{"id":1353,"date":"2011-03-31T14:45:20","date_gmt":"2011-03-31T14:45:20","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1353"},"modified":"2011-04-05T14:52:08","modified_gmt":"2011-04-05T14:52:08","slug":"net-andere-werelden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1353","title":{"rendered":"&#8216;Net andere werelden&#8217;"},"content":{"rendered":"<p><strong>Ze hoopt op een missie naar verre planeten als Uranus en Neptunus en  ziet kansen voor de TU om hieraan bij te dragen. Planetenexpert Imke de  Pater, die in februari haar intreerede als hoogleraar &#8216;solar system  exploration&#8217; uitsprak, werkt aan planeten en denkt: &#8216;hoe is het daar?&#8217;.<\/strong><\/p>\n<p>Lees interview in <a href=\"http:\/\/www.delta.tudelft.nl\/nl\/interview\/-net-andere-werelden\/22942\">Delta<\/a><\/p>\n<p><em>WIE IS IMKE DE PATER?<\/p>\n<div id=\"attachment_1355\" style=\"width: 213px\" class=\"wp-caption alignright\"><em><a href=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/03\/idp.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" aria-describedby=\"caption-attachment-1355\" class=\"size-full wp-image-1355\" title=\"idp\" src=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/03\/idp.jpg\" alt=\"\" width=\"203\" height=\"300\" \/><\/a><\/em><p id=\"caption-attachment-1355\" class=\"wp-caption-text\">Foto: Sam Rentmeester | FMAX<\/p><\/div>\n<p>Imke de Pater (1952) studeerde  sterrenkunde in Leiden. In 1980 promoveerde ze daar cum laude op een  onderzoek naar de radiostraling van Jupiter. Direct daarna vertrok ze  naar de Verenigde Staten, waar zij eerst werkte aan de Universiteit van  Arizona. Sinds 1983 is ze hoogleraar aan de Universiteit van Californi\u00eb  in Berkeley en sinds juli vorig jaar ook afdelingshoofd. Vanaf eind 2006  was ze ook gastdocent aan de faculteit Luchtvaart- en  Ruimtevaarttechniek. Dankzij steun van de ruimteonderzoeksinstelling  SRON heeft De Pater nu een 0,1 aanstelling bij de TU, waardoor ze vier  tot zes weken per jaar in Delft zal zijn.\u00a0Gedurende haar carri\u00e8re  publiceerde ze ruim tweehonderd wetenschappelijke artikelen. Ook schreef  ze samen met Jack Leisure het veel geprezen lesboek &#8216;Planetaria  Sciences&#8217;. Imke de Pater is getrouwd met sterrenkundige Wil van Breugel  en heeft \u00e9\u00e9n zoon, Floris.<!--more--><\/em><\/p>\n<p><em>U hebt uw leven gewijd aan de  bestudering van planeten. Is er nog iets over van de romantiek van de  sterrenhemel?<\/em><br \/>\n\u201cEr is een enorm verschil tussen het door een  telescoop turen en het op een donkere plek naar de sterrenhemel staren.  Dat blijft fantastisch. Net als kometen. Als je die met een grote  telescoop waarneemt, is dat een heel andere ervaring dan met een  verrekijker of het blote oog. Meestal vind ik amateurfoto&#8217;s van kometen  mooier en artistieker dan van Hubble Space Telescope.\u201d<\/p>\n<p><em>Waarom  is dat?<br \/>\n<\/em>\u201cOmdat je het geheel ziet. Je ziet de komeet, de staart  en de omgeving. Als je met een grote telescoop kijkt, heb je een veel  kleiner blikveld en zie je een klein gedeelte terwijl je het geheel wilt  zien.\u201d<\/p>\n<p><em>Wanneer is die fascinatie voor planeten begonnen?<\/em><br \/>\n\u201cIk  vind sterrenkunde heel boeiend, maar planeten vind ik leuker omdat je  er meer over te weten kunt komen en er meer gedetailleerde modellen over  op kunt stellen. Kijk je naar de atmosfeer van een planeet als Jupiter,  dan leer je veel over de compositie, de structuur en de dynamica. Dat  vind ik interessanter dan alleen kunnen kijken naar iets ver buiten ons  zonnestelsel. Planeten zijn net een andere wereld. En je kunt er naar  toe. Dat is leuk voor de TU Delft.\u201d<\/p>\n<p><em>Naar een andere wereld  kijken?<br \/>\n<\/em>\u201cDat zie je bijvoorbeeld heel sterk bij foto&#8217;s van Mars  gemaakt door de Mars Rovers. Dan is het net of je over zo&#8217;n planeet  loopt. Dat spreekt sterk tot mijn verbeelding om aan planeten te werken  en te denken: hoe is het daar?\u201d<\/p>\n<p><em>U vertelde in uw intreerede  dat ook uw moeder al met interesse naar de maan keek.<br \/>\n<\/em>\u201cMijn  moeder had een sterrenwijzer waarmee ze op kon zoeken waar sterren aan  de hemel staan. Die had ze zelf gemaakt. Ik heb &#8216;m nog steeds. Hij is  wel uit elkaar aan het vallen. Wat we pas veel later vonden, is een  brief uit 1941 van het Zeiss planetarium. Het was dus in de oorlog, maar  zij hield zich als zeventienjarige bezig met de maan. Ze kreeg een  uitgebreide brief van de directeur van het planetarium met schetsjes  erbij over hoe ze de hoogte van bergen op de maan kon afleiden uit de  lengte van de slagschaduwen.\u201d<\/p>\n<p><em>Hebt u het daar nooit met haar  over gehad?<br \/>\n<\/em>\u201cNee, want ik was vijftien toen ze overleed en toen  wist ik nog helemaal niet wat ik ging doen.\u201d<\/p>\n<p><em>U vertelde ook  dat toen u in 1980 na uw studie sterrenkunde Nederland verliet, het  afgelopen was met de planetenstudie in Nederland. Was u dan de enige die  zich ermee bezighield?<br \/>\n<\/em>\u201cNee, ik was niet de enige. Joop  Hovenier (prof.dr, red.) in Amsterdam werkte aan planeetatmosferen \u2013 hij  is nu met pensioen. Joop Hovenier was erg bekend op het gebied van  lichtverstrooiing. Daphne Stam, die nu bij SRON (Nederlands instituut  voor ruimteonderzoek, red.) werkt, was een van zijn studenten. Maar in  Leiden, als promovendus, was ik de enige die aan planeten werkte.\u201d<\/p>\n<p><em>Was  dat gebrek aan belangstelling voor u destijds ook reden om te  vertrekken?<\/em><br \/>\n\u201cNee. Meestal als je aan de slag wilt als postdoc na  je promotie, dan zijn de Verenigde Staten de beste keus, zeker in die  tijd. Mijn man en ik houden allebei erg van de natuur, dus we wilden  graag naar Amerika. Bij voorkeur naar Arizona, New Mexico of  Californi\u00eb.\u201d<\/p>\n<p><em>En, is Californi\u00eb bevallen?<br \/>\n<\/em>\u201cOh ja, ja.  Zelfs nu nog steeds, ondanks de economische malaise daar.\u201d<\/p>\n<p><em>Hebt  u een verklaring voor die geringe interesse, althans destijds, voor  planeetwetenschappen?<br \/>\n<\/em>\u201cSterrenkundigen willen veel liever veel  verder kijken. Ze gaan graag op zoek naar de rand van het universum en  het vroegste licht. Planeten interesseren hen minder. Planeten bevinden  zich tussen aardwetenschappen en sterrenkunde in. Het is pas sinds  Voyager dat geowetenschappers naar andere planeten zijn gaan kijken. Er  zijn maar weinig sterrenkundigen die een telescoop op een planeet  richten.\u00a0Pas sinds de ontdekking van extrasolar planeten komt daar  verandering in. Dat vinden sterrenkundigen namelijk wel weer leuk.\u201d<\/p>\n<p><em>De  Keplersatelliet heeft onlangs duizend nieuwe planeten ontdekt,  waaronder iets van vijftig aardachtige. Wat betekent dat voor uw vak?<br \/>\n<\/em>\u201cWat  van het grootste belang is bij deze ontdekkingen, is om deze nieuwe  gegevens te gebruiken om een algemene theorie op te stellen over het  ontstaan van planeten en zonnestelsels. Hoe meer informatie je hebt over  andere zonnestelsels, hoe beter je een algemeen model kan opstellen hoe  planeten zich vormen.\u201d<\/p>\n<p><em>Nu krijgen we verschillende  zonnestelsels te zien uit de Kepler resultaten. Is ons eigen  zonnestelsel bijzonder?<br \/>\n<\/em>\u201cIk denk niet dat je dat nu al kunt  zeggen. Ze hebben zoveel interessante dingen gevonden. Alles is speciaal  en uniek. Dat compacte zonnestelsel met zes planeten waar Nature laatst  over publiceerde, dat is ook uniek.\u201d<\/p>\n<p><em>Voor veel mensen is de  jacht op exoplaneten verbonden met de speurtocht naar buitenaards leven.  Deelt u die fascinatie?<br \/>\n<\/em>\u201cHet is natuurlijk interessant om te  kijken of er andere planeten zijn waar leven zou kunnen voorkomen.  Naarmate we meer planeten vinden waar de condities goed zijn en waar ook  daadwerkelijk leven voorkomt, is het kennelijk heel gemakkelijk voor  leven om te ontstaan. Hoe ontstaat het dan? Is leven overal hetzelfde of  heb je verschillende soorten van leven? Daaruit doemt een hele reeks  vragen op.\u201d<\/p>\n<p><em>Ziet u nog sporen van buitenaards leven in ons  eigen zonnestelsel?<br \/>\n<\/em>\u201cNu niet, maar Mars had vroeger oceanen.  Daar waren de omstandigheden waarschijnlijk zo dat leven had kunnen  ontstaan. Misschien is het ook ontstaan. Een andere mogelijkheid is de  maan Europa, die bedekt is met een ijskorst. Daaronder zit een oceaan  die door getijdenkrachten van Jupiter wordt verwarmd. Dat denken we nu  tenminste. Vandaar dat die maan, net als Mars, door Nasa en ESA is  uitgekozen om er met ruimteschepen naar toe te gaan om ter plaatse te  onderzoeken of er leven is of is geweest.\u201d<\/p>\n<p><em>Wanneer gaan ze  daar naartoe?<br \/>\n<\/em>\u201cDat is niet helemaal duidelijk. Nasa en ESA  beschouwden het altijd als een flagship mission. Nasa heeft het nu in  zijn pas verschenen Decadal Survey op de tweede plaats gezet &#8211; na Mars,  omdat het toch wel een heel dure missie zou worden.\u201d<\/p>\n<p><em>Ziet u  mogelijkheden voor de TU om bij te dragen aan planetaire missies?<br \/>\n<\/em>\u201cDat  denk ik wel. Dat is ook de reden dat ik het leuk vond om hier te komen.  Met de technologische ontwikkeling in Delft kunnen ze instrumenten  ontwikkelen en kleine spacecrafts bouwen. Waar ik naar uitzie is een  missie naar Titan of Mars. Een ballon die langzaam in de atmosfeer van  de Saturnusmaan Titan afdaalt en onderweg wat Delflyertjes loslaat.  Vanuit een ballon kun je een groter deel van het oppervlak in kaart  brengen. Ondertussen kun je de atmosfeer bestuderen en hopelijk meer  duidelijkheid krijgen over de aerosolen, een soort smogdeeltjes die  geconcentreerd zijn boven de winterpool en daar nevels veroorzaken. Bij  SRON ontwikkelen ze een instrument, Spex (Spectro-Polarimeter for  Planetarire Exploration, red). Deze zou onder zo&#8217;n ballon mee kunnen en  informatie geven over de grootte, structuur en compositie van de  deeltjes. Dat is noodzakelijke informatie om uit te zoeken hoe de  deeltjes ontstaan en weer verdwijnen.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dat vergelijkbaar  met de aardse atmosfeer?<br \/>\n<\/em>\u201cOok op de aarde zijn veel aerosolen,  zowel van industri\u00eble als van natuurlijke oorsprong zoals na vulkanische  uitbarstingen. Zulke aerosolen be\u00efnvloeden het klimaat, bijvoorbeeld  door een antibroeikaseffect. Een broeikaseffect maakt het op Titan  warmer dan verwacht door het methaan in de atmosfeer. Maar de smog die  veroorzaakt wordt door de aerosolen vergroot juist de infraroodstraling  naar buiten, waardoor plaatselijk het broeikaseffect tegengewerkt wordt.  Op aarde leiden flinke vulkaanuitbarstingen daarom ook tot afkoeling  als aerosolen in de stratosfeer terecht komen.\u201d<\/p>\n<p><em>Welke planeten  staan er op uw verlanglijstje voor ruimtemissies?<\/em><br \/>\n\u201cOp langere  termijn hoop ik dat we terug gaan naar Uranus en Neptunus, daar weten we  zoveel minder van af dan Jupiter en Saturnus. Alleen het Voyager-2  ruimteschip is er langs gevlogen. Maar omdat het zo ver weg is waren de  signalen erg zwak en bevatten de plaatjes weinig details. De maan  Miranda ziet er interessant uit, al zijn de plaatjes ervan erg grof. Ook  Triton is erg boeiend met zijn seizoen van ieder veertig jaar. Je ziet  de Zuidpool en de equator, maar ik zou die graag gedetailleerder zien.  Op langere termijn hoop ik dat ze naar die planeten terug gaan. Ik zie  hier heel wat mogelijkheden voor de TU, SRON, en Nederlandse industrie\u00ebn  om bij te dragen aan de instrumentatie voor deze grote  langetermijnmissies, net als aan kleinere missies die op kortere termijn  kunnen plaatsvinden.\u201d<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ze hoopt op een missie naar verre planeten als Uranus en Neptunus en ziet kansen voor de TU om hieraan bij te dragen. Planetenexpert Imke de Pater, die in februari haar intreerede als hoogleraar &#8216;solar system exploration&#8217; uitsprak, werkt aan planeten en denkt: &#8216;hoe is het daar?&#8217;. Lees interview in Delta WIE IS IMKE DE [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[95,124,123],"class_list":["post-1353","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-astronomie","tag-imke-de-pater","tag-planeten"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1353","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1353"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1353\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1356,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1353\/revisions\/1356"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1353"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1353"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1353"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}