van de voorwerpen die de hoofdrol spelen. Dat lijkt de  belangrijkste rol van een kiosk binnen een museum.<\/p>\n<p>MUSEUM OP EEN SCHIJFJE<\/p>\n<p>Terug naar de CD-i van het Maritiem Museum. Conservator Leo Akveld  herinnert zich: &#8220;Philips wilde iets cultureels, WVC had geld klaarliggen  voor iets innovatiefs en onze toenmalige directeur Koops had er wel  oren naar.&#8221; Zo ging Akveld samen met regisseur Pier Tholen van Wigant  Interactive Media eind &#8217;92 aan de slag. &#8220;En omdat niemand precies wist  wat het moest worden, kregen we carte-blanche.&#8221; Uiteindelijk namen ze de  V.O.C. als onderwerp en een 18e-eeuwse reis vanaf Rotterdam via Batavia  naar de rest van Azi\u00eb als rode draad. De speler maakt die reis in een  onderzeeboot waarin zich een studeerkamer en een controlekamer bevinden.  In het ene vertrek kan de speler informatie opzoeken en in het andere  op zoek gaan naar voorwerpen die op de zeebodem te vinden zijn. Zo werkt  de CD-i op twee fronten: een spel voor de jeugd en informatie voor de  ouderen.<br \/>\nOok het museum Boymans-van Beuningen overweegt een schijfje uit te  brengen. Een CD met drie- to vierhonderd topstukken uit de verschillende  afdeling van het museum onder de werktitel: &#8216;The Best of..&#8217;. Hier telt  de volledigheid niet, het gaat erom dat men buiten het museum een indruk  krijgt wat er binnen te zien is. Het museum hoopt hiermee extra  bezoekers te trekken.<br \/>\nMaar een publiekstitel op CD-i of CD-ROM kan ook een tentoonstelling  overbodig maken. Zo overlegt Leo Akveld met musea in de landen rondom de  Noordee. In die groep heeft hij het voorstel gedaan om in plaats van de  geplande reizende tentoonstelling over de Noordzee een CD-i uit te  brengen. &#8220;Dat scheelt een boel gesjouw&#8221;. Maar die authentiek uitstraling  van de echte objecten dan? Akveld: &#8220;Ik ben zelf weldegelijk gevoelig  voor die uitstraling van voorwerpen, maar de gemiddelde bezoeker kijkt  daar anders tegenaan. De waarde van de voorwerpen wordt bepaald door de  context, door het verhaal. En soms is dat verhaal belangrijker dan de  voorwerpen. Kijk maar &#8216;ns hoeveel catalogi er verkocht worden aan mensen  die de tentoonstelling nooit hebben bezocht.&#8221;<\/p>\n<p>copyright \ufffd Het Inzicht \/ Jos Wassink, 1995<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>ARTIKEL AV Magazine januari 1995 Elektronische avonturen in museumland &#8220;tentoonstelling of CD-i, wat maakt het uit?&#8221; &#8220;Laatst in een videotheek vraagt een man met z&#8217;n zoontje naar CD-i. Hadden ze van gehoord. Een man die ik niet in het museum verwacht. Die heeft wel wat anders aan z&#8217;n hoofd. Affijn, die baas laat ze wat [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[12],"tags":[],"class_list":["post-406","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-anders"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/406","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=406"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/406\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":456,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/406\/revisions\/456"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=406"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=406"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=406"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}