{"id":1371,"date":"2011-06-09T20:21:36","date_gmt":"2011-06-09T20:21:36","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1371"},"modified":"2011-06-09T20:21:36","modified_gmt":"2011-06-09T20:21:36","slug":"een-robot-als-tweede-huid","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1371","title":{"rendered":"Een robot als tweede huid"},"content":{"rendered":"<p>Onderzoeksfinancier STW honoreerde eind mei het initiatief van prof.dr.  Frans van der Helm voor de ontwikkeling van beter bestuurbare  robotgrijpers. Robotarmen moeten gevoel krijgen, vindt de hoogleraar  biomechatronica en biorobotica.<\/p>\n<p><em><strong>Wie is Frans van der Helm?<\/strong><br \/>\nProf.dr. Frans  C.T. van der Helm is sinds 1999 professor in biomechatronics and  biorobotics aan de TU Delft. Van 1998 tot 2007 was hij ook  deeltijdhoogleraar bio-mechatronica (0,2 fte) bij de Universiteit  Twente. Frans van der Helm is daarnaast adjunct-professor bij  NorthWestern University (Chicago) en Case Western Reserve University  (Cleveland).<\/p>\n<p>Van der Helm studeerde in 1985 af in de  bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam en is in 1991 gepromoveerd  bij werktuigbouwkunde aan de TU Delft.<br \/>\n<\/em><em><br \/>\nFrans van der  Helm doet onderzoek naar de neuromusculaire aansturing bij de mens. Hij  heeft het Delft Shoulder and Elbow Model (DSEM) ontwikkeld, een  gedetailleerd computer model van de arm. Een tweede onderzoekslijn is de  ontwikkeling van humanoid robots en haptische interfaces. Er worden  lopende robots ontwikkeld, maar ook armen en handen, die de  bewegingsuitvoering van mensen dicht benaderen. Deze zijn zeer geschikt  om samen te werken met mensen in een menselijke omgeving. <!--more--><\/em><\/p>\n<p><em>Beschrijft  u eens de ideale robotarm.<\/em><br \/>\n\u201cHet ideale is dat de robotarm zelf  meedenkt over wat er moet gebeuren. We weten uit onze bewegingsstudies  wat een mens doet om bepaalde bewegingen te maken. Dat stukje  intelligentie willen we ook in de robotarm stoppen, waardoor iemand daar  beter mee kan sturen dan met zijn eigen arm. Dat klinkt verrassend,  maar we hebben recent proeven gedaan waarin je iets met een moersleutel  moest vastzetten. Dat kon direct met de sleutel in je hand of met een  meedenkende robotarm die bepaalde welke kracht op welk moment nodig is.  Het bleek dat mensen het via de robot beter deden dan in direct  contact.\u201d<\/p>\n<p><em>Wordt de robotarm een natuurlijke verlenging van je  eigen arm?<\/em><br \/>\n\u201cDe metafoor die veel gebruikt wordt is het rijden op  een paard. Je hebt de teugels in handen, maar je hoeft niet te  beslissen waar het paard zijn voeten neerzet. En als je langs de rand  van een ravijn rijdt en je stuurt in de richting van het ravijn, dan  doet dat paard dat heus niet. Hij doet geen stap opzij. Het aardige is  dat we een kracht in de teugels brengen die je ervan weerhoudt de kant  van het ravijn op te duwen. Dan weet je dat daar een gevaarlijke  situatie zit en ben je altijd op de hoogte van wat dat paard wel of niet  gaat doen. Het paard duwt de teugels terug. Als je een robotarm ergens  naartoe stuurt waar die niet moet zijn, gaan de huidige systemen de  robotarm tegenhouden maar als gebruiker ben je daar niet van op de  hoogte. Dus je denkt: hij doet het niet. Wij willen dat de intelligente  regelaar een kracht terugvoert naar de master, de bediening, die het  moeilijk maakt die kant op te gaan waardoor je denkt: h\u00e9, er is daar wat  aan de hand. Dat heet het human-centered haptics omdat alle  terugkoppelingen via de gebruiker lopen, zodat die een goed intern model  heeft van hoe het werkt.\u201d<\/p>\n<p><em>Is human-centered haptics niet wat  dubbelop? Haptonomie is toch per definitie op de mens gericht?<\/em><br \/>\n\u201cDat  valt tegen. Je ziet technisch geori\u00ebnteerde en mensgeori\u00ebnteerde  onderzoeksgroepen. De mensgeori\u00ebnteerde groepen meten wat een mens kan  en hoe je informatie moet aanbieden, maar dat blijft vaak steken in  proefjes omdat er geen apparaten ontwikkeld worden. Daarnaast staan de  technici. Voor hen is &#8216;transparantie&#8217; het grote adagium. Ze willen alles  wat de robotarm, de slave, meemaakt via de master terugkoppelen op de  mens. Ze proberen die koppeling zo goed mogelijk te maken en dat kost  een boel geld en hele sterke motoren en goede sensoren. Er zit een grote  afstand tussen die beide werelden.\u201d<\/p>\n<p><em>Wat is het vernieuwende  in uw aanpak?<\/em><br \/>\n\u201cDe kern van het programma is dat we helemaal  afstappen van die transparantie. Dus dat je niet probeert zo goed  mogelijk de omgeving te imiteren, maar een regelaar maakt die meedenkt  met de mens en de hem de informatie geeft om zijn taak zo goed mogelijk  uit te voeren. Ik heb tegen de STW-commissie gezegd dat dit een  revolutie is en ik kon het ze laten voelen.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe deed u dat?<\/em><br \/>\n\u201cWe  hadden een stuurtje meegenomen van een project dat we samen doen met  Nissan. Informatie over de positie op de weg en ook over obstakels,  bijvoorbeeld een rotsblok op de weg, wordt verwerkt tot een kracht in  het stuur die jou suggereert wat het beste pad is om er omheen te gaan.  Het systeem neemt je bij de hand en leidt je om het rotsblok heen. Dat  heb je niet in de gaten. Je denkt dat je het zelf zo goed hebt gedaan.  Dat systeem hadden we meegenomen naar de STW-commissie. Hun laatste  vraag was: leg eens uit wat het verschil is tussen kracht- en  stijfheidsterugkoppeling. Ik zei: ik kan dat eigenlijk niet uitleggen,  je moet het gewoon voelen. Dus zij sturen langs die rotsblokken. Toen  trokken we de stekker van de krachtterugkoppeling eruit en binnen vijf  seconden zaten ze er bovenop. Dat red je echt niet. In de pauze wilden  ze het allemaal proberen.\u201d<\/p>\n<p><em>Heeft dat geholpen bij de aanvraag?<\/em><br \/>\n\u201cJe  weet het nooit natuurlijk. Maar we wilden wel iets bijzonders laten  zien. Dat principe willen we nu ook voor andere toepassingen  ontwikkelen.\u201d<\/p>\n<p><em>Er worden de meest uiteenlopende toepassingen  genoemd. Geeft u eens wat voorbeelden.<\/em><br \/>\n\u201cEen van de toepassingen  is een robot voor de kernfusiecentrale Iter in Frankrijk. Er staat een  mock-up opstelling bij FOM-Rijnhuizen in Nieuwegein.\u201d<\/p>\n<p><em>Wat doet  een robotarm in een plasmatorus?<\/em><br \/>\n\u201cZe gebruiken robots om te  werken in gebieden met hoge stralingsniveaus. In een normale  kerncentrale worden daar bijvoorbeeld de brandstofstaven mee verplaatst.  Deels kun je dat automatiseren, maar als iets kapot of doorgebrand is,  dat heb je in Japan kunnen zien, dan moet de menselijke intelligentie in  de loop.\u201d<\/p>\n<p><em>En de operatierobot?<\/em><br \/>\n\u201cDat zou een  toepassing kunnen zijn. We doen hier zelf niet veel aan operatierobots,  maar wel aan stuurbare naalden. Dat is een project van (dr.ir.) Paul  Breedveld en (prof.dr.) Jenny Dankelman. Dat is een naald waarvan je de  top alle kanten op kunt sturen. Die naald moet je in het lichaam  invoeren en dan is het belangrijk te weten waar je niet moet zijn \u2013 je  moet geen vitale organen raken. Navigeren is een probleem. Op basis van  de MRI ken je de anatomie en kun je met krachten laten voelen hoe je om  organen heen kunt manoeuvreren. Op de tip van de naald zit een sensor  die de kracht door het weefsel heen meet. Als je aan het duwen bent,  voel je voornamelijk wrijving en weinig meer van de tip van de naald.  Maar je kunt die kracht terugvoeren waardoor de chirurg het idee heeft  dat hij de tip van de naald stuurt in plaats van de achterkant. Zo kan  hij het apparaat waarschijnlijk veel makkelijker sturen.\u201d<\/p>\n<p><em>Staat  er over vijf jaar zo&#8217;n droomrobot die je aanstuurt als een paard?<\/em><br \/>\n\u201cDat  denk ik wel ja. De principes kunnen we aantonen, vooral de  terugkoppeling. De shared control noemen we dat; een gedeelde  intelligente controle tussen het paard en jezelf. Dat gaat denk ik  lukken, want we hebben dat op verschillende dingen al aangetoond dat het  werkt. Heel veel van de andere dingen hangen ook af van de hardware die  ontwikkeld wordt.\u201d<\/p>\n<p><em>Wat zijn de belangrijkste obstakels?<\/em><br \/>\n\u201cDe  uitdaging is dat je in elke omgeving complicerende factoren eruit laat  regelen en de taak makkelijker maakt voor een mens. Of de robot nou in  de ruimte hangt of twee kilometer onder water. Een beetje vreemde eend  in de bijt is een verpleeghulp voor pati\u00ebnten, een soort robotpak dat je  aantrekt dat je kracht versterkt. Je kunt dan een pati\u00ebnt beetpakken,  maar je hoeft maar tien procent van de kracht te tillen want het pak  doet de rest. Verpleegkundigen kunnen daarmee in hun eentje pati\u00ebnten  uit bed tillen en onder de douche zetten. Voor een verpleeghuis is dat  erg aantrekkelijk, want nu moeten ze altijd met zijn twee\u00ebn zijn. Siza  Dorp doet daar ook aan mee, die is ondermeer bekend van Het Dorp in  Arnhem.\u201d<\/p>\n<p><em>Het doet me denken aan de robotpakken uit de film  Avatar die precies de bewegingen van de bestuurder kopi\u00ebren, alleen dan  veel groter en sterker.<\/em><br \/>\n\u201cDat idee is het een beetje, maar het is  lastiger dan het lijkt. Als je ziet hoe snel mensen ermee reageren denk  ik: daar moet een mooie krachtterugkoppeling in zitten, anders kan dat  echt niet. Als je het op zicht doet, is er altijd 200 tot 300  milliseconden tijdvertraging. De krachtopnemers in je spieren werken met  tijden van 40 milliseconden. Dat verschil maakt dat je veel sneller  kunt reageren dan dat je dat visueel doet. Als je het ziet lijkt het  alsof ze een tweede huid aanhebben, maar het is niet zo eenvoudig als  het lijkt. Anders had het allang bestaan natuurlijk. In Berkeley hebben  ze een loophulp ontwikkeld om zware rugzakken te tillen, de Bleex voor  special forces in Afghanistan. Dan zie je al dat iemand een halve dag  moet oefenen voordat hij er in kan lopen.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe staat dit  Nederlandse onderzoek ten opzichte van ander haptisch robotonderzoek?<\/em><br \/>\n\u201cIk  denk dat de inspanningen in de Verenigde Staten heel sterk op defensie  zijn gericht. Een aantal apparaten is al op de markt. Dat is echt major  money wat daar gebeurt. In Japan gebeurt er eigenlijk niet zo heel veel  op dit gebied. Er zijn wel wat robotpakken, maar ze publiceren en  nauwelijks over.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dan het unieke van de Nederlandse aanpak  die samenwerking tussen bewegingswetenschappers en technici?<\/em><br \/>\n\u201cJa,  ik denk het typisch is voor Nederland dat we goed met elkaar kunnen  samenwerken. En ik denk dat we in dit consortium heel sterke partners  bij elkaar gehaald hebben. We kennen elkaar al langer, en we hebben in  dit programma ieder op zijn sterke punten uitgedaagd. Dat steekt wel  goed in elkaar.\u201d<\/p>\n<p><em>STW steunt het onderzoeksprogramma H-Haptics  (human-centered haptics) met 4,75 miljoen euro. Binnen het programma  onder leiding van prof.dr. Frans van der Helm werken de drie technische  universiteiten samen met de Universiteit Utrecht en de Vrije  Universiteit. Ook het FOM-instituut voor Plasmafysica in Rijnhuizen en  ESA\/Estec in Noordwijk zijn erbij betrokken, net als twaalf bedrijven op  het gebied van mechatronica, visualisatie, ict, technische en medische  toepassingen.<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Onderzoeksfinancier STW honoreerde eind mei het initiatief van prof.dr. Frans van der Helm voor de ontwikkeling van beter bestuurbare robotgrijpers. Robotarmen moeten gevoel krijgen, vindt de hoogleraar biomechatronica en biorobotica. Wie is Frans van der Helm? Prof.dr. Frans C.T. van der Helm is sinds 1999 professor in biomechatronics and biorobotics aan de TU Delft. Van [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[138,137,80],"class_list":["post-1371","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-h-haptics","tag-haptonomie","tag-robotica"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1371","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1371"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1371\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1373,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1371\/revisions\/1373"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1371"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1371"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1371"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}