{"id":1362,"date":"2011-05-12T08:42:02","date_gmt":"2011-05-12T08:42:02","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1362"},"modified":"2011-05-13T08:44:03","modified_gmt":"2011-05-13T08:44:03","slug":"iedereen-blij","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1362","title":{"rendered":"&#8216;Iedereen blij&#8217;"},"content":{"rendered":"<p><strong>Om containers vanuit de Rotterdamse haven te exporteren moet een bedrijf  gemiddeld dertig formulieren aanleveren. Bij tien miljoen containers  per jaar tikt dat flink aan. Dat kan anders en eenvoudiger door slimme  inzet van ict, aldus prof.dr. Yoa-Hua (&#8216;jouwa&#8217;) Tan bij zijn intreerede  op 29 april.<\/strong><\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>WIE IS YAO-HUA TAN?<br \/>\nDe hoogleraar informatie- en  communicatietechnologie bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management  werd op 30 juli 1958 geboren in Amsterdam. Hij studeerde in 1986 cum  laude af in de filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen en  promoveerde zes jaar later in de informatica aan de Vrije Universiteit  van Amsterdam. Voordat hij in 2009 hoogleraar werd bij de TU Delft, was  hij vanaf 2001 hoogleraar bij de VU in Amsterdam. Tan heeft zich  toegelegd op de vereenvoudiging van internationale handel. Deze  vereenvoudiging beschouwt hij als essentieel voor de verdere groei van  de Rotterdamse haven en Schiphol, en voor het economisch herstel van  Nederland. Hij co\u00f6rdineerde het Europese onderzoeksproject Itaide  (Information Technology for Adaptation and Intelligent Design for  e-Government) naar de inzet van ict voor vereenvoudigde en veiligere  controle van handelsverkeer. Verantwoord vertrouwen tussen overheid en  bedrijven is daarbij het sleutelwoord.<\/p>\n<p><em>In uw intreerede zegt u  dat het werk van een ict-er voor 20 procent uit programmeren bestaat,  en voor 80 procent uit diplomatie. Spreekt u uit eigen ervaring?<\/em><br \/>\n\u201cJa.  In de laatste vijftien jaar heb ik gewerkt aan ict-toepassingen voor de  internationale handel, vooral voor de Rotterdamse haven en Schiphol met  veel grote bedrijven die importeren en exporteren. Ik heb daarbij  gezien dat er veel ict ontwikkeld wordt die direct inzetbaar is, maar om  het toe te passen heb je toestemming nodig van Brussel. Programmatuur  die de uitwisseling van gegevens tussen overheid en bedrijfsleven veel  effici\u00ebnter maakt, heel belangrijk voor de handel, kan vaak niet worden  toegepast omdat er geen consensus bereikt wordt door tegengestelde  belangen van de lidstaten. Zo raak je steeds verder betrokken om de  Europese Commissie en hun ambtenaren te &#8216;helpen&#8217; om de besluitvorming  een goede wending te geven. Als wetenschapper word je gezien als  neutrale partij. Daardoor kun je contacten leggen, en als informele  boodschapper functioneren.\u201d<\/p>\n<p><em>Waar bestaat die diplomatie uit?<\/em><br \/>\n\u201cAls  het via de formele lijn gaat, tussen twee ministeries bijvoorbeeld, dan  kan het overleg heel lang duren. Maar als je informeel aan beide kanten  kunt uitleggen hoe de ander er over denkt, dan kan dat het proces al  sterk versnellen.\u201d<\/p>\n<p><em>U bent afgestudeerd als filosoof en  gepromoveerd in de informatica. Waar komen die twee heel verschillend  vakgebieden voor u samen?<\/em><br \/>\n\u201cIn het woord &#8216;vertrouwen&#8217;.  Vertrouwen, in de context van internationale handel, heeft heel  technische aspecten. De basis van wantrouwen is vaak gebrek aan  informatie. Ict kan helpen om dit gebrek aan informatie tussen de  partijen te verbeteren. Aan de andere kant heeft vertrouwen ook te maken  met emoties en sociale processen, en daarvoor heb je weer psychologie  en sociologie nodig. Dat krijg je bij een filosofiestudie met de  paplepel ingegoten. Door die combinatie van techniek en filosofie kom je  eerder op een onderwerp als vertrouwen terecht. Ik ben er al tien jaar  mee bezig. Vertrouwen is in de filosofie al een heel oud thema.\u201d<\/p>\n<p><em>Ik  heb juist het gevoel dat we in een tijd leven van toenemend wantrouwen  en controle, voor een groot deel ook mogelijk gemaakt door  ict-toepassingen. Hoe ziet u dat?<\/em><br \/>\n\u201cIk geloof niet dat ict een  driver is in het versterken van wantrouwen. Dat het vertrouwen in de  maatschappij minder wordt, dat geloof ik wel. Daar maak ik me ook zorgen  over. Ik denk dat het meer te maken heeft met onzekerheid van mensen en  ook met de economische crisis.\u201d<\/p>\n<p><em>Terwijl in de maatschappij  het vertrouwen afneemt, kiest u juist vertrouwen als hoeksteen van de  omgang tussen overheid en ondernemingen. Vanwaar dat tegendraadse  geluid?<\/em><br \/>\n\u201cEigenlijk is het niet tegendraads. Binnen Nederland,  maar ook in Brussel, is men al veel langer ge\u00efnteresseerd in  besturingsmodellen waarin vertrouwen de kern is. Dat heeft te maken met  een praktisch gegeven. Door de globalisering krijg je veel meer verkeer  van personen en goederen over de grenzen. Alle overheden zien zich  daardoor geconfronteerd met een probleem. Ga je meer douane en politie  inzetten voor controle, terwijl je weet dat je die slag nooit zult  winnen? Omdat je niet elke container kunt controleren, is de zaak  gekanteld en is nu de vraag geworden: hoe kun je zorgen dat bedrijven  meer verantwoordelijkheid nemen? Dat is een kwestie van verantwoord  vertrouwen: vertrouwen dat wel ergens op gebaseerd is. Als je zo&#8217;n band  tot stand kunt brengen tussen bedrijf en overheid, is dat voor beiden  voordelig. Bedrijven worden minder ge\u00efnspecteerd, dat is voor hen een  hoofdpijn minder, en de overheid kan veel effici\u00ebnter haar mensen  inzetten. Als 80 procent van de goederen van betrouwbare bedrijven komt,  dan hoeven die nauwelijks meer gecontroleerd te worden. De andere 20  procent kan dan juist weer intensiever gecontroleerd worden. Bij alle  inspectiediensten van de Nederlandse overheid, ook bijvoorbeeld bij  inspectiediensten voor Gevaarlijke Stoffen, Voedselveiligheid, proberen  ze nu het model van verantwoord vertrouwen in te voeren.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe  komt een bedrijf aan een bewijs van vertrouwen?<\/em><br \/>\n\u201cEen heel  specifiek voorbeeld is het AEO-certificaat (Authorised Economic  Operator, red.) dat in het Nederlands ook wel certificaat  douanevereenvoudiging genoemd wordt. Dat moeten ze verdienen. Bedrijven  moeten tegenover de overheid kunnen aantonen dat ze zelf volledige  controle hebben over hun bedrijfsprocessen. De overheid weet dat de  bedrijven gebruik maken van ict voor de bedrijfsvoering en zou het  liefst meeliften op de gegevens van het bedrijf zelf.\u201d<\/p>\n<p><em>Wat  valt daar zoal onder?<\/em><br \/>\n\u201cDe logistieke gegevens. Alle bedrijven  hebben een interne boekhouding met wat er in welke container waar  naartoe verscheept is. Friesland-Campina bijvoorbeeld weet van elk potje  yoghurt waar het zit en waar het vandaan komt. Als er ergens in de  supermarkt wordt geconstateerd dat er iets mis is met een potje yoghurt,  dan weten ze binnen een paar uur waar de fout is gemaakt en waar de  rest van de partij staat. Dat is voor hun eigen klantenbinding  belangrijk. Met die gegevens kan de overheid slim meeliften. Daar heeft  niemand last van en de gegevens zijn beter. Het is voor beide zijden een  lastenverlichting, iedereen blij.\u201d<\/p>\n<p><em>Dat klinkt goed. Alleen  zegt u in uw oratie dat het uitreiken van die AEO-certificaten verbazend  traag loopt. Geen tienduizenden sinds 2009 zoals verwacht, maar enkele  honderden. Hoe kan dat?<\/em><br \/>\n\u201cHet loopt stuk op het identificeren van  de bedrijfsgegevens waar de overheid op mee kan liften. Daar komt nu  ook nader onderzoek naar. Om een voorbeeld te geven: bij een  zuivelproducent is het volgsysteem ingericht op voedselveiligheid, maar  bij een schroothandelaar gaat het om een heel ander soort veiligheid.  Dat er geen bom in verstopt zit bijvoorbeeld. Zo&#8217;n bedrijf heeft een  heel ander volgsysteem, en uit welk stukje ict van het bedrijf moet je  dan je gegevens halen?\u201d<\/p>\n<p><em>De uitrol loopt dus vertraging op door  de technische complicaties, en niet door gebrek aan vertrouwen, of  doordat de douane niet mee wil werken, omdat ze vrezen zichzelf  overbodig te maken.<\/em><br \/>\n\u201cDe douane is niet bang dat ze overbodig  zouden worden. Er is zoveel te doen, en er komen geen mensen bij, zodat  ze hun handen meer dan vol hebben. Daar zit geen wantrouwen. En wat de  bedrijven betreft: het vertrouwen komt niet tot stand doordat de  communicatie moeilijk gaat. Ze willen alle twee wel, overheid en  bedrijven willen naar elkaar toe groeien in verantwoord vertrouwen en  systeemgericht toezicht, maar daarvoor moeten ze heel veel kennis van  elkaar hebben.\u201d<\/p>\n<p><em>Een voorbeeld?<\/em><br \/>\n\u201cNeem de term  &#8216;veiligheid&#8217;. De douane wil zien dat jouw bedrijf veilig is. Waarop het  bedrijf zegt: &#8216;wat bedoelt u?&#8217;. Zo gaan die discussies ook vaak. Het  bedrijf denkt dat het veilig is omdat er hoge hekken omheen staan. Maar  in een gesprek moeten ze erachter zien te komen wat veiligheid voor dit  specifieke bedrijf betekent. Daar komt ook een punt van onderhandelen en  redelijkheid om de hoek kijken, want de overheid kan wel willen dat op  iedere container een slim slot zit met alle gegevens over de lading,  maar dat is voor het bedrijfsleven onbetaalbaar. Daarom moeten overheid  en bedrijf onderhandelen om tot een economisch redelijke oplossing te  komen die voor het bedrijf niet teveel kosten oplevert en voor de  overheid voldoende veiligheid geeft. Dat is een onderhandelingsproces  waar mensen niet altijd even goed in zijn. Er worden nu software tools  ontwikkeld die dat kunnen ondersteunen.\u201d<\/p>\n<p><em>Dat doet denken aan  het onderzoek van Catholijn Jonker.<\/em><br \/>\n\u201cDaar werken we dus ook om  die reden mee samen. Haar onderzoek is voor ons erg interessant. We  werken in een driehoek met Catholijn (prof.dr. Catholijn Jonker van  mens-machine-interactie bij Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica,  red.) en met de filosofen (prof.dr. Jeroen van den Hoven, faculteit TBM,  red.). Die doen veel aan waarde-gebaseerd ontwerpen en daar heeft het  veel mee te maken.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe gaat dat?<\/em><br \/>\n\u201cNeem privacy, dat  je klantgegevens niet naar buiten kunnen lekken. Het is behoorlijk  ingewikkeld om dat in je systeem goed in te bouwen. Lastig is dat de  regelgeving over privacy door juristen is gemaakt, en die denken echt  heel anders dan informatici. Juristen denken in wetten en regels, en met  de implementatie in de praktijk houden ze zich nauwelijks bezig.  Informatici daarentegen zijn geneigd om in processen te denken, maar  niet in wetten. Als je een informaticus een juridische wet geeft, kan  hij daar meestal niks mee. Wat moet hij met een term &#8216;naar redelijkheid  en billijkheid&#8217;, een geliefde juridische term. Een informaticus zegt  dan: &#8216;daar kan ik niks mee. Daar komt de filosofie ook weer boven. Ik  ken Jeroen (van den Hoven, red.) al lange tijd als filosoof, en dat  schakelt wel gemakkelijk. Dat vind ik zelf ook wel het leuke, die  socio-technische aanpak van onderzoek, waarbij sociale en technische  aspecten samenkomen en we de interactie daarvan bekijken. Dat zit heel  erg in dit onderzoek.\u201d<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Om containers vanuit de Rotterdamse haven te exporteren moet een bedrijf gemiddeld dertig formulieren aanleveren. Bij tien miljoen containers per jaar tikt dat flink aan. Dat kan anders en eenvoudiger door slimme inzet van ict, aldus prof.dr. Yoa-Hua (&#8216;jouwa&#8217;) Tan bij zijn intreerede op 29 april.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[130,128,129],"class_list":["post-1362","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-ict","tag-logistiek","tag-vertrouwen"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1362","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1362"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1362\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1363,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1362\/revisions\/1363"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1362"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1362"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1362"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}