{"id":1308,"date":"2011-02-04T09:36:07","date_gmt":"2011-02-04T09:36:07","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1308"},"modified":"2011-02-06T09:45:24","modified_gmt":"2011-02-06T09:45:24","slug":"groen-gaat-niet-gemakkelijk","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1308","title":{"rendered":"Groen gaat niet gemakkelijk"},"content":{"rendered":"<p><img decoding=\"async\" src=\"file:\/\/\/Users\/joswas\/Desktop\/repochemicals.jpg\" alt=\"\" \/><a href=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/02\/repochemicals.jpg\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"size-thumbnail wp-image-1310 alignright\" title=\"repochemicals\" src=\"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/wp-content\/uploads\/2011\/02\/repochemicals-300x225.jpg\" alt=\"\" width=\"300\" height=\"225\" \/><\/a><strong>Dankzij de groene chemie is de chemische industrie in de afgelopen  twintig jaar een stuk schoner geworden. Maar de mentaliteit verandert  langzaam en de groene revolutie heeft nog een lange weg te gaan.<\/strong><\/p>\n<p><strong>Katharine Anderson &#8211; Nature<\/strong><!--more--><\/p>\n<p>Tegen het eind van de jaren tachtig was wereldwijd het besef  doorgedrongen dat de chemische industrie schoner moest gaan werken. De  milieureputatie was op dat moment abominabel. De ramp in Bhopal, India,  lag nog vers in het geheugen. Er waren minstens drieduizend doden  gevallen en honderdduizenden raakten gewond door het lek van een giftig  gas uit een pesticidenfabriek van Union Carbide. Ook kende iedereen nog  het schandaal van Love Canal in Niagara Falls in New York, waar de  ontdekking van een grote hoeveelheid verbrand chemisch afval tot de  ontruiming leidde van een hele woonwijk. Een paar jaar later werd zelfs  een hele stad ge\u00ebvacueerd na de ontdekking van een dioxinebesmetting bij  Times Beach in Missouri.<br \/>\nMaar zelfs wanneer bedrijven ervoor kozen  om zich op een legale manier van hun afval te ontdoen, meestal ging het  daarbij om vluchtige organische oplosmiddelen waar je moeilijk van af  kwam, dan waren de hoeveelheden ontzagwekkend. Het overzicht was, en is  nog steeds, verbrokkeld. In de Verenigde Staten is volgens de vroegste  cijfers van het milieuagentschap Environmental Protection Agency (EPA)  in 1991 maar liefst 278 miljoen ton gevaarlijk afval geproduceerd op  meer dan 24 duizend plaatsen. Niet alles kwam van de chemische  industrie, maar het meeste wel.<\/p>\n<p>Als gevolg van een lange rij  milieuschandalen, en van chemische bedrijven die zich gedwongen zagen  aan de steeds scherpere milieuwetgeving te voldoen, ontstond een brede  beweging binnen de chemische industrie in de richting van wat &#8216;groene  chemie&#8217; werd genoemd \u2013 een term die in 1991 werd gelanceerd door de toen  28-jarige Paul Anastas, stafchemicus bij EPA.<\/p>\n<p>Het doel van groene  chemie was niet slechts om de boel op te schonen, legt Anastas uit. Hij  is momenteel op verlof van de universiteit van Yale om de  onderzoeksafdeling van EPA te leiden. In zijn visie draait het in de  groene chemie om een grondige herziening van de chemische processen. Het  gaat erom de industri\u00eble chemie veiliger, schoner en meer  energie-effici\u00ebnt te maken in de volledige levenscyclus van een product,  van synthese via schoonmaak tot afvalverwerking. Het gaat ook over het  gebruik van hernieuwbare grondstoffen waar mogelijk, het laten  plaatsvinden van reacties bij omgevingstemperatuur en \u2013druk en bovenal  over het minimaliseren of het elimineren van giftig afval vanaf het  begin, in plaats van de troep achteraf schoon te moeten maken. \u201cHet is  effectiever, effici\u00ebnter en eleganter. Het is simpelweg betere chemie\u201d,  aldus Anastas.<\/p>\n<p>Dat klinkt simpel, maar de praktijk is allesbehalve  eenvoudig. \u201cJa\u201d, zegt Eric Beckman, chemisch ingenieur aan de  universiteit van Pittsburgh in Pennsylvania, \u201cbedrijven zijn  tegenwoordig erg actief om hun processen groener te maken.\u201d In 2009  bijvoorbeeld lag de totale productie van gevaarlijk chemisch afval een  orde lager dan in 1991. Nu is dat &#8216;nog maar&#8217; 35 miljoen ton per jaar.<\/p>\n<p>Maar  de vergroening van de processen is een afweging tussen opbrengst,  haalbaarheid en kosten, zegt Beckman \u2013 en groen wint niet altijd.  Verder, zegt hij, bestaat de groene beweging binnen de industrie vooral  uit kleine verbeteringen van bestaande processen.<br \/>\nDe opmars van de  groene chemie tot nu toe is deels te danken aan de technische  haalbaarheid van alternatieven die minder toxisch. Een goed voorbeeld is  superkritisch kooldioxide: doodgewoon niet-giftig CO2 dat zich boven  zijn kritische punt (31 graden Celsius en 7,4 Megapascal) gedraagt als  gas en vloeistof tegelijk en dan inzetbaar is als oplosmiddel voor tal  van organische en anorganische reacties. Een ander non-toxisch  oplosmiddel is gevonden in de ionische vloeistoffen: exotische verwanten  van het gewone keukenzout die toevallig vloeibaar zijn bij of in de  buurt van kamertemperatuur.<\/p>\n<p><strong>De E-factor<\/strong><br \/>\nVerder  heeft de groene chemie geprofiteerd van de publiciteitscampagne die  Anastas en zijn makkers gevoerd hebben. De eerste stap was in 1991 de  formulering van de naam, zegt John Warner, hoofd van het Warner-Babcock  instituut voor groene chemie in Wilmington, Massachusetts. Destijds was  hij hoofd van het verkennende onderzoek bij Polaroid in Minnetonka,  Minnesota. \u201cHet labelen van groene chemie als een tak van wetenschap  onderscheidde het van een politieke of een sociale beweging\u201d, stelt  Warner.<\/p>\n<p>De farmaceutische sector heeft de groene chemie het meest  enthousiast onthaald, misschien omdat daar het meest te winnen was. Een  farmaceutische fabriek produceert 25 tot 100 kilogram afval per kilo  product, een verhouding die bekend staat als milieufactor (environmental  factor) of E-factor. Er is dus volop ruimte voor verbetering en voor  verlaging van de kosten.<br \/>\nBij Pfizer bijvoorbeeld kende de eerste  laboratoriumsynthese van potentiepil Viagra een E-factor van 105. Maar  lang voordat Viagra in 1998 op de markt verscheen, had een team van een  Brits laboratorium in Sandwich het hele proces onder de loep genomen. Ze  vervingen gechloreerde oplosmiddelen door minder giftige alternatieven  en recycleden die. Ze slaagden erin om het gebruik van waterstofperoxide  te omzeilen, net als een stof (oxalylchloride) die koolmonoxide  produceert in de reactie en daardoor giftig is. Uiteindelijk verlaagden  ze de E-factor tot 8.<\/p>\n<p>Na dat succes werd Peter Dunn, de leider van  het Viagra synthese team, in 2001 het hoofd van een groene beweging  binnen Pfizer. Dunn zegt dat hij geen getallen mag noemen over de  besparing, maar hij kan wel voorbeelden geven van verbeteringen van  processen elders in het bedrijf. Pfizer heeft de E-factor van het  antibraakmiddel Lyrica teruggebracht van 86 naar 9, en boekte  vergelijkbare resultaten met het antidepressivum Sertaline en de  ontstekingsremmer Celecoxib. \u201cDeze drie producten alleen al hebben meer  dan een half miljoen ton chemisch afval voorkomen\u201d, aldus Dunn.<\/p>\n<p><strong>Creatieve  chemie<\/strong><br \/>\nPfizer is niet de enige; binnen de farmaceutische  sector is de concurrentie zo sterk dat niemand zich kan veroorloven de  potenti\u00eble besparingen van de groene chemie te negeren. Van het  overlegorgaan Pharmaceutical Roundtable, dat in 2005 voor het eerst  bijeen kwam op initiatief van het instituut voor groene chemie van de  Amerikaanse chemische vereniging, zijn nu veertien bedrijven lid die  gezamenlijk academische onderzoek betalen en niet-concurrentiegevoelige  informatie delen.<\/p>\n<p>In 2002 introduceerde chemiereus Basf in het  Duitse Ludwigshafen een proces dat op industri\u00eble schaal ionische  vloeistoffen bij omgevingstemperatuur gebruikte voor de verwijdering van  zure bijproducten uit een reactiemengsel \u2013 een veelvoorkomende  productiestap die tot dan toe een stuk lastiger was geweest. Maar Basf&#8217;s  enthousiasme voor groene chemie \u2013 zelf spreken ze over duurzame chemie \u2013  gaat verder, zegt Peter Licence, groene chemicus aan de universiteit  van Nottingham, Engeland. \u201cJe wordt gevoelig voor hoe chemische  fabrieken in elkaar steken\u201d, zegt hij. \u201cZe hebben een ge\u00efntegreerd  reactiesysteem waarvan de producten en de halfproducten de grondstoffen  zijn voor de fabriek van de buren.\u201d Ook zijn de fabrieken ontworpen op  maximaal energetisch rendement. \u201cAfvalwarmte van het ene proces zorgt  voor de opwarming van de grondstoffen van een volgend proces.\u201d<\/p>\n<p>Maar  de omvangrijke ombouw die ervoor nodig was maakt ook duidelijk waarom  andere producenten in de bulkchemie relatief terughoudend zijn met de  vergroening. Bulkbedrijven hebben vaak hun processen al geoptimaliseerd  met E-factoren in de buurt van 1 tot 5. Hoewel het mogelijk is om nog  veel lager te gaan \u2013 E-factoren in de petrochemische industrie liggen in  de buurt van 0,1 \u2013 is dat niet altijd economisch haalbaar. \u201cAls je  eenmaal een fabriek hebt, moet je de investering in dertig tot veertig  jaar terugverdienen\u201d, zegt Walter Leitner, verbonden aan de universiteit  van Aken.<\/p>\n<p>Groen is niet altijd lonend, zo ervoer ook het Britse  chemiebedrijf Swan and Company in 2001. Swan presenteerde toen &#8216;s wereld  eerste continue reactor met superkritisch kooldioxide als oplosmiddel.  \u201cHet leek alsof we de standaard in de industrie zouden verzetten\u201d, zegt  directeur Harry Swan. Maar zonder subsidies van de overheid kon de  reactor niet goedkoper produceren dan de conventionele reactoren. En dus  werd de opstelling stilgelegd, en wellicht binnenkort ontmanteld en  afgevoerd.<\/p>\n<p>Andere struikelblokken op de weg naar groene chemie  zijn technisch van aard. Groene oplosmiddelen bijvoorbeeld werken  ondanks decennia van onderzoek niet altijd beter dan gechloreerde  oplosmiddelen. Ook kunnen chemici nog altijd niet zonder katalysatoren  met dure of toxische metalen, hoewel Dunn daarover optimistisch is. Hij  denkt dat vooruitgang in de enzymtechnologie non-toxische alternatieven  zal opleveren. Ook de productie van bulkchemicali\u00ebn uit biomassa in  plaats van fossiele olie vormt nog een grote uitdaging. \u201cHet is een  totaal andere benadering van de chemische synthese\u201d, zegt Leitner die  stelt dat de conventionele benadering wordt omgedraaid. In plaats van te  beginnen met een simpele koolwaterstof uit aardolie waar chemici  zijgroepen aan toevoegen om moleculen van de gewenste eigenschappen te  voorzien, beginnen chemici vanuit biomassa met een ongelofelijk complex  mengsel van biomoleculen waar ze stukken van af moeten knippen om tot  het gewenste resultaat te komen.<\/p>\n<p>Anderen zeggen dat de  omschakeling naar groene chemie vooral een kwestie van mentaliteit is,  en een gevolg van de opleiding. \u201cIn de Verenigde Staten worden chemici  grondig getraind in de chemie, maar ze horen niets over productontwerp  of levenscycli van producten\u201d, aldus Beckman. Of, zoals Anastas zegt:  \u201cOp veiligheidscursus leren ze &#8216;draag je bril en jas en blaas niets op \u2013  en als je dat toch doet: bel dit nummer.&#8217; Maar ik denk niet dat dat  hetzelfde is als de gevolgen als intrinsiek deel van je werk te zien.\u201d<\/p>\n<p>Dat  conservatisme in het curriculum weerspiegelt aardig de vaak negatieve  reacties van academische scheikundigen over groene chemie. Vooral in de  beginjaren werd de stroming als vaag en soft beschouwd, zegt Neil  Winterton van de universiteit van Liverpool. Hij was een vroege  criticaster van de beweging, waar hij nu meer begrip voor heeft. Het  woord &#8216;groen&#8217; deed vermoeden dat er een politieke correctheid achter  zat, zegt hij. \u201cHet had een meer fundamentele onderbouwing nodig om vast  te stellen of de voorstellen nou wel of niet bijdroegen aan een  verbeterd rendement van chemische processen.\u201d<\/p>\n<p>Sceptici vroegen  zich hardop af of groene chemie niets meer was dan een trendy toverwoord  om geld te krijgen voor onderzoek met twijfelachtige meerwaarde voor  het milieu. \u201cHet is iets dat het publiek kan bedotten, het kan andere  wetenschappers bedriegen en wat nog veel, veel belangrijker is: het kan  belangrijke beslissers voor het lapje houden\u201d, geeft Licence toe.<br \/>\nDe  scepsis is nog niet verdwenen; het begrip &#8216;groene chemie&#8217; kan in een  groep chemici nog steeds diepe zuchten opleveren en wegdraaiende  oogballen, zegt Warner. Maar het wantrouwen is verminderd naarmate er  het onderzoek is verbeterd. Zo heeft de EPS een initiatief genomen om  een barri\u00e8re weg te nemen voor onderzoekers die een nieuw proces willen  ontwerpen, maar niet weten of een bepaalde stof &#8216;groen&#8217; is of niet.  Niemand heeft tijd of geld gehad om alle toxiciteitgegevens te  verzamelen. EPA heeft daarom een grootschalig screeningsprogramma  opgezet onder de naam Toxcast. Binnen dit programma wordt de  biochemische binding aan celreceptors onderzocht en vergeleken met  duizend stoffen waarvan de toxiciteit bekend is. De gegevens geven een  voorspelling van de giftigheid van een substantie zonder dat daar  proefdieren voor gebruikt hoeven te worden.<\/p>\n<p>Zo&#8217;n Toxcast analyse  kost 20 duizend dollar per stof, vergeleken met zes miljoen dollar voor  een dierproef, zegt Robert Kavlock, hoofd van EPA&#8217;s centrum voor  computational toxicology in Research Triangle Park, North Carolina. Als  deze modellen betrouwbaar genoeg gemaakt worden, dan kunnen we stoffen  testen die te duur zijn voor dierproeven. Zo kunnen we bedrijven laten  kiezen voor stoffen waarmee ze hun processen kunnen vergroenen.<br \/>\nNu  Anastas hoofd onderzoek bij EPA is, probeert hij de groene chemie  gedachte in de verschillende laboratoria te verspreiden. In plaats van  regulieren en verbieden zou EPA de productie zo moeten sturen dat  gevaarlijke stoffen er niet of nauwelijks meer aan te pas komen. Of  zoals EPA-chef Lisa Jackson zegt: \u201cHet verschil tussen het behandelen  van een ziekte en het bevorderen van gezonde leefstijl.\u201d<\/p>\n<p>Als die  mentaliteitsverandering er door komt zal dat een seismische schok zijn  binnen het agentschap \u2013 \u201cde bekroning van al het werk binnen mijn  loopbaan\u201d, aldus Anastas. Maar tegelijk is het ook slechts het begin.  \u201cHet ultieme doel van de groene chemie is vergeten te worden, simpelweg  omdat iedereen het zo doet. Groene chemie moet een tweede natuur worden,  de standaardmanier.\u201d<\/p>\n<p><strong>De twaalf principes van de groene chemie:<\/strong><\/p>\n<p>1.  Beperk de vervuiling bij de bron (liever dan op een later moment het  afval te verwijderen)<br \/>\n2. Optimaliseer de opname van alle  bestanddelen in het chemische bereidingsproces in het gereed product<br \/>\n3.  Ontwikkel minder risicovolle chemische bereidingsprocessen<br \/>\n4.  Ontwikkel veiligere chemische producten (effici\u00ebnt en minder giftig)<br \/>\n5.  Beperkt het gebruik van oplosmiddelen<br \/>\n6. Beperk het  energiegebruik<br \/>\n7. Gebruik hernieuwbare grondstoffen (die  je weer opnieuw kunt maken) in plaats van fossiele materialen<br \/>\n8.  Verminder afgeleiden die afval kunnen geven.<br \/>\n9. Gebruik  katalysatoren, want de aanwezigheid van katalytische energie geeft  energiebesparing, verminderde reactietijd en geeft minder afval<br \/>\n10.  Ontwikkel substanties en houd daarbij hun ultieme afbraak in gedachten<br \/>\n11.  Ontwikkel realtime analysemethoden om vervuiling te voorkomen<br \/>\n12.  Ontwikkel veilige chemie om ongelukken te voorkomen.<\/p>\n<p><em>Met  toestemming overgenomen uit Nature, 6 januari 2011 in het kader van  2011, het jaar van de chemie. Oorspronkelijke titel &#8216;It&#8217;s not easy being  green&#8217;.<br \/>\nVertaling: Jos Wassink.<\/em><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Dankzij de groene chemie is de chemische industrie in de afgelopen twintig jaar een stuk schoner geworden. Maar de mentaliteit verandert langzaam en de groene revolutie heeft nog een lange weg te gaan.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[5,24],"tags":[111,112],"class_list":["post-1308","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-delta","tag-chemie","tag-duurzaamheid"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1308","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1308"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1308\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1316,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1308\/revisions\/1316"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1308"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1308"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1308"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}