{"id":1237,"date":"2009-03-01T20:26:41","date_gmt":"2009-03-01T20:26:41","guid":{"rendered":"http:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1237"},"modified":"2010-07-25T20:30:20","modified_gmt":"2010-07-25T20:30:20","slug":"magnetische-hersenspinsels","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/?p=1237","title":{"rendered":"Magnetische hersenspinsels"},"content":{"rendered":"<p><em>Delft Integraal 2009-1<\/em><\/p>\n<p><strong> <em>Delftse onderzoekers brengen neurale verbindingen in beeld<\/em> <\/strong><\/p>\n<p><strong>De mentale gebreken waarmee ouderdom vaak gepaard gaat, zijn voor een  groot deel terug te voeren op eroderende verbindingen in de hersenen.  Delftse onderzoekers ontwikkelen nieuwe manieren om het vervallende  brein in kaart te brengen. \u201cEr is een enorm maatschappelijk belang mee  gemoeid\u201d.<\/strong><\/p>\n<p><a href=\"http:\/\/www.tudelft.nl\/live\/pagina.jsp?id=86da50bd-dc9d-460d-85e8-39988d28aa32&amp;lang=nl&amp;binary=\/doc\/DI-09-1-5hersenspinsels.pdf\">Download als .pdf<\/a><strong><br \/>\n<\/strong><\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>Ingeklemd tussen drie galerijflats ligt het onopvallende  grijze gebouwtje van het Gezondheidscentrum Ommoord. Niets wijst erop  dat hier een van de grootste epidemiologische studies naar de gezondheid  van ouderen uitgevoerd wordt, de Rotterdam Studie (zie kader op pagina  25). De Noord-Rotterdamse deelgemeente Ommoord werd destijds gekozen  omdat de wijk model kon staan voor de gemiddelde Nederlandse bevolking  en vermoedelijk ook omdat het op korte afstand ligt van het Erasmus mc.<\/p>\n<p>Het is er een komen en gaan van 45-plussers die zich  aanmelden voor het bevolkingsonderzoek. Boven worden ze onderworpen aan  botscans, oogmetingen en echo-onderzoek aan hart en bloedvaten. Beneden  vindt het neurologisch onderzoek plaats met tests op cognitieve  alertheid en motorische vaardigheden plus een hersenonderzoek met een  eigen mri-scanner. Het neurologisch gedeelte van de Rotterdam Studie  valt onder verantwoordelijkheid van prof.dr. Monique Breteler,  hoogleraar neuro-epidemiologie aan het Erasmus MC.<\/p>\n<h3>Hoofdzaak<\/h3>\n<p>In een recent artikel in het vakblad NeuroImage  schrijven onderzoekers van het Erasmus mc dat een speciale beeldtechniek  die bekend staat onder de naam dti (diffusion tensor imaging, zie kader  op pagina 24) nieuw licht werpt op veranderingen in de witte stof van  de hersenen bij veroudering.<\/p>\n<p>Een doorsnede van de hersenen toont grijze stof aan de  buitenkant van het brein en witte aan de binnenzijde. De grijze stof  bestaat voornamelijk uit de cellichamen van zenuwcellen, de witte stof  zijn verbindingen tussen zenuwcellen \u2013 uitlopers van zenuwcellen die met  een witte isolatielaag van myeline omgeven zijn. Vandaar de witte  kleur.<\/p>\n<p>Goede verbindingen zijn essentieel voor het goed  functioneren van het brein. Omgekeerd wordt het verlies aan witte stof  geassocieerd met de ziekte van Alzheimer, dementie en schizofrenie. De  vraag is nu waardoor dat verlies aan witte stof begint. \u201cWe weten dat  bij verschillende ziektes en bij veroudering myeline afgebroken wordt \u2013  je krijgt dan dat axonen (uitlopers van zenuwcellen) ontmanteld worden\u201d,  vertelt prof.dr. Wiro Niessen die als hoogleraar medische  beeldbewerking aan zowel het Erasmus medisch centrum als aan de TU Delft  verbonden is. \u201cDaardoor verandert een gevezelde microstructuur van  zenuwbundels in een meer amorfe structuur. Er verandert dan iets op  microscopisch gebied van zenuwbanen in de hersenen en dat geeft een  verandering in het mri-signaal. Het idee is nu dat we wellicht met  dti-technieken al vroege beschadigingen in de witte stof kunnen meten.\u201d<\/p>\n<p>Men hoopt door vroege opsporing van dementie het  voortschrijden van de ziekte te kunnen remmen. Niessen: \u201cDie kennis zal  absoluut een beter management van pati\u00ebnten mogelijk maken. Als je het  begin van dementie met een jaar kunt vertragen, bespaart dat de  maatschappij miljarden. Er is een enorm maatschappelijk belang mee  gemoeid.\u201d<\/p>\n<p>\u201cWeet je wat diffusie is?\u201d, vraagt universitair docent  dr. Frans Vos als hij uit wil leggen wat die nieuwe MRI-techniek  diffusion tensor imaging inhoudt. De nieuwe beeldtechniek wordt  momenteel verder ontwikkeld in de onderzoeksgroep Quantative Imaging,  afdeling Imaging Science &amp; Technology van Technische  Natuurwetenschappen. En om uit te leggen wat anisotrope diffusie is,  neemt hij als voorbeeld een tissue en een stuk krantenpapier. Een  inktdruppel op een tissue verspreid zich egaal (isotroop) tot een natte  kring, maar met krantenpapier krijg je een ovale vlek omdat de diffusie  in \u00e9\u00e9n richting sneller gaat dan in de andere. Met andere woorden:  anisotrope diffusie.<\/p>\n<p>Ook voor de diffusie in zenuwbanen heeft Frans Vos een beeld paraat:  \u201cIsotrope diffusie is water dat alle kanten op kan. Maar stel nou dat je  er een bundel spaghetti in stopt, dan kan het water wel langs de  deegslierten bewegen, maar niet loodrecht erop. Dat gebeurt bij witte  stof ook \u2013 watermoleculen die zich in witte stof banen bevinden kunnen  zich gemakkelijk in de lengterichting bewegen, maar moeilijk loodrecht  erop, omdat ze daar worden tegen gehouden door de celwand en de  myelinelaag.\u201dDiffusie tensor imaging is een beeldtechniek die tot nu toe  vooral in academische medische centra wordt toegepast. De techniek werd  al in 1991 bedacht door de neurochirurg Aaron Filler. Aan mri \u2013 een  techniek die geschikt is om beelden te maken van de verschillende  biologische weefsels in het lichaam \u2013 voegt dti een gevoeligheid voor  biologische microstructuren toe. Die specifieke gevoeligheid maakt de  techniek bijzonder geschikt voor de afbeelding van zenuwbundels, omdat  reguliere mri-beelden daar vaak te grof voor zijn. Meer algemeen wordt  dti gezien als een geschikte methode voor hersenscans: beroerten, witte  stof en onderlinge verbindingen in de hersenen zijn er goed mee in beeld  te brengen. Toch is de dti-techniek nog lang niet uitontwikkeld.<\/p>\n<p>\u201cDe beelden maken is de eerste stap. Maar daarna komt de  interpretatie \u2013 en dat is niet eenvoudig\u201d, aldus Wiro Niessen. \u201cEr zit  ruis op, je hebt te maken met een complexe anatomie, de zenuwbanen zijn  dunner dan het oplossend vermogen van de scanner en dan lopen de  zenuwbanen ook nog eens door elkaar heen. Je krijgt een enorme bak met  data over het verloop van zenuwbanen, maar om van die data tot een  plaatje te komen, daar is modellering voor nodig. Dat red je niet met  een geneeskunde diploma, daar is engineering, wiskunde en informatica  voor nodig. Daarin ligt de meerwaarde van Delft.\u201d<\/p>\n<p>Het gebruik van dti voor de bestudering van  ontwikkeling, ziekte en degeneratie van witte stof in dehersenen is een  actief onderzoeksgebied; sinds 2005 zijn er meer dan\u00a0 2.500 onderzoeken  over gepubliceerd.<\/p>\n<h3><strong>Minder schade<\/strong><\/h3>\n<p>\u201cWe zijn steeds op zoek naar nieuwe manieren om extra  gegevens uit de data te halen\u201d, zegt ir. Matthan Caan, promovendus bij  Frans Vos en net als hem werkzaam op zowel de TU Delft als het Amsterdam  Medisch Centrum. Op het amc deed Caan onderzoek naar de bijwerkingen  van chemotherapie op de hersenen van jonge kankerpati\u00ebntjes. Daarvoor  gebruikte hij een dti-analyse die het verloop van zenuwbanen volgt, de  zogenaamde tractografie.<\/p>\n<p>Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat vanuit een  startpunt de richting van de belangrijkste diffusie gevolgd wordt,  aannemende dat die overeenstemt met de richting van de zenuwbaan. Dat  geeft op het oog ragfijne fibers die het verloop van zenuwbanen in de  hersenen weergeven. Voor zijn onderzoek had Caan de beschikking over  twee maal zes hersenscans van kinderen die met chemotherapie behandeld  waren tegen kanker. De helft van hen had een hoge dosis ontvangen, de  andere helft een lagere. Kon Caan het verschil zien?<\/p>\n<p>Hij besloot zich te richten op de dikke zenuwbundel die  linker- en rechter hersenhelft met elkaar verbindt, het corpus callosum,  om daarin de diffusie te bepalen. Hij voegde de gegevens van alle  patientjes samen tot een gemiddelde en bepaalde over een lengte van de  zenuwbaan afwijkingen van het gemiddelde. Caan: \u201cNormaal kijkt men punt  voor punt en ziet dan weinig verschil met het gemiddelde.<\/p>\n<p>Wij combineren metingen over een veel groter bereik en  kijken of er over de hele bundel een afname van de anisotropie optreedt.  Dat komt beter overeen met de hypothese van de bijwerking, namelijk dat  chemotherapie aangrijpt op de witte stof.\u201d<\/p>\n<p>Zo kon Caan aantonen dat een verlaagde dosis chemokuur  beduidend minder schade aan de hersenen toebrengt. De hersenschade in de  plaatjes van Caan stemden ook overeen met gegevens uit de kliniek \u2013 de  zwaarst getroffen patientjes hadden gemiddeld een lager IQ en deden er  langer over een grap te begrijpen. Uit ander onderzoek is gebleken dat  de lagere dosis uit het oogpunt van kankerbestrijding even effectief is  geweest. De behandeling zou dus veilig aangepast kunnen worden.<\/p>\n<p>Een van de redenen dat Caan voor het corpus callosum  koos, was dat de zenuwbundels voor het grootste deel parallel lopen. Als  zenuwbundels splitsen, is het verloop van de baan een stuk moeilijker  te volgen. Daaraan werkt nu een volgende promovendus: ir. Ganesh Khedoe.  Hij gaat de tractografie (het volgen van zenuwbanen) uitbreiden naar  kruisende banen die met een gewone dti niet van elkaar te onderscheiden  zijn. Khedoe: \u201cIk wil specifieke banen in het brein identificeren. Dat  kan uit verschillende hersenen zijn, of uit eenzelfde brein op  verschillende tijdstippen. Daarin ga ik op zoek naar onderlinge  verschillen.\u201d<\/p>\n<h3><strong>Biomarker<\/strong><\/h3>\n<p>\u201cHet gaat ons om de klinische meerwaarde van beelden van  degeneratie van zenuwbanen\u201d, zegt Wiro<\/p>\n<p>Niessen die bij de Rotterdam Studie betrokken is. \u201cHet  gaat niet om een enkel beeld, maar om statistische analyse. We  verzamelen honderden of duizenden beelden van mensen, en we houden ook  bij wat er met hen gebeurt. Zo ontstaat een galerij aan beelden en een  bibliotheek aan levensverhalen en problemen. Vanuit de statistiek en  vanuit de veroudering met Alzheimer zijn er aanwijzingen voor dat  dti-beelden gebruikt zouden kunnen worden voor vroeg-diagnose van  neuro-degeneratieve aandoeningen.<\/p>\n<p>Of dat zo is, zijn we nu aan het uitzoeken.\u201d Een  dergelijk onderzoek vergt een langlopende bevolkingsstudie, omdat je  hersenscans zoekt van lang voordat mensen naar de neuroloog stappen.  Onder de ongeveer vijfduizend mensen die deelnemen aan de Rotterdam Scan  Studie is er een significant aantal bij wie zich de ziekte van  Alzheimer zal ontwikkelen. Van hen zijn er straks wel scans van voor en  na optreden van neurologische klachten.<\/p>\n<p>Dat is uniek materiaal voor onderzoek. Niessen: \u201cWe gaan  met statistische methoden zoeken naar verschillen tussen mensen die wel  of geen Alzheimer ontwikkelen. Kunnen we straks aan de hand van de  eerste hersenscan voorspellen hoe een ziekte gaat verlopen? In  samenwerking met Delft zijn we nu beter in staat de beelden te  kwantificeren. En uiteindelijk is de vraag welk getal het meest  voorspellend is voor het verloop van de ziekte.\u201d<\/p>\n<p>\u201cDat is de heilige graal van het onderzoek\u201d, erkent ook  Frans Vos. \u201cWe zijn op zoek naar wat we noemen \u2018biomarkers\u2019 die  specifiek zijn voor een bepaalde ziekte. Aan een biomarker kun je  herkennen of iemand op het traject zit van een gewone veroudering of een  met Alzheimer. We denken dat in de diffusiedata zo\u2019n biomarker verstopt  zit.\u201d<\/p>\n<p>Volgens Niessen is de ontdekking van een  Alzheimer-biomarker vooral een kwestie van tijd. De onderzoeken met  dti-scanner lopen in Rotterdam vanaf 2005. \u201cOver twee tot drie jaar  hebben we een follow-up van vijf, zes jaar. Er zijn dan al een aantal  mensen voor de tweede keer gescand. Tegen die tijd verwacht ik dat we de  eerste voorzichtige studies doen. En over vijf jaar kunnen we rekenen  op een stevige statistische ondergrond. Maar d\u00e1t er wat uitkomt is  evident.\u201d<\/p>\n<p>Het is overigens nog wel de vraag wat je met die kennis  doet \u2013 je kunt immers moeilijk iedere Nederlander van 45 jaar of ouder  preventief door de scanner halen. Niessen stelt zich voor dat een  mrionderzoek voorbehouden zou zijn aan mensen met een verhoogd risico op  Alzheimer \u2013 gesteld dat je die groep zou kunnen aanwijzen. Niessen: \u201cIn  eerste instantie willen we beter weten wat er gebeurt bij dementie. Die  kennis zal absoluut een betere behandeling van pati\u00ebnten mogelijk  maken. Het ligt voor de hand dat dat in de richting van vroege diagnose  en preventieve therapie gaat. Maar hoe dat precies zal uitwerken hangt  onder meer af van de nauwkeurigheid van de voorspelling. Daar is nog  veel extra onderzoek voor nodig.\u201d<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Delft Integraal 2009-1 Delftse onderzoekers brengen neurale verbindingen in beeld De mentale gebreken waarmee ouderdom vaak gepaard gaat, zijn voor een groot deel terug te voeren op eroderende verbindingen in de hersenen. Delftse onderzoekers ontwikkelen nieuwe manieren om het vervallende brein in kaart te brengen. \u201cEr is een enorm maatschappelijk belang mee gemoeid\u201d. Download als [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[23],"tags":[72,71,73],"class_list":["post-1237","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-delft-integraal","tag-dementie","tag-mri","tag-neurologie"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1237","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1237"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1237\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1238,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1237\/revisions\/1238"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1237"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1237"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.joswassink.nl\/inzicht\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1237"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}