{"id":1463,"date":"2011-03-09T13:40:55","date_gmt":"2011-03-09T13:40:55","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1463"},"modified":"2011-12-09T13:44:07","modified_gmt":"2011-12-09T13:44:07","slug":"tot-in-de-eeuwigheid","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1463","title":{"rendered":"Tot in de eeuwigheid"},"content":{"rendered":"<p><strong><a href=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/12\/outlook.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright size-full wp-image-1464\" title=\"outlook\" src=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/12\/outlook.jpg\" alt=\"\" width=\"182\" height=\"257\" \/><\/a>Het lijkt onmogelijk, maar toch moet het: kernafval zo opbergen  dat de veiligheid voor honderdduizenden jaren gegarandeerd is. Onder  druk van Europese regelgeving start ook Nederland een  onderzoeksprogramma.<\/strong><\/p>\n<p>De afdaling naar het ondergrondse laboratorium in het Noord-Franse  Bure duurt zeven minuten. In de nauwe stalen cabine staan we dicht  opeen. Allemaal uitgerust met laarzen, fluorescerend jack en helm met  koplamp. Op ieders rug hangt een ademapparaat en aan de riem een kastje  dat alarm slaat als de drager onderuit gaat.<\/p>\n<p>Woordvoerder  Marc-Antoine Martin heeft een das vijf keer om zijn nek gewikkeld  vanwege de tocht in de tunnel. \u201cHier gebeurt uitsluitend onderzoek\u201d,  roept hij boven het lawaai van kabels en katrollen uit. Het Franse  ondergrondse laboratorium zal nooit voor opslag van kernafval gebruikt  worden. Omwonenden in het schaars bevolkte noordoosten van Frankrijk  hebben moeite dat te begrijpen. \u201cJullie zijn al vijftien jaar bezig. <em>Et alors<\/em>, hebben jullie dan nog steeds niks opgeslagen?\u201d, vragen ze Martin dan in het buurtcaf\u00e9.<\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/home.tudelft.nl\/fileadmin\/UD\/MenC\/Support\/Internet\/TU%20Website\/TU%20Delft\/Homepage_TU_Delft\/Artikelen\/delft_integraal_nr2_2011_def_pp9-13.pdf\">Download als .pdf<\/a><\/p>\n<p>&nbsp;<\/p>\n<p>Ook  in Nederland is de aanleg van een eindberging voor radioactief afval  (zie kader) actueel geworden. De Europese Commissie zet lidstaten onder  druk om met oplossingen te komen voor het afval. Jaarlijks komt er in  Europa zevenduizend kubieke meter hoogradioactief afval bij &#8211; dat zijn  drie zwembaden vol. Er is al vijftig jaar geproduceerd en er zijn  plannen voor nog meer kerncentrales. Per 2014 wil de Europese Commissie  daarom van alle lidstaten een plan hebben hoe men het afval gaat bergen,  waar dat gaat gebeuren, hoeveel dat gaat kosten en wie dat gaat  betalen. In Nederland is Covra in Vlissingen belast met het  onderzoeksprogramma Opera (Onderzoeksprogramma eindberging radioactief  afval) ter waarde van tien miljoen euro over een periode van vijf jaar.  Onderzoeksinstituten en universiteiten mogen voorstellen doen. Covra\u2019s  adjunctdirecteur dr. Ewoud Verhoef verwacht in juni het  onderzoeksprogramma rond te hebben. Op de TU heeft geotechnoloog prof.  dr. Michael Hicks (Civiele Techniek en Geowetenschappen) nog geen oproep  ontvangen voor onderzoeksvoorstellen. Maar als die komt zal Hicks  voorstellen de haalbaarheid te onderzoeken van de constructie van een  eindberging op vijfhonderd meter diepte in de Boomse klei in Belgi\u00eb. Het  begint allemaal met monsters, zegt zijn collega dr.ir. Dominique  Ngan-Tillard. Die moeten eerst uitgebreid onderzocht worden.<\/p>\n<p><strong>Opslag in klei<br \/>\n<\/strong>Vooruitlopend  op de voorstellen lijkt eindberging in kleilagen de meest  waarschijnlijke optie. Graniet, zoals in Finland, is er niet en opslag  in zoutlagen heeft sinds het deb\u00e2cle in het Duitse Asse een slechte  reputatie. In een zoutmijn is daar vanaf 1967 radioactief afval  opgeslagen, maar vanwege enorme lekkages en besmettingsgevaar van het  grondwater moet de mijn ontruimd worden. Er liggen 126 duizend vaten  laag en middelradioactief afval die voor een deel doorgerot zijn. Opslag  in kleilagen wordt al onderzocht in Zwitserland, Belgi\u00eb en Frankrijk.  De Fransen pakken het groots aan. Nabij het dorpje Bure in de buurt van  Nancy is een omheind complex gebouwd met kantoren, faciliteiten en een  tentoonstellingscentrum.<\/p>\n<p>Maar waar het eigenlijk om gaat is het  complex van duizend meter aan tunnels dat hier vijfhonderd meter onder  de grond ligt. Twee enorme putten bieden toegang tot het complex. De  aanleg heeft zeshonderd miljoen euro gekost, en daar komt jaarlijks  honderd miljoen aan onderzoeksbudget bij. Het hele complex is voorzien  van meer dan vierduizend sensoren om temperatuur, druk en verplaatsingen  vast te leggen. Tot nu toe hebben de Fransen ongeveer een miljard in de  grond gestopt. De onderzoeksinstantie Andra die het lab beheert, dankt  zijn bestaan aan een wet van 1991 waarin besloten werd tot een  onderzoeksprogramma om een oplossing te vinden voor de eindberging van  middel- en hoogradioactief afval. Het programma wordt voor 95 procent  betaald door de Franse energiereuzen EDF en Areva. \u201cWe wisten niet hoe  de klei zou reageren\u201d, vertelt voorlichter Martin. De oudste delen van  de tunnel (uit 2000) hebben stalen wanden die door spanten gesteund  worden. \u201cWe wisten niet of de spanten om de veertig, zestig of tachtig  centimeter moesten staan.\u201d Er is veel ervaring met mijnbouw in  steenkoollagen, maar de stijve klei van de Callovo-Oxfordian formatie is  heel andere koek. De meeste\u00a0 aandacht ging hier aanvankelijk uit naar  wat men de convergentie noemt. Klei heeft namelijk de neiging om onder  druk van bovenliggende lagen bij uitgraving samen te drukken. Honderden  meetpunten zijn in de wanden aangebracht om zettingen en vervormingen in  kaart te brengen. Een geautomatiseerde theodoliet scant onvermoeibaar  de tunnels af.<\/p>\n<p>Bij de bouw hebben de Fransen zich uitgebreid laten  voorlichten door de Belgische collega\u2019s van Euridice, een  samenwerkingsverband tussen Niras (Nationale instelling voor radioactief  afval en verrijkte splijtstoffen) en het studiecentrum voor kernenergie  SCK.CEN. Die bedrijven al sinds begin jaren tachtig het ondergronds  laboratorium Hades (high activity disposal experimental site). Dat ligt  net over de Nederlandse grens bij Mol, 250 meter onder de grond in de  Boomse klei. Dat is een kleilaag die ter plekke zo\u2019n honderd meter dik  is, en verder naar het noorden dikker wordt en dieper ligt. Dat de klei  hier vochtig en plastisch is blijkt uit watersporen in de tunnel en uit  de slurven van klei die naar binnen dringen door gaten in de wand.<\/p>\n<p><strong>Stralingsdosis<br \/>\n<\/strong>De  belangrijkste vraag betreft de verspreiding van radioactiviteit en de  gezondheidsrisico\u2019s daarvan voor het verre nageslacht. Daarop richten de  meeste onderzoeken zich dan ook. Klei bevat water, maar hoe snel  verplaatst dat zich? De Belgen hebben bijvoorbeeld de doorlaatbaarheid  voor water gemeten in een tien meter diep boorgat aan het eind van de  tunnel. Daarin was radioactief gelabeld water aangebracht. Uit de  verspreiding daarvan maakten ze op dat water 50 duizend jaar nodig heeft  om zich door veertig meter klei te verspreiden. Maar dat geldt niet  voor alle in het water opgeloste stoffen, zegt Sarah Dewonck die de  experimenten bij Andra co\u00f6rdineert. Positieve ionen binden zich aan de  negatief geladen oppervlakte van de klei. Daardoor worden uranium en  plutonium sterk gebonden aan de klei. Voor negatieve ionen zoals chloor  en jodium is dat omgekeerd &#8211; die binden zich niet en migreren dus wel.  Daarenboven probeert men de radioactiviteit zo lang mogelijk in het  omhulsel vast te houden. Daar is een diepgaande kennis voor nodig van de  chemische interactie tussen klei, glas, beton en staal onder invloed  van hoge temperatuur en stralingsniveaus. Ook daar wordt in de  laboratoria onderzoek naar verricht. Een andere belangrijke factor zijn  veranderingen in de kleilaag als gevolg van de tunnelbouw en de hitte.  Maakt dat de klei niet poreus en vol barsten zodat het watertransport  veel sneller gaat dan verwacht? Ook daar werken beide laboratoria aan  door een tunnel tien jaar lang tot negentig graden te verhitten en dan  de gevolgen in kaart te brengen. Greenpeace is er niet gerust op en  wijst op versnelde corrosie, inhomogeniteiten in de kleilaag en  drinkwaterhoudende lagen boven en onder de Boomse klei.  Euridice-directeur dr. Peter De Preter reageert: \u201cWe spreken over  bescherming over een zeer lange periode, tot wanneer de radioactiviteit  al haast vervallen is. Volgens onze kennis en berekeningen draagt de  activiteit afkomstig van de berging hooguit \u00e9\u00e9n procent bij aan de  jaarlijkse natuurlijke stralingsdosis, en dit pas na vele tienduizenden  jaren. Maar over honderden of duizenden jaren is die dosis gelijk nul.\u201d  Gevraagd naar wat zij hun Nederlandse collega\u2019s aanraden, zeggen zowel  de Franse als de Belgische onderzoekers: begin met bodemonderzoek. Want  net als de bodem overal anders is, geldt dat ook voor de best denkbare  eindberging van kernafval. De breedte van het onderzoek is enorm:  geologie, hydrogeologie, materiaalkunde, simulaties en modelleringen,  risicomanagement en maatschappelijke acceptatie. Het moet raar lopen wil  de TU daar geen rol in spelen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het lijkt onmogelijk, maar toch moet het: kernafval zo opbergen dat de veiligheid voor honderdduizenden jaren gegarandeerd is. Onder druk van Europese regelgeving start ook Nederland een onderzoeksprogramma. De afdaling naar het ondergrondse laboratorium in het Noord-Franse Bure duurt zeven minuten. In de nauwe stalen cabine staan we dicht opeen. Allemaal uitgerust met laarzen, fluorescerend [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,23],"tags":[206,203,205,204],"class_list":["post-1463","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delft-integraal","tag-bure","tag-kernafval","tag-ondergronds","tag-opslag"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1463","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1463"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1463\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1465,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1463\/revisions\/1465"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1463"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1463"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1463"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}