{"id":1326,"date":"2011-02-17T22:45:53","date_gmt":"2011-02-17T22:45:53","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1326"},"modified":"2011-02-17T22:46:18","modified_gmt":"2011-02-17T22:46:18","slug":"nieuwe-bodems-zijn-onbekend-terrein","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1326","title":{"rendered":"&#8216;Nieuwe bodems zijn onbekend terrein&#8217;"},"content":{"rendered":"<p><strong>Hoogleraar geotechnologie prof.dr. Michael Hicks (Civiele techniek en  Geowetenschappen) hield eind vorig jaar zijn intreerede &#8216;Soil mechanics  in a changing world&#8217;. Over slappe bodems, nieuwe gronden en omgaan met  onzekerheid.<\/strong><\/p>\n<p><strong>Wie is Michael Hicks?<\/strong><br \/>\nGeboren in 1961 in het  Britse Middlesborough volgde Michael Anthony Hicks zijn universitaire  opleiding in Engineering aan de universiteit van Manchester, waar hij  regelmatig onderscheidingen ontving als beste student van zijn jaar. In  1990 promoveerde hij er op de numerieke modellering van drukbelasting  van bodems. Hij had toen al een computerprogramma geschreven, Monica,  dat zich in de praktijk bewezen had. Hij had er de fundering van een  offshore gasplatform bij Australi\u00eb mee doorgerekend en de stabiliteit  van opgespoten eilanden in de Canadese Beaufortzee. In 2007 publiceerde  hij het boek &#8216;Risk and variability in geotechnical engineering&#8217;. In 2009  kwam hij naar Delft als opvolger van prof.dr. Frans Molenkamp, die hij  goed kende.<!--more--><\/p>\n<p><em>Wat trok u aan in Delft?<\/em><br \/>\n\u201cDe TU heeft een  goede internationale reputatie en dat geldt in het bijzonder voor de  grondmechanica.\u201d<\/p>\n<p><em>Wie hebben dat gebied zo beroemd gemaakt?<\/em><br \/>\n\u201cDirect  voor mij was dat Frans Molenkamp, zijn voorganger was Arnold Verruijt  en daarvoor professor Josselin de Jong.\u201d<\/p>\n<p><em>Hebben ze hun succes  mede te danken aan de slappe Nederlandse bodem?<\/em><br \/>\n\u201cIk denk het  wel. Er zijn veel grondmechanische problemen geweest omdat Nederland een  delta is met jonge, zachte gronden en dat geeft moeilijkheden bij de  bouw. Verder moet je met slappe grond de zee tegenhouden en nieuwe  gebieden zoals de Tweede Maasvlakte opspuiten. Er gebeurt heel veel in  het deltagebied. Het kan geen toeval zijn dat Fugro als grootste  geotechnische bedrijf hier vandaan komt, net als twee van de vier  grootste baggerbedrijven en oliebedrijven.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe is bij u de  fascinatie voor de bodem ontstaan?<\/em><br \/>\n\u201cIk denk dat het begonnen is  aan de universiteit van Manchester waar ik college had van hoogleraar  geotechnologie professor Peter Rowe, nog zo&#8217;n bekende bodemman en een  charismatisch man. Hij heeft bij mij interesse gewekt, evenals zijn  opvolger Ian Smith, die ook mijn promotor werd. Ik was erg  ge\u00efnteresseerd in zijn numerieke aanpak.\u201d<\/p>\n<p><em>Draait dat allemaal  om het berekenen van grondeigenschappen?<\/em><br \/>\n\u201cIn mijn geval wel. Ik  houd me bezig met de modellering van grondeigenschappen in een  computermodel. Ik ben een echte computerman, maar ik maak gebruik van  data uit het veld en uit het laboratorium om de grondmodellen op te  zetten en te evalueren.\u201d<\/p>\n<p><em>Hoe lang bestaat die numerieke  grondmechanica al?<\/em><br \/>\n\u201cHet is in de zestiger jaren begonnen met de  eerste modellen. Men verdeelde de bodem als het ware in discrete  blokken. Het gedrag daarvan werd berekend met een eindige elementen  analyse. In het begin van de jaren tachtig heb ik meegewerkt aan de  implementatie van complexe programma&#8217;s over grondgedrag. De uitkomst  daarvan gebruikten we voor technische toepassingen. Nu kunnen we veel  grotere vraagstukken aan. In de jaren tachtig rekenden we in twee  dimensies aan misschien een paar honderd elementen. Nu gaat dat in drie  dimensies met vijftien- of honderdduizend elementen.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dat  een kwestie van krachtigere computers?<\/em><br \/>\n\u201cHet is een gevolg van  snellere computers met parallelle processors. Daarnaast is in de laatste  tien tot vijftien jaar een ontwikkeling gaande om de onzekerheid in de  berekeningen te kwantificeren, en om na te gaan wat de consequenties  ervan zijn.\u201d<\/p>\n<p><em>Kunt u een voorbeeld geven? <\/em><br \/>\n\u201cDe gevallen  waarbij ik betrokken ben geweest, betroffen vaak opgespoten structuren.  Ik heb gerekend aan de stabiliteit van kunstmatige eilanden voor de  oliewinning. In de Noordelijke IJszee, die niet erg diep is, spuiten ze  eilanden op om naar olie te zoeken. In dieper water beginnen ze ook vaak  met een hoop zand onder water, waar dan een caisson bovenop geplaatst  wordt. Zo&#8217;n ding meet honderd meter in het vierkant en is twintig meter  hoog. Wij onderzochten de heterogeniteit van de opgespoten zandhoop.  Fugro of Boskalis heeft de stabiliteit op verschillende plekken gemeten.  Dat geeft een indruk van de spreiding. Wij gebruiken die meetgegevens  om de variatie door de hele driedimensionale structuur te voorspellen.\u201d<\/p>\n<p><em>Waar  kunnen die onderlinge verschillen in de bodem toe leiden?<\/em><br \/>\n\u201cTot  verschillen in zettingen. Goede voorbeelden in Nederland zijn hobbelige  wegen en scheefgezakte huizen. Wij proberen verschillen in de bodem te  kwantificeren en ook het gevolg voor de geotechnische constructies die  er gebouwd gaan worden. We willen onzekerheden daarin verkleinen door  betere metingen en betere interpretaties daarvan. Naarmate we beter  weten wat er in de grond zit kunnen we er beter op ontwerpen.\u201d<\/p>\n<p><em>Is  het niet lastig rekenen met al die onzekerheden?<\/em><br \/>\n\u201cAls je niet  zeker bent van het materiaal en hoe het zich gedraagt kom je niet met  \u00e9\u00e9n waarde maar met een waarschijnlijkheidsverdeling. We herhalen de  berekeningen dan voor alle mogelijke waarden. Daarnaast houden we er  rekening mee dat eigenschappen zich vaak in horizontale richting  uitstrekken door de manier waarop de bodem is ontstaan. We hebben dus te  maken met een ruimtelijke verdeling van de heterogeniteit en een  waarschijnlijkheidsverdeling van de eigenschappen. Dat geeft een reeks  van oplossingen in plaats van \u00e9\u00e9n antwoord. Ook al weten we niet precies  hoe de constructie zich zal gaan gedragen, we hebben die reeks  mogelijke oplossingen met bijbehorende waarschijnlijkheden. Voor een  gegeven belasting kunnen we dan de kans berekenen dat de bodem het  houdt.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dat goed genoeg?<\/em><br \/>\n\u201cMisschien niet, maar het  is wel de werkelijkheid. Als je zegt: &#8216;de veiligheidsfactor is 1,3&#8217;,  garandeert dat dat het constructie overeind blijft? Niet per se. Geef  mij dan maar een waarschijnlijkheidsverdeling, dan weet je waar je aan  toe bent.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dat een vooruitgang bij hoe constructies  twintig jaar geleden werden berekend?<\/em><br \/>\n\u201cIn het verleden was de  benadering deterministisch. Ze namen bepaalde waarden aan, rekenden  ermee en deden er dan een veiligheidsfactor overheen. Dat heeft goed  gewerkt, maar dat komt vooral omdat het ervaren ingenieurs waren die  ermee werkten. Maar de moderne samenleving heeft behoefte aan meer  effici\u00ebnte en goedkopere ontwerpen en een expliciet gekwantificeerd  risico. Een veiligheidsmarge zegt dan te weinig. Het kan zijn dat je het  allemaal veel te groot en te zwaar maakt, maar dat weet je niet, omdat  er geen maat is voor de onzekerheid in het ontwerp.\u201d<\/p>\n<p><em>Is het  niet gevaarlijk om veiligheidsmarges te schrappen? <\/em><br \/>\n\u201cIk denk dat  je dankzij deze ontwikkeling goedkoper kunt ontwerpen. Vroeger stortte  er ook wel eens een constructie in. Het kan beide kanten op werken, maar  ik blijf erbij dat de waarschijnlijkheidsverdeling informatiever is dan  een enkele veiligheidmarge, omdat het de onzekerheden in het ontwerp  onderkent. Uiteindelijk wil je natuurlijk die onnauwkeurigheden inperken  en ik denk dat dat kan door laboratoriumproeven te doen, door de  wiskundige modellen te verbeteren en door betere sonderingen. In de  constructieleer en de waterbouw wordt de waarschijnlijkheidstheorie al  twintig tot dertig jaar toegepast. In de geotechniek is het wel een stuk  lastiger omdat de bodem een grote variabiliteit heeft. Toch denk ik dat  waarschijnlijkheidstheorie de nieuwe richting is voor de civiele  techniek.\u201d<\/p>\n<p><em>Hebt u zichzelf doelen gesteld voor de komende  tijd?<\/em><br \/>\n\u201cIk denk dat het modelleren en beproeven van  problematische slappe bodems een belangrijke bezigheid wordt. Ook wil ik  onderzoek doen naar nieuwe gronden, dat is materiaal afkomstig uit  industri\u00eble processen of afval. Momenteel zijn we bezig met modelleren  en beproeven van bodem die afkomstig is uit de Britse kernindustrie.\u201d<\/p>\n<p><em>Wat  voor materiaal komt daar vandaan?<\/em><br \/>\n\u201cMetalen bekleding van  afgewerkte nucleaire staven bijvoorbeeld, die in water gecorrodeerd is,  vormt na verloop van tijd een soort modder. Uiteindelijk komt dat in een  radioactieve eindberging terecht, maar in de tussentijd willen mensen  wel weten hoe ze met dat spul om kunnen gaan.\u201d<\/p>\n<p><em>Is dat nog  radioactief?<\/em><br \/>\n\u201cHet materiaal waar wij mee werken is dat niet,  maar het materiaal bij onze opdrachtgever heeft nog enige activiteit.  Zulk materiaal is nieuwe bodem waar we nog weinig van weten. Een ander  voorbeeld is mijnafval, zoals de bekende rode modder uit Hongarije. Ik  werk nu aan de afvalstroom van een kopermijn in Polen. Dat is heel fijn  materiaal, ontdaan van alle erts. Er zijn duizenden van die plekken in  heel Europa.\u201d<\/p>\n<p><em>Slaan ze het ook allemaal op in een ringdijk?<\/em><br \/>\n\u201cDat  gebeurt wel vaker, ja. Vaak is die dam van hetzelfde afvalmateriaal  gebouwd. Het reservoir in Polen ligt achter een 15,4 kilometer lange  ringdam. Het gevaar is dat zo&#8217;n dam zich door bijvoorbeeld een  aardbeving plotseling als een vloeibaar materiaal kan gaan gedragen, en  dan wegstroomt. We zoeken nu naar manieren om die afvalvijvers te  stabiliseren en het risico op rampen zoals met de rode aluminiumslurry  in Hongarije te verkleinen.\u201d<\/p>\n<p><em>Uw &#8216;nieuwe bodem&#8217; is dus  eigenlijk industrieel afval.<\/em><br \/>\n\u201cHet komt van de industrie, maar  het heeft de korrelstructuur van een bodem, en er zit water in. Het is  bodemmateriaal waar we nog niet bekend mee zijn. In het geval van  radioactief afval komt daar nog bij dat er gassen vrijkomen. Dan heb je  een mengsel van vast, vloeibaar en gasvormig materiaal. Dat is een  complex geheel.<br \/>\nWe zullen ons steeds meer bezig gaan houden met  complexe materialen. Dat geldt voor klei en veen omdat we er op willen  bouwen. Maar dat geldt ook voor de nieuwe gronden uit de industrie of  van de vuilstort. Ook die materialen moeten we modelleren en testen.  Probleembodems zijn vaak gekoppelde systemen van vaste stof, water, en  gassen met chemische of biologische interactie en temperatuur  afhankelijkheid. Die te doorgronden betekent veel werk, zowel achter de  computer als in het laboratorium.\u201d<\/p>\n<p>Bekijk intreerede op <a href=\"http:\/\/bit.ly\/eU8R55\">Collegerama<\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hoogleraar geotechnologie prof.dr. Michael Hicks (Civiele techniek en Geowetenschappen) hield eind vorig jaar zijn intreerede &#8216;Soil mechanics in a changing world&#8217;. Over slappe bodems, nieuwe gronden en omgaan met onzekerheid.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[120,119,121],"class_list":["post-1326","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-geotechnologie","tag-grondmechanica","tag-michael-hicks"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1326","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1326"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1326\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1328,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1326\/revisions\/1328"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1326"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1326"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1326"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}