{"id":404,"date":"1993-07-02T12:03:31","date_gmt":"1993-07-02T12:03:31","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=404"},"modified":"2010-07-14T21:12:04","modified_gmt":"2010-07-14T21:12:04","slug":"multimedia-doolhof-voor-musea","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=404","title":{"rendered":"&#8216;Multimedia&#8217; doolhof voor musea"},"content":{"rendered":"<p>ARTIKEL Museumvisie 1993, nr. 3<\/p>\n<p>&#8220;Media horen niet in musea. Ze maken herrie, leiden de aandacht af.  De beelden zijn lelijk, je hebt er geen controle over en ze cre\u00ebren  opstoppingen. Als het perse moet, dan maar in de gang naast het toilet,  maar niet op de zalen.&#8221; Zo opende Jean Marie Humbert (Mus\u00e9e du Louvre)  provocerend het 2-jaarlijkse congres van de AVICOM (AV-tak van de  International Counsel Of Museums) dat van 8 tot 12 juni 1993 gehouden  werd in Pordenone, Itali\u00eb. Het was aan de circa 40 deelnemers om in de  volgende dagen voorbeelden aan te dragen van geslaagde  media-toepassingen. Maar tussen droom en daad gaapte vaak een diepe  kloof.<\/p>\n<p>De informatie-dichtheid van de bijeenkomst was gering. Het congres  duurde een week, maar veel voordrachten bleken weinig informatief of  niet erg toegesneden op de doelgroep. De zaal veerde op als er een goed  praktijkverhaal gebracht werd ter afwisseling van een reeks van  promotionele voordrachten. Vaak had ik het gevoel naar weer een  verkooppraatje te luisteren. Dat gebeurde meestal tijdens bijdragen van  ondersteuningsburo&#8217;s in de informatica- of communicatie-sfeer. Navraag  in het informele circuit bevestigde dat in een aantal gevallen de  spreker inderdaad betaald had om een voordracht te mogen houden.  Italiaanse toestanden, net wat u zegt. Wat overigens ook een verklaring  kan zijn voor de buitengewoon passieve houding van de voorzitter wanneer  een spreker zijn tijd ruimschoots overschreed. Geldgebrek zal  waarschijnlijk ten grondslag liggen aan deze &#8216;infomercials&#8217;, want het  congres was overigens goed georganiseerd: een goed maar te groot  congrescentrum, uitstekende tolken-service e.d. Maar ik zou er de  voorkeur aan gegeven hebben om het dubbele aan inschrijfgeld te betalen  (nu Fl. 200,-) voor de helft van de tijd (nu een week) om intensief  ervaringen te kunnen delen met collegae, want daar ging het toch om ?!<\/p>\n<p>NIEUWE MEDIA<\/p>\n<p>Nauwelijks hebben klassieke media als video en banddia, ondanks  aanvankelijke reserves, een plaats gevonden binnen musea of &#8216;De Nieuwe  Media&#8217; dienen zich aan. &#8216;Multimedia&#8217; en &#8216;De Nieuwe Media&#8217; zijn woorden  die lekker in de mond liggen en waarvan de betekenis derhalve vaak  schuil gaat achter verbale rookgordijnen. Toch bleken de op het  AVICOM-congres gepresenteerde plannen en pilot-projects wel enige  gemeenschappelijke kenmerken te hebben; meestal ging het over een  hypercard-achtige database. De beelddragers zijn verschillend; afwezig,  beeldplaat of gecomprimeerd digitaal. De gebruikers zijn de ene keer  alleen het museumpersoneel, een andere keer de bezoekers of ook wel  beiden. De toegang is via werkstations, via bezoekers-terminals in de  opstelling, via modem of via Viditel. De informatie heeft betrekking op  de voorwerpen zelf; op achtergronden ervan; op de musea of op  tentoonstellingensagenda&#8217;s.<br \/>\nKortom, de mogelijkheden zijn onbeperkt, en dat lijkt tegelijkertijd het  probleem. Want bij \u00e9\u00e9n van de weinige \u00e8cht gerealiseerde projecten, een  voor publiek en personeel toegankelijke catalogus van 9000 voorwerpen  uit de Inu\u00eft-verzameling van het Nationale Museum van Denemarken, bleek  hoe gigantisch veel werk het is om alle informatie over de voorwerpen  niet alleen in te voeren, maar ook te schrijven. Projectleidster Tina  Wanning beschreef de computer als een &#8216;black hole&#8217; voor alle moeizaam  geschreven kopij.<br \/>\nOok de heer Maggetto (Bassilichi Informatica, Florence) was het uit  zijnruime ervaring met dergelijke projecten duidelijk geworden dat de  invoer van informatie al snel problematisch wordt. Zijn visie: bij  multimediale projecten zit de samensteller (Assemblage Artistico) als  een spin in het web, en wordt terzijde gestaan door consultants  (conservatoren en andere wetenschappers) en een taskforce (een bataljon  typisten). Om de zelfstandigheid van musea bij dit soort projecten te  vergroten wordt er, niet alleen bij Bassilchi, gewerkt aan een  auteurstaal waarmee conservators hun eigen &#8216;multimediale&#8217; presentaties  kunnen samenstellen.<\/p>\n<p>AMATEURISTISCH<\/p>\n<p>Maar of museumpersoneel in staat is om met behulp van dergelijke  hulpprogramma&#8217;s zelf aantrekkelijke presentaties samen te stellen, is  twijfelachtig. Dat klinkt niet erg aardig, maar verreweg de meeste  audiovisuals die getoond werden waren larmoyant amateuristisch. Slechte  beeldkwaliteit, onrustige cameravoering, veel te lang, van begin tot  eind volgepraat, keiharde muzak eronder &#8230; kortom, alle amateurfouten  waren ruim vertegenwoordigd. Met die beelden nog vers in het hoofd lijkt  het me uitermate onwaarschijnlijk dat een ingewikkelder medium  (multimediale computer i.p.v. video) zal resulteren in betere  programma&#8217;s. Eerder slechtere, ben ik bang.<\/p>\n<p>Maar zelfs een goed programma is voor een museum geen eindprodukt.  Het gaat uiteindelijk om de tentoonstelling waarvan het programma een  onderdeel is. Marie Fran\u00e7oise Delval (Direction de Mus\u00e9es de France)  diste uit haar 18-jarige ervaring enige voorbeelden op van wat er  allemaal mis kan gaan (en gaat) bij de implementatie van audiovisuele  programma&#8217;s in tentoonstellingen. Geluidsoverlast in de tentoonstelling  of juist onverstaanbaar zacht; programma&#8217;s van tien minuten en langer  maar geen stoel te bekennen; spots reflecteren in de monitor; apparatuur  geeft teveel warmte af; niemand weet storingen te verhelpen; negeren  van brandweervoorschriften in tijdelijke mini-theaters &#8230; Om maar eens  wat te noemen. En op welk banaal niveau de implementatie soms al de mist  in gaat, bleek toen ze bij toeval een ge\u00efnstalleerde overvloeiprojectie  bezocht. De 2 projectoren projecteerden niet over elkaar, maar naast  elkaar. Tijdens het programma keken de bezoekers dus steeds wisselend  naar links en rechts. Delval: &#8220;Comme \u00e0 Roland-Garros&#8221;.<br \/>\nHet lijkt er op dat alleen zeer doordachte media-toepassingen enige kans  van slagen hebben binnen de museale context. Daarvan zijn gelukkig ook  voorbeelden te vinden. Een veelbelovend project is bijvoorbeeld het  nieuwe Mus\u00e9e Nationale d&#8217;Histoire Naturelle in Parijs. De structuur en  functie van de audiovisuals is glashelder; in de tentoonstelling zijn er  drie soorten video&#8217;s. De &#8216;surprises visuelles&#8217;: op opgehangen of  ingegraven monitoren tussen opzette dieren in, zullen ook levende dieren  te zien zijn (maximaal 30 seconden en stom). Daarnaast de  &#8216;argumentaires&#8217;: 2 minuten durende video&#8217;s die korte aanvullende  informatie verschaffen bij de tentoonstelling. En voor elk van de drie  afdelingen van het museum tenslotte een langere film (6 \u00e0 10 minuten)  die een samenvatting geeft van het thema van de doorlopen  tentoonstelling. Naast deze video&#8217;s komen er beeldbanken (imagiciels) &#8211;  met als hoofdthema de biodiversiteit- die door de bezoeker zelf te  bedienen zijn als een uiterst toegankelijk plaatjesboek met  achtergrondinformatie.<br \/>\nDe functies van de audiovisuele opstellingen binnen deze context zijn  divers en weldoordacht: illustratie; confrontatie; samenvatting en  naslagwerk. Vanaf volgend voorjaar is in Parijs te beleven hoe dit  concept werkt.<\/p>\n<p>MICROSEX<\/p>\n<p>Waarom proberen we het ondanks alles toch elke keer weer ?<br \/>\nMedia en musea, bedoel ik. Een veelzijdige en verwarrende verhouding,  die af en toe resultaten oplevert die onvergetelijke indruk maken. Soms  werkt het. Maud Livrozet van La Villette, Parijs (inderdaad veel  Fransen) presenteerde een hele reeks video-toepassingen binnen de Cit\u00e9  des Sciences et de l&#8217;Industrie. En de aardigste was gelijk de  eenvoudigste: Microsex. Op een tentoonstelling over micro-organismen  moest getoond worden hoe eencelligen zich voortplanten. Nu bestaan daar  gewoon microscoop-opnamen van, afkomstig van wetenschappelijke  instituten, maar dat soort filmpjes krijgt op een tentoonstelling geen  moment de aandacht. Het wordt anders als je het filmpje van commentaar  laat voorzien door een zeer zwoele vrouwestem; de monitor in een cabine  onderbrengt en het hokje afschermt door een rood gordijn. Dan wordt het  opeens DE attractie van de tentoonstelling.<br \/>\nGoede idee\u00ebn zijn vaak simpel.<br \/>\nNet als goede techniek overigens. Het lijkt erop dat de AV-wereld zich  massaal het hoofd op hol laat brengen door de &#8216;onbegrensde  mogelijkheden&#8217; en de &#8216;duizelingwekkende perpectieven&#8217; van De Nieuwe  Media. Ook tijdens de AVICOM-conferentie was de meest gehoorde  uitdrukking &#8216;Je Kunt&#8217;; Je Kunt vergroten en verkleinen; Je Kunt de  plaatjes bijwerken; Je Kunt velden toevoegen; Je Kunt anders zoeken; Je  Kunt ook geluid opslaan; Je Kunt &#8230;<br \/>\nHet zou de dialoog tussen AV-wereld en musea (of andere opdrachtgevers)  goed doen als de talloze &#8216;Je Kunt&#8217;-s vervangen werden door &#8216;Wilt u&#8217;;  &#8216;Bedoelt u&#8217;; &#8216;Meent u&#8217;; &#8216;Denkt u&#8217;; &#8216;Realiseert u zich&#8217; &#8230; etcetera. En  als inhoud en context eenmaal boven water zijn, dan is er altijd wel een  geschikt medium voor te vinden. Zoals de vlot-gebekte Madame Hocquard  (Ecole du Louvre) het samenvatte: &#8220;Technologie, c&#8217;est un moyen. Pas de  contenu ? Pas de technologie !&#8221;.<\/p>\n<p>copyright \ufffd Het Inzicht \/ Jos Wassink, 1993<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>ARTIKEL Museumvisie 1993, nr. 3 &#8220;Media horen niet in musea. Ze maken herrie, leiden de aandacht af. De beelden zijn lelijk, je hebt er geen controle over en ze cre\u00ebren opstoppingen. Als het perse moet, dan maar in de gang naast het toilet, maar niet op de zalen.&#8221; Zo opende Jean Marie Humbert (Mus\u00e9e du [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[12],"tags":[],"class_list":["post-404","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-anders"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/404","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=404"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/404\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1075,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/404\/revisions\/1075"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=404"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=404"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=404"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}