{"id":1240,"date":"2010-03-01T20:34:50","date_gmt":"2010-03-01T20:34:50","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1240"},"modified":"2010-07-25T20:42:43","modified_gmt":"2010-07-25T20:42:43","slug":"kernbommetjes-tegen-kanker","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1240","title":{"rendered":"Kernbommetjes tegen kanker"},"content":{"rendered":"<p><em>Delft Integraal, 2010-1<\/em><\/p>\n<p><strong>De eerste klinische test van bestraling met microscopische  radioactieve bolletjes is onlangs in Utrecht van start gegaan. Delftse  onderzoekers denken alweer verder.<\/strong><\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.tudelft.nl\/live\/pagina.jsp?id=25189470-6738-4f94-a4df-84085b3fd1f3&amp;lang=nl&amp;binary=\/doc\/24-27_DI_2010_webversieDI_2010_webversie.pdf\">Download als .pdf<\/a><strong><br \/>\n<\/strong><\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>Het toekomstscenario is ongeveer het volgende. Stel, je vreest een  kanker onder de leden te hebben, maar het is onzeker waar de tumor  precies zit en of er uitzaaiingen zijn. Dan zou een injectie met  nanobolletjes en specifieke eiwitfragmenten snel duidelijkheid kunnen  geven. De bolletjes zijn zo gekozen dat ze duidelijk zichtbaar worden op  de MRI-beelden en de eiwitfragmenten zorgen ervoor dat de bolletjes  zich alleen hechten aan kankercellen. Eventuele metastasen worden dus  vrijwel onmiddellijk na de injectie zichtbaar. En wat belangrijker is:  er kan meteen een behandeling volgen. Want dezelfde bolletjes, die  gemaakt zijn van het metaal holmium, kunnen radioactief geladen worden  door ze enkele uren in de neutronenbundel van een kernreactor te  plaatsen. Een zwerm radioactieve nanodeeltjes wordt in de bloedbaan  geinjecteerd, van waaruit de deeltjes geleide projectielen op zoek gaan  naar tumorcellen. Daar aangekomen is het een kwestie van tijd voordat  het holmiumbolletje zijn dodelijke b\u00e8tastraling loslaat op het  omringende weefsel. Het is nucleaire oorlogsvoering met  precisiebombardementen. Twee injecties zouden de tumoren doen  verschrompelen. Science-fiction? Ja, natuurlijk. Maar bij de faculteit  Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht zijn er de afgelopen tijd  wonderen vertoond die er nauwelijks voor onderdoen. Professor Jolle  Kirpensteijn behandelt daar kankergezwellen bij katten en honden. Hij  doet dat met een spuit vol radioactieve holmiumbolletjes, ontwikkeld op  de afdeling Radiologie en Nucleaire Geneeskunde van de Universitair  Medisch Centrum Utrecht (UMCU) en radioactief gemaakt aan het Delftse  Reactorinstituut. De holmiumbolletjes worden met een injectiespuit  direct in de tumor ingespoten. Over kat Lucky (what\u2019s in a name)  schrijft Kirpensteijn: \u2018We hebben een CR (complete remissie) bereikt,  wat tot nu toe onmogelijk werd geacht. Er zijn momenteel geen klinische  aanwijzingen meer voor tumor en een swab (uitstrijkje, red.) van enkele  weken geleden liet geen tumorcellen meer zien.\u2019 Als een goede  wetenschapper nuanceert hij zijn bevindingen: \u2018N=1 (nog maar 1 patient  gehad, red.), dus wellicht is het een goed idee om een artikeltje te  plaatsen in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde om wat meer pati\u00ebnten  met orale tumoren te krijgen?\u2019 Met andere woorden: baasjes die  geconfronteerd worden met een gezwel in de bek van hun huisdier doen er  goed aan naar Utrecht te gaan. Eind vorig jaar werd de eerste menselijke  pati\u00ebnt behandeld met radioactieve holmiumbolletjes in het kader van  een klinische test. Onderzoekers uit Delft en Utrecht zien dit als een  eerste stap naar een veelbelovende manier van inwendige  stralingstherapie. \u201cWij vinden het erg opwindend\u201d, zegt medisch bioloog  dr. Frank Nijsen (UMCU). \u201cWe zijn er al vijftien jaar mee bezig en we  hebben alles tot in detail uitgewerkt.\u201d De huidige klinische test is  gericht op behandeling van leverkanker. Daar is een goede reden voor,  want tachtig procent van de pati\u00ebnten met levertumoren zijn met  beschikbare methoden onbehandelbaar. In de nieuwe experimentele  stralingstherapie wordt de levertumor bestookt met radioactieve  holmiumbolletjes van 30 micrometer groot \u2013 je kan er dertig naast elkaar  in een millimeter kwijt.<\/p>\n<p><strong>Drie-in-een<\/strong><br \/>\n\u201cHolmium is een geweldig element\u201d, zegt professor Bert Wolterbeek  (technische natuur wetenschappen). Hij loopt naar het periodiek systeem  dat aan de wand van zijn kamer hangt en wijst trefzeker op het zwarte  blokje met de tekst \u2018Ho\u2019. \u201cDe onbestraalde isotoop bestaat voor honderd  procent uit holmium-165. Als je dat beschiet met neutronen, krijg je een  groot gedeelte radioactief holmium-166.\u201d Die vorm van holmium vervalt  onder uitzending van elektronen (b\u00e8tastraling) en gammastraling. Na een  dag is de radioactiviteit gehalveerd. Een ander voordeel van holmium is  dat het zo mooi \u2018oplicht\u2019 op MRIbeelden. Wolterbeek is er razend  enthousiast over: \u201cHet is drie-in-een. Je ziet de deeltjes stromen onder  de MRI, de gammastraling vertelt je precies waar de activiteit is  opgehoopt en de b\u00e8tastralen doden lokaal het tumorweefsel.\u201d De  holmiumdeeltjes hebben met 30 micrometer precies de juiste diameter om  in de lever gevangen te raken \u2013 ze leveren hun straling vanuit een  verstopping, een embolie. Na injectie in de slagader naar de lever,  stromen de microbolletjes door steeds smaller wordende slagaders, waarin  ze uiteindelijk vastlopen en hun voor de tumor dodelijke straling  afgeven. De succesvolle eigenschap van tumoren om snel en veel  bloedvaten aan te maken, verandert door de holmiumtherapie in de  Achilleshiel, want door de grote bloedtoevoer naar de tumor komt daar  ook de meeste radioactiviteit terecht. De diameter is kritisch; te grote  bolletjes komen niet in het tumorweefsel terecht en te kleine  \u2018microsferen\u2019 stromen er doorheen en brengen ander weefsel in gevaar. De  bolletjes bestaan naast het metaal holmium uit polymelkzuur. Dat maakt  ze echter wel kwetsbaar voor bestraling. Wolterbeek vertelt dat het  reactorinstituut schade probeert te voorkomen door een langere  bestralingstijd (zes uur) bij een minder intensieve neutronenbundel en  de gammastraling, die schade zou kunnen geven aan het polymelkzuur,  zoveel mogelijk te beperken. De huidige klinische test is de eerste  fase, waarin de veiligheid van de behandeling moet worden aangetoond. In  dat kader zullen er in Utrecht naar verwachting twintig pati\u00ebnten  worden behandeld. De volgende fase, en dat kan volgens de onderzoekers  gemakkelijk twee tot drie jaar duren, zou de werkzaamheid van de  holmiumtherapie moeten aantonen bij een groep van ongeveer tachtig  pati\u00ebnten. In het \u2018Gebouw voor Scheikunde\u2019 aan de Delftse Julianalaan  probeert de groep van dr. Kristina Djanashvili de holmiumbom van Nijsen  en Wolterbeek om te vormen tot een geleid projectiel. Het onderzoek  verkeert nog in een pril stadium, maar de eerste stappen zijn gezet. Het  plan is om radioactieve nanodeeltjes te maken die zich na injectie aan  kankercellen hechten om de tumor van binnenuit te bestralen. In een  kamer aan een van de lange gangen zitten rond de tafel dr. Kristina  Djanashvili, de inmiddels gepensioneerde dr. Joop Peters (\u2018we kunnen hem  niet missen\u2019) en promovendus diplom ingenieur Florian Mayer.  Djanashvili tekent op een vel papier een soort smartie, een bolletje met  een paar laagjes eromheen. Dat is waar deze groep aan werkt:  holmiumbolletjes van nanoafmetingen die goed bestand zijn tegen  bestraling en zelfstandig hun weg weten te vinden door het lichaam. Het  getekende bolletje is ongeveer honderd nanometer groot \u2013 hiervan zouden  er geen dertig maar tienduizend binnen een millimeter passen. Dat is  klein genoeg om zelfs de kleinste haarvaten ongehinderd te kunnen  passeren. Het holmiumdeeltje zelf is 70 nanometer groot \u2013 de optimale  grootte voor een MRI-signaal &#8211; met een omhullend laagje van silicium van  zo\u2019n 15 nanometer dik. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar de  bereiding van holmiumdeeltjes van precies de juiste afmeting uit een  oplossing is geen simpel proces, vertelt Florian Maier. Verder heeft de  groep voor een omhullende siliciumlaag gekozen omdat die beter bestand  is tegen bestraling dan het polymelkzuur (dat bij de microsferen wordt  gebruikt). Vervolgens tekent Djanashvili wat staakjes loodrecht op het  oppervlak van de smartie. Die stellen moleculen voor van  polyethyleenglycol, die als een onzichtbaarheidsmantel werken voor het  immuunsysteem. Hierdoor kunnen nanobolletjes vrijwel onopgemerkt  meestromen met het bloed totdat de bestemming is bereikt. Andere  moleculen aan het oppervlak van de nanosfeer moeten ervoor zorgen dat  hij zich aan een tumorcel bindt. \u201cEen tumorcel heeft specifieke  receptoren op de celwand\u201d, vertelt Djanashvili. \u201cWij nemen peptiden  (eiwitfragmenten, red.) die binden aan de specifieke receptoren op de  tumorcel.\u201d Op die manier hopen de onderzoekers dan de radioactieve  nanosferen zich vanuit de bloedbaan zelfstandig aan tumoren hechten om  daar hun dodelijke straling heel gericht af te geven. \u201cWe willen de  chemie zo eenvoudig mogelijk houden\u201d, zegt Peters. \u201cNa bestraling van de  holmiumbolletjes klikken we er de juiste componenten aan en dan is de  oplossing klaar voor injectie.\u201d<\/p>\n<p><strong>Hobbels<\/strong><br \/>\nMaar voor het zover is, zijn er nog wat hobbels te overwinnen. Dr.  Frank Nijsen (UMCU) twijfelt vooral aan de specifieke binding aan  tumorcellen. \u201cAl sinds de ontdekking van antilichamen, nu zo\u2019n twintig  jaar geleden, dromen onderzoekers ervan om een eiwit of een antistof te  kunnen ontwerpen die onderscheid kan maken tussen gewone lichaamscellen  en tumorcellen.\u201d Dat gaat wel steeds beter, zegt Nijsen, maar omdat  tumorcellen en lichaamscellen veel op elkaar lijken is het onderscheid  nooit honderd procent. Hij schat dat van een radioactieve injectie met  antilichaambinding vijf tot tien procent doel treft, zestig tot tachtig  procent door de lever verwijderd wordt en de rest gezond lichaamsweefsel  aantast. In klinische tests komen therapie\u00ebn met antilichamen volgens  Nijsen vaak niet verder dan fase I, waarin ze te toxisch blijken of een  immuunreactie in het lichaam teweegbrengen. Er zijn nog andere vormen  van inwendige stralingstherapie denkbaar, en ook daaraan wordt gewerkt.  Djanashvili noemt bijvoorbeeld het gebruik van holmiumdeeltjes met een  geschikte diameter maar zonder een peptide voor specifieke binding. Die  zouden normaal binnen de bloedvaten blijven, maar in tumoren door de  vaak gebrekkige bloedvaten uittreden in het weefsel waar ze hun werk  kunnen doen.<br \/>\nNijsen op zijn beurt zou graag het succes van de  eenschots-therapie van zijn diergeneeskundige collega Kirpensteijn bij  mensen herhalen. Als je microsferen kunt ontwikkelen met precies de  juiste diameter en hoeveelheid radioactiviteit, lijkt interne  radiotherapie ook bij mensen haalbaar. Aangespoord door dat vroege  succes proberen onderzoekers nu de meest effectieve vorm te vinden voor  wat ooit misschien bekend zal staan als \u2018holmiumtherapie\u2019.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De eerste klinische test van bestraling met microscopische radioactieve bolletjes is onlangs in Utrecht van start gegaan. Delftse onderzoekers denken alweer verder.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[23],"tags":[74,75],"class_list":["post-1240","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delft-integraal","tag-holmium","tag-radiotherapie"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1240","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1240"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1240\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1241,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1240\/revisions\/1241"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1240"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1240"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1240"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}