{"id":1242,"date":"2009-06-01T20:43:16","date_gmt":"2009-06-01T20:43:16","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1242"},"modified":"2010-07-25T20:46:38","modified_gmt":"2010-07-25T20:46:38","slug":"een-stip-op-de-horizon","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1242","title":{"rendered":"Een stip op de horizon"},"content":{"rendered":"<p>Delft Integraal, 2009-2<\/p>\n<p><strong> Het Havenbedrijf Rotterdam en de Delftse TU werken dit voorjaar tien  jaar samen in het zogeheten Port Research Centre Rotterdam-Delft. Een  terugblik en een greep uit lopend onderzoek. <\/strong><\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.tudelft.nl\/live\/pagina.jsp?id=c56e227d-245a-410f-aee4-25ea8d4845e1&amp;lang=nl&amp;binary=\/doc\/DI-09-2-5HavenRotterdam.pdf\">Download als .pdf<\/a><!--more--><\/p>\n<p>Vanaf de zeventiende verdieping van het World Port  Center is het uitzicht adembenemend. In de diepte ligt het Noordereiland  met De Hef, in het noorden strekt zich de hoogbouw vanuit het centrum  uit tot aan de Maasboulevard. Aan de voet ervan ligt de Erasmusbrug  waaronder wendbare taxibootjes en logge binnenvaartschepen elkaar  kruisen in een eindeloze dans. En in het westen, ver voorbij het oude  Scheepvaartkwartier, strekt de Rotterdamse wereldhaven zich uit tot aan  de horizon. Het kantoor aan de Wilhelminakade is de werkplaats van  bedrijfsstrateeg Henk de Bruijn en senior advisor Teun Tuijtel, mannen  die hier zitten vanwege hun wijde blik. \u201cEr komen nieuwe uitdagingen  aan\u201d, beseft Tuijtel, die vanaf het begin betrokken is bij de  samenwerking met de TU. \u201cDe huidige teruggang is een aansporing om  vooruit te denken.\u201d Langetermijnplanning, visie en strategie \u2013 Henk de  Bruijn wil zijn denkbeelden graag testen in dialoog met de TU: \u201cHoud ons  maar een spiegel voor. Gevraagd en ongevraagd.\u201d \u2018De samenwerking tussen  TU en Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam is vooralsnog zeer algemeen  geformuleerd\u2019, schreef universiteitsblad Delta op 6 juni 1999. \u2018Er wordt  gezamenlijk gezocht naar nieuwe concepten voor de infrastructuur van de  Rotterdamse haven. Volgens woordvoerder dr.ir. R.M. Stikkelman van het  Delftse onderzoekinstituut Interduct gaat het om een duurzame  verbetering: \u201cHoe kan dit gebied per hectare meer opbrengen met minder  milieubelasting\u201d.\u2019<\/p>\n<p>Het werkplan van het Port Research Centre (prc) uit 2009  verwoordt het in de mission statement iets anders: \u2018Het genereren,  co\u00f6rdineren en uitvoeren van innovatieve, strategische  onderzoeksprojecten gericht op toepassing in het Rotterdamse haven- en  industriegebied ter versterking van de internationale  concurrentiepositie.\u2019<\/p>\n<p>De aftrap in 1999 had plaatsgevonden in de vorm van een  brainstormsessie waarbij door beide partijen samen negentig idee\u00ebn waren  gelanceerd. \u201cHet was in het begin wel erg vraaggestuurd vanuit de  haven\u201d, herinnert dr.ir. Rob Stikkelman (Techniek Bestuur en Management)  zich. Hij is contactpersoon voor het Port Research Centre (prc) vanuit  de TU. In het begin had hij de rol om met onderzoeksvragen te gaan  \u2018buurten\u2019 bij onderzoeksgroepen op de TU. Als een van de onderwerpen  herinnert hij zich \u2018meervoudig ruimtegebruik\u2019. Sinaasappelen en ruwe  olie gaan slecht samen op eenzelfde kade, maar iedere geslaagde  combinatie scheelt ruimte in de haven. Ook werd onderzoek gedaan naar  stil en schoon transport in de haven \u2013 met door brandstofcellen gevoede  elektrische auto\u2019s op methanol \u2013 en naar de opklapbare container \u2013 nu  een product van Holland Container Innovations.<\/p>\n<p>\u201cWe vonden de TU in het begin een wat verkokerde  organisatie\u201d, weet ing. Teun Tuijtel nog. Hij is co-voorzitter van de  programmaraad van het prc, samen met waterbouwkundige prof.ir. Han  Ligteringen van Civiele Techniek en Geowetenschappen. \u201cDe verschillende  faculteiten werkten niet goed samen\u201d, weet Tuijtel. \u201cDat is een stuk  verbeterd. De eerste twee jaar was een zoektocht, daarna is de  samenwerking aan beide kanten geprofessionaliseerd.\u201d<\/p>\n<p>Die professionalisering spreekt ook uit het werkplan.  Onderzoeksprojecten staan gerubriceerd op thema, met vermelding van de  verantwoordelijken vanuit TU en Havenbedrijf Rotterdam.  Onderzoeksthema\u2019s zijn Ruimte, Bereikbaarheid, Energie en \u2018Overig\u2019.  Ieder kwartaal verschijnt een voortgangsrapportage waarin een kolom met  lachebekjes en huilebekjes aangeeft hoe het met een project gesteld is.  \u2018Projectleider heeft tud verlaten\u2019 of \u2018Concept nog niet definitief\u2019  staat er dan, waarop de programmaraad een beslissing moet nemen.<\/p>\n<p>\u201cWe hebben besloten tot een projectmatige aanpak&#8221; licht  Tuijtel toe. Ieder onderzoeksvoorstel moet, inclusief een plan van  aanpak, geaccordeerd worden door de programmaraad. \u201cDat is niet zo strak  als het uitvoeringstraject dat we in de haven gewend zijn, maar je moet  wel werken met deadlines, en afspraken kunnen maken met elkaar. Dat  zijn we wat steviger gaan neerzetten.\u201d<\/p>\n<p>Henk de Bruijn, director corporate strategy van het  Havenbedrijf Rotterdam, neemt binnenkort Tuijtels co-voorzitterschap van  de programmaraad over. Hij ziet de samenwerking met de TU vooral als  ori\u00ebnterend. \u201cWe zetten een stip op de horizon en werken terug naar wat  we er nu aan kunnen doen. De projecten zijn meer agendazettend dan  realiserend.\u201d Samenwerking met de universiteit is volgens De Bruijn  vooral interessant in het voortraject, om samen beter de vraag te kunnen  formuleren waarmee in de uitvoerende fase consultants en  ingenieursbureaus aan de slag kunnen. Tuijtel: \u201cDat is de goede  volgorde. Die scherpte moet je er samen inbrengen.\u201d De Bruijn: \u201cAls je  een prof of een aio een vraag stelt, krijg je wel een antwoord, maar je  krijgt vooral antwoorden waar je niet om gevraagd hebt.\u201d In de loop van  de samenwerking is er van beide kanten meer begrip gekomen voor elkaars  positie. Het Havenbedrijf begon in te zien dat eigenwijze wetenschappers  soms wel verstandige dingen zeiden. Omgekeerd begon men op de TU meer  waardering te krijgen voor toegepast onderzoek. \u201cWe zijn dichter bij  elkaar gekomen\u201d, vat De Bruijn samen. Vorig jaar is in de hernieuwde  samenwerkingsovereenkomst tussen TU en Havenbedrijf de financiering van  drie leerstoelen overeengekomen (bij citg, tbm en 3me). Mogelijk komt  daar dit jaar nog een deeltijdleerstoel bij citg bij.<\/p>\n<p>Het Havenbedrijf wil onderzoek wel financieren, maar  ziet daar graag iets tegenover staan: in elk geval duidelijkheid over de  organisatie, maar liefst ook over het resultaat. De Bruijn: \u201cSpreken we  een resultaatverplichting af of moeten we gewoon blij zijn met elke  uitkomst?\u201d Tuijtel valt hem bij: \u201cWe moeten er wel wat aan hebben. We  doen geen onderzoek voor het onderzoek, het moet een meerwaarde hebben.\u201d  Voor de komende tien jaar blijven Ruimte en Bereikbaarheid de  hoofdthema\u2019s. Daarnaast willen beide partijen meer aandacht voor de  thema\u2019s Energie en Duurzaamheid. \u201cWe proberen energie op tafel te  krijgen als onderwerp\u201d, zegt Rob Stikkelman (tbm). \u201cDenk aan de afvang  en opslag van co2. Of aan kolenvergassing. Dat is van groot belang voor  het Rotterdamse petrochemische cluster.\u201d De Bruijn zou graag op de  Tweede Maasvlakte de duurzaamste containerterminal realiseren, waar  aangemeerde zeeschepen niet langer hun eigen stroom maken met  generatoren op smerige bunkerolie, maar gebruikmaken van walstroom. \u201cDe  haven als experimenteertuin\u201d, noemt hij dat. De uitdaging voor TU en  Havenbedrijf is daarbij om de grote bedrijven zoals apmt en ect tot  innovatie aan te zetten.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het Havenbedrijf Rotterdam en de Delftse TU werken dit voorjaar tien jaar samen in het zogeheten Port Research Centre Rotterdam-Delft. Een terugblik en een greep uit lopend onderzoek.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[23],"tags":[76,77,70],"class_list":["post-1242","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delft-integraal","tag-havens","tag-infrastructuur","tag-waterbouw"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1242","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1242"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1242\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1243,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1242\/revisions\/1243"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1242"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1242"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1242"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}