{"id":1375,"date":"2011-06-16T20:42:51","date_gmt":"2011-06-16T20:42:51","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1375"},"modified":"2011-06-20T20:47:26","modified_gmt":"2011-06-20T20:47:26","slug":"de-rekwisieten-van-ewi","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1375","title":{"rendered":"De rekwisieten van EWI"},"content":{"rendered":"<p><strong> <\/strong><\/p>\n<div id=\"attachment_1376\" style=\"width: 310px\" class=\"wp-caption alignleft\"><strong><strong><a href=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/06\/repo_copy13.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" aria-describedby=\"caption-attachment-1376\" class=\"size-thumbnail wp-image-1376\" title=\"repo_copy13\" src=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/06\/repo_copy13-300x199.jpg\" alt=\"\" width=\"300\" height=\"199\" \/><\/a><\/strong><\/strong><p id=\"caption-attachment-1376\" class=\"wp-caption-text\">De radio&#39;s zijn opgesteld van links (de oudste) naar de &#39;modernste&#39; rechts. (Foto Tomas van Dijk)<\/p><\/div>\n<p><strong>Niet veel mensen weten het, maar wie in de laagbouw van het gebouw voor  elektrotechniek, wiskunde en informatica een steil trappetje afdaalt,  komt in schatkamers met oude radio&#8217;s, computers en nog veel meer. Wat is  dit, voor wie en waarom?<\/strong><\/p>\n<p>Eerst een stalen deur die alleen op maandagen en op afspraak open  gaat. Dan flikkeren de tl-buizen aan en je ziet radio&#8217;s, honderden  radio&#8217;s. Op planken zijn ze vijf hoog gerangschikt: de oudste helemaal  links en rechts de buizenradio&#8217;s uit de jaren vijftig en zestig met het  kattenoog en de afstemschaal met namen als Frankfurt, Dublin en  Berom\u00fcnster. Om de hoek gaat het verder. Daar staat een grote houten  vergadertafel middenin de zaal. Warm licht straalt uit de glazen  hanglampen. Tegen de wanden staan houten boekenkasten zij aan zij met  stofbeklede boeken achter glazen deuren. Je waant je hier in een klap  vijftig jaar terug in de tijd.<!--more--><\/p>\n<p>Toen prof.dr.ir. Rob Fastenau per 1  januari dit jaar begon aan zijn nieuwe betrekking als decaan van de  faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica, wilde hij eerst het  hele gebouw zien. Zo kwam hij terecht in de kelder en stuitte daar op  een ondergronds museum. \u201cDaar ligt het erfgoed van de elektrotechniek,  computertechniek en telecommunicatie\u201d, vertelt hij. \u201cHet meest  inspirerend vond ik de razendsnelle ontwikkeling van techniek die je  daar ziet.\u201d Naast verwondering en verbazing groeide bij hem ook  bewondering en respect voor de mensen die in hun vrije tijd de collectie  beschrijven en onderhouden.<\/p>\n<p>Een van die mensen is Han Geijp,  sinds 1967 in dienst bij de TU, en gepensioneerd sinds 2005. De  studieverzameling kwam in oktober 2003 bij hem binnen als &#8216;opruim  tussendoortje&#8217; onder projectnummer EWI 12000. Geijp werkte toen als  projectleider in de ontwikkelingswerkplaats (het huidige Demo). Of hij  wat orde kon brengen in de voorwerpen die de laatste veertig jaar in de  kelder waren beland. Het werd, in zijn eigen woorden, een megaklus die  jaren in beslag zou nemen omdat men er alleen aan kon werken als het  rustig was in de werkplaats. In een uitgave ter gelegenheid van het  honderdjarig bestaan van de Elektrotechnische Vereeniging schrijft  Geijp: &#8216;Als schatgravers konden wij, medewerkers van de  Ontwikkelingswerkplaats, soms met gemengde gevoelens alles naar de  oppervlakte halen.&#8217; Enkele getallen uit 2004: toen werd er 24 kubieke  meter vuil afgevoerd en twee grote containers met elektronica-afval; 328  vierkante meter vloeroppervlak werd vrijgemaakt; 170 vierkante meter  kastruimte gecre\u00eberd in de bibliotheek; 45 meter expositiewand  geplaatst; 31 houten kasten verplaatst en weer in elkaar geschroefd en  110 stalen archiefkasten kregen een andere plek.<br \/>\nHet werk is nooit  af, maar sinds 2005 is de collectie toonbaar.<\/p>\n<p>Elektrotechniekstudenten  maken er al tijdens de introductieweek kennis mee. \u201cVoor mij staat vast  dat als &#8216;ons&#8217; erfgoed een goede plek verdient en als tastbare materie  moet blijven\u201d, aldus Geijp die elke maandag en vrijdag als &#8216;vutter&#8217; met  de collectie in de weer is.<br \/>\nAls wij de collectie bezoeken zijn ook  Ben Morien (bij de TU sinds 1961) en dr.ir Richard den Dulk (sinds 1963)  aanwezig. Ir. Kees Wissenburgh, specialist in radiobuizen, en Jan  Meijers zijn er die dag niet. Maar ook zij zijn regelmatig in de weer  met de collectie om &#8216;een beetje af te kicken van hun werk&#8217;.<\/p>\n<p><strong>Wonderlijke  confrontatie<\/strong><br \/>\nHet bezoek aan de verzameling is een  wonderlijke confrontatie. &#8216;De een vindt het rommel, de ander raakt in  vervoering&#8217;, schrijft Geijp in zijn terugblik. Richard den Dulk merkt op  dat de leeftijd bepaalt waar iemand stil blijft staan.<br \/>\nVoor mij  (geboortejaar 1958) is dat bij een Akai VT-700 videorecorder uit 1973  met open spoelen. Ik herinner me de magie dat je zelf bewegende beelden  kon opnemen en gelijk afspelen. Het onscherpe zwartwit beeld dat je  daarbij voor lief nam. Ook bij de PDP11 machine blijf ik haken. Hij  voelt als een oude vriend. Op zo&#8217;n roze met paarse machine draaide ik in  1983 mijn afstudeerproject met floppy&#8217;s zo groot als ontbijtborden. En  kijk, een ponskaartmachine. Daarop schreef ik rond 1976 mijn eerste  Algol programma&#8217;s. Iedere regel op een aparte kaart. Soms kwam uit de  centrale computer niet meer dan een uitdraai met een &#8216;*&#8217; op de plaats  van een syntactische fout. Voor studenten kostte iedere programmeerfout  een dag. Ook voel ik een enorme bewondering bij de kabelbomen en de  rijen relais van de Testudo computer van prof.dr.ir. Willem van der Poel  uit 1952. Met gevoel voor zelfspot en realiteitszin is er een bordje  boven gehangen met de tekst &#8216;Reken er niet op&#8217;. Ik merk dat ik vooral  bij de computers blijf hangen, zonder overigens de telefooncentrales,  het schaakbord met de rijdende robots, de medische apparatuur en de  sterkstroomafdeling over het hoofd te zien. Volledig is deze opsomming  trouwens bij lange na niet.<\/p>\n<p>\u201cIeder jaar laat ik de opengewerkte  transformator uit de kelder takelen\u201d, vertelt prof.ir. Lou van der  Sluis. \u201cHet is een hele klus, maar het trekt de aandacht in het college.  Ik kan wat over de geschiedenis vertellen en de studenten kunnen het  ding aanraken. Zoiets is een kapstok om je college aan op te hangen.  Studenten vergeten dat niet. Dat is het waardevolle van deze collectie.\u201d  Van der Sluis steekt zijn sympathie voor de verzameling niet onder  stoelen of banken. Zelf kan hij erg genieten van de historische waarde,  maar voor zijn colleges is het vooral de attentiewaarde die telt.<br \/>\nIn  de kelder is lang niet alles tentoongesteld. In een hok achter gaas  liggen in dozen naar schatting tienduizend radiobuizen te wachten op  beschrijving. De kleinste buisjes zijn het formaat van je pink, maar er  liggen ook knapen ter grootte van een peuter. Van de Dulk pakt er een  bijzondere tussenuit: een twintig centimeter lang cilindrisch buisje dat  oplichtende cijfers kan laten zien. Soms zie je ze nog in gebruik bij  benzinepompen of kassa&#8217;s. Kees Wissenburgh neemt de beschrijving van de  elektronenbuizen voor zijn rekening. Hij kan daarbij rekenen op het  ontembare enthousiasme en de steun van prof.dr.ir Ronald Dekker, met wie  hij de passie voor buizen deelt. Op zijn website dos4ever.com schrijft  Dekker bijvoorbeeld uitgebreid over de Philips Miniwatt EF50, &#8216;the Tube  that helped to Win the War&#8217;.<\/p>\n<p><strong>Geen beleid<\/strong><br \/>\nAnders  dan bij een museum heeft de studieverzameling geen verzamelbeleid. Het  meeste is er bij toeval en door enthousiasme aangespoeld, en wat er na  de grote schoonmaak overbleef leek de moeite waard. Natuurlijk zijn er  wel wensen. Geijp zou graag de voorwerpen terugzien die in 2005 naar het  depot van het Techniekmuseum, nu Science Centre, zijn verdwenen.  Richard den Dulk zou graag eens een tentoonstelling maken over de  ontwikkeling van gehoorapparaten, omdat je daarin volgens hem de hele  ontwikkeling van de elektronica weerspiegeld ziet. En dan is er de wens  om in samenwerking met mensen van de bibliotheek de boekenverzameling te  beschrijven. Maar ja, er is maar zoveel dat vijf gepensioneerden kunnen  doen. En budget is er ook nauwelijks. Niet dat daar over geklaagd wordt  overigens. De studieverzameling is ook geen museum, vindt den Dulk:  \u201cEen museum wil alles compleet hebben. Wij willen de ontwikkeling van  techniek begrijpen en illustreren.\u201d<br \/>\nOok de faculteit heeft niet echt  een beleid voor de verzameling. Een conservator is er niet meer (tot  ongeveer 2000 was dat de taak van ir. Jan Brands met enkele  medewerkers). Het is al mooi als je gedoogd wordt, grapte prof.dr. Paddy  French wel eens tegenover de gepensioneerde vrijwilligers. En inderdaad  zijn de mannen in de kelder blij dat de huidige decaan hun inspanningen  op prijs stelt. Geen budget is tot daar aan toe, maar als er opeens  huur berekend zou gaan worden &#8211; ook al is het maar een kelderruimte &#8211;  dan is het gauw afgelopen met het ondergrondse museum. Decaan Fastenau  is dat overigens niet van plan. Wel zou hij graag zien dat de  verzameling een grotere rol in het onderwijs krijgt.<\/p>\n<p>Van der Sluis  valt hem daarin bij. \u201cDe verzameling is zo breed dat er voor vrijwel  ieder vak wel aanknopingspunten te vinden zijn\u201d, zegt hij. \u201cZie het als  een rekwisietenafdeling van een filmstudio. Voor iedereen ligt er wel  iets waarmee een college interessanter te maken is. Dan wordt de  studieverzameling weer een deel van het circuit, en een levend geheel.\u201d<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Niet veel mensen weten het, maar wie in de laagbouw van het gebouw voor elektrotechniek, wiskunde en informatica een steil trappetje afdaalt, komt in schatkamers met oude radio&#8217;s, computers en nog veel meer. Wat is dit, voor wie en waarom? Eerst een stalen deur die alleen op maandagen en op afspraak open gaat. Dan flikkeren [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[106,139,142,84,141,140],"class_list":["post-1375","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-computers","tag-ewi","tag-historie","tag-museum","tag-radios","tag-studieverzameling"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1375","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1375"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1375\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1378,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1375\/revisions\/1378"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1375"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1375"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1375"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}